VROM drukt stempel op de samenleving; Het bolwerk - VROM

Het ministerie van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer lijkt te bestaan uit een aantal losse onderdelen, die elkaar ook wel eens in de weg zitten, wat de slagkracht in het kabinet niet altijd ten goede komt.

De ambtenaren van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) hadden in 1992 nog maar net hun kamers aan de reusachtige overdekte atria van hun gloednieuwe Haagse hoofdkwartier betrokken of ze kwamen tot een hoogst onplezierige ontdekking. Vele honderden van hen konden meteen weer inrukken, want het departement moest drastisch afslanken. Een `barometer' in de gang gaf aan hoeveel collega's er nog de deur uitmoesten om de doelstelling te bereiken.

“Het directoraat-generaal volkshuisvesting is toen gehalveerd. Het was afschuwelijk', herinnert de opperste VROM-ambtenaar secretaris-generaal R. den Dunnen, zich. “Sinds ik in 1991 op het departement kwam, is het personeel van het ministerie verminderd van 8.000 mensen tot ruim 4.000. Het zorgde voor een deuk in het departement, maar die fase hebben we gelukkig achter de rug.' Een deel van de afslanking bestond overigens niet uit ontslagen maar uit de verzelfstandiging van onderdelen, zoals het kadaster.

De omvangrijke reorganisatie in de witte kolos naast het Centraal Station in Den Haag leidde tot een nieuwe balans tussen de verschillende takken van het ministerie, die paste bij de veranderingen in de samenleving.

Volkshuisvesting, in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog met zijn nijpende woningtekorten van vitaal belang, moest terrein prijsgeven aan Milieubeheer, dat inmiddels tot een nieuwe prioriteit was uitgegroeid. De minister van VROM werd in de eerste plaats milieuminister.

Volgens `SG' Den Dunnen groeien de hoofdtakken van VROM - volkshuisvesting, milieubeheer en ruimtelijke ordening (die door de Rijksplanologische Dienst voor zijn rekening wordt genomen) - sindsdien naar elkaar toe.

Er is volgens hem een nieuw elan op het ministerie ontstaan. Ook buitenstaanders bevestigen dat. “Je merkt dat de meeste mensen op VROM echt weer lol in hun werk hebben', aldus H. Priemus, hoogleraar volkshuisvesting in Delft.

VROM is een departement dat een betrekkelijk ontspannen sfeer ademt, zowel in kleding als in werkcultuur. Deftige grijze of blauwe pakken, zoals die op Financien of Justitie wel worden gedragen, zijn op VROM zeldzaam. De gemiddelde VROM'er is weliswaar man (tweederde van het personeel) maar draagt eerder een los jasje, al dan niet met stropdas.

De vorige minister, M. de Boer, riep haar ambtenaren op het af en toe wat kalmer aan te doen in het kader van een door haar bepleite 'onthaasting van de samenleving'. Hierin paste de installatie van een `stiltecentrum', waar ambtenaren zich overeenkomstig de principes van de Chinese wijsgeer Feng Shui kunnen ontspannen.

Menige talentvolle VROM-ambtenaar verlaat echter na een tijdje het departement weer, waaronder de continuiteit wel eens te lijden heeft. “Ze willen weg omdat ze anders een soort milieustigma krijgen opgeplakt', meent een externe deskundige die veel met VROM heeft te maken. Een voorbeeld is H. Leeflang, die vorig jaar van VROM overstapte naar een hoge functie op Verkeer en Waterstaat.

Met de `onthaasting' lijkt het onder De Boers opvolger Pronk gedaan. Pronk is een ongeneeslijke workaholic, die zijn ambtenaren sinds zijn aantreden deze zomer bestookt met memo's over gedetailleerde kwesties. Hij is veeleisender dan zijn voorgangers. Tot hun verbazing kregen directeuren onlangs te horen dat ze ook op zaterdag present moeten zijn voor overleg met Pronk. “Ja', bevestigt Den Dunnen.

“Hij is lastig maar intelligent. Hij vraagt door tot op de bodem. Dat elektriseert de mensen hier.'

Ondanks deze waarderende woorden leven Pronks ambtenaren tussen hoop en vrees. Weliswaar beseffen ze dat hij met zijn vechtlust politieke ervaring en scherpzinnigheid wellicht meer voor het departement kan binnenhalen in het kabinet dan zijn voorgangers, maar ze maken zich ook zorgen om de persoonlijke verhoudingen. Pronk kan namelijk zeer kortaangebonden en wispelturig zijn tegenover zijn medewerkers. Hij deinst er niet voor terug directeuren uit te foeteren in aanwezigheid van hun ondergeschikten. Zijn enigszins gespannen verhouding met een deel van zijn staf is niet het enige probleem voor Pronk. Nog steeds leeft er een zekere rivaliteit tussen de hoofdafdelingen, die elk een klein `koninkrijkje' vormen met een eigen subcultuur. Niet voor niets is het departement vroeger wel omschreven als een `stoffer-en-blik-ministerie', omdat het ogenschijnlijk uit nogal lukraak bij elkaar geveegde terreinen beslaat.

Soms hebben ze ronduit tegenstrijdige belangen. Zo voelde volkshuisvesting wel voor nieuwe woningen met tuinen in het Groene Hart van Holland, terwijl ruimtelijke ordening en milieubeheer juist alles in het werk stelde het Groene Hart van woningen te vrijwaren. “Op volkshuisvesting zijn ze de laatste jaren erg op de markt gericht', zegt prof. Priemus. “De milieu-ambtenaren hebben daar echter weinig mee op. Die geloven meer in de maakbaarheid van de samenleving en in het bepalen en opleggen van milieunormen.'

Den Dunnen, een voormalige Rotterdamse wethouder die als een spin in het web van VROM zit, ontkent niet dat er wel eens meningsverschillen zijn op het departement.

“Maar als we er niet uitkomen, leggen we het conflict voor aan de politiek. Dan moet die maar beslissen.'

Het kost elke VROM-minister vanouds moeite bij het kabinetsberaad een vuist te maken. Vooral op milieuterrein is VROM afhankelijk van de medewerking van andere ministeries. Die liggen vaak dwars. “VROM heeft moeite om te scoren', zegt Teo Wams van Milieudefensie.

Mede hierdoor staat VROM niet hoog in de Haagse pikorde. Departementen als Financien en Binnenlandse Zaken en zelfs Economische Zaken (althans onder oud-minister Wijers) worden serieuzer genomen dan VROM. Kringen rond ex-minister De Boer melden dat zij zich vaak uiterst eenzaam in de ministerraad voelde in belangrijke milieukwesties als `Schiphol'. Alleen Pronk, destijds minister op Ontwikkelingssamenwerking, sprong haar wel eens bij.

Volgens anderen die het ministerie ook van nabij volgen, heeft het bij VROM in het verleden vaak ontbroken aan onderhandelingskwaliteiten en strategisch-politiek inzicht. “Ze hollen bij VROM vaak achter de feiten aan.' Dat neemt niet weg dat VROM wel degelijk een ministerie blijft dat een stempel drukt op Nederland. De vele honderdduizenden VINEX-woningen die nu verrijzen, komen uit de koker van VROM. “Nog steeds heeft een op de zes huishoudens direct met ons te maken via huursubsidies', zegt Den Dunnen. Dat de neergang in het milieu bovendien op sommige gebieden tot staan is gebracht, is vooral de verdienste van VROM.