Voorleesavondje over de onderbuik

Een beetje Nederlands schrijver leest zo'n zeventig keer per jaar voor op scholen en bibliotheken door het hele land. Dan is het een kleine stap om eens de theaters langs te gaan: wie zalen vol onwillige scholieren heeft getrotseerd, kan alles aan. Zoiets moet manager Rene Vallentgoed de man achter Jules Deelder en Campert en Mulder, gezegd hebben om Joost Zwagerman en Ronald Giphart over te halen om een theaterprogramma te brengen. Na repetities met regisseur Gerard van Kalmthout en enkele try-outs ging gisteravond `Hamerliefde' in de Utrechtse Stadsschouwburg in premiere.

`Hamerliefde' staat voor `Even alles goed maken, ofwel: seks tot het gaat bloeden', zoals Giphart in een interview in de Rails verklaarde. Harde en humoristische seksverhalen maakten dan ook het hoofbestanddeel van de avond uit. `De interessante momenten uit het leven zijn wanneer de onderbuik het wint van de hersens', las Giphart voor uit zijn roman Phileine zegt sorry. Phileine krijgt een lesje pijpen van haar vriendin Gulpje, en haar moeder onderwijst haar in het verschil tussen seks- en liefdestrouw. Met zijn vindingrijkheid in het verzinnen van namen voor de mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen (zoals `genenmixer', om een van de minst schunnige te noemen) had Giphart veel succes.

Zwagerman las de gedichten `69' en de `Ballade van het binnengaan', helaas op een wat al te nadrukkelijke toon die zijn woordacrobatiek om zeep hielp. Een mooi verhaal uit Zwagermans nieuwe boek Het jongensmeisje bood een welkome, want bijna seksloze afwisseling. Met dat verhaal bewees Zwagerman niet alleen op de lach te mikken.

Dat `Hamerliefde' meer was dan alleen een voorleesavondje kwam slechts op schaarse momenten tot uitdrukking, bijvoorbeeld toen Zwagerman zijn lectuur van een verhaal over het televisieprogramma All you need is love onderbrak. Improviserend belichtte hij het fenomeen van de man die zijn verloren geliefde wil terughalen door de hulp in te roepen van Robert ten Brink, de `Jezus Christus van de reality-tv'. Giphart haalde vervolgens anekdotes op uit zijn tijd als nachtportier in ziekenhuis Overvecht. Met behulp van niets anders dan een pen en zijn handen wist hij aanschouwelijk te maken welke voorwerpen er zoal klem kunnen raken in de voor- en achteringang van de mens.

“Wij zoeken naar schrikmomenten. Esthetische schrikmomenten,' zei Giphart in de Rails. Dat zoeken bleek bij het gedicht, opgedragen aan Annie M.G. Schmidt, waarmee de schrijvers afsloten. Het leek eerder een hulde aan De Sade. Zwagerman las voor, op een toon alsof het kinderliteratuur betrof, over de dertiger Rikkie terwijl Giphart hem uitbeeldde. Rikkie vermoordt, na een reeks incidenten met vriendinnetjes, zijn moeder en vergrijpt zich aan haar geschonden lijk. Nauwelijks een esthetisch schrikmoment maar geforceerde wreedheid waar alleen met pijn om gelachen kon worden.