Sociale onrust in Colombia

Tienduizenden Colombiaanse ambtenaren hebben gisteren betoogd in de hoofdstad Bogota. Ze protesteren tegen een nieuw bezuinigingspakket, dat snijdt in de sociale uitgaven en ambtenaren een loonsverhoging van 14 procent geeft voor komend jaar, terwijl de inflatie in Colombia ten minste 18 procent bedraagt.

Colombia is deze week in de greep van stakingen, die onder meer scholen, rechtbanken, ziekenhuizen en vliegvelden treffen. Die stakingen zijn overigens nog niet algemeen.

De nieuwe, conservatieve president Pastrana weigert te praten met de vakbondsleiders, die 650.000 werknemers van staatsbedrijven vertegenwoordigen. Pastrana verweet hen dinsdag in een felle toespraak op televisie zelfzuchtig en onpattriotisch gedrag die de economische toekomst van Colombia in gevaar brengt. “Deze staking is een politieke actie.' Ook zouden ze volgens Pastrana zwangere vrouwen en kinderen als `menselijk schild' gebruiken om te voorkomen dat anderen wel gaan werken.

De vakbondleiders tonen zich al even onverzoenlijk en noemen de regering-Pastrana `fascistisch', voornamelijk omdat in enkele gevallen veiligheidstroepen op stakers zijn afgestuurd die probeerden hun bedrijven te blokkeren. Zo kwam het deze week ondermeer tot vechtpartijen bij de olieraffinaderij van staatsoliemaatschappij Ecopetrol in de stad Barrancabermeja.

Pastrana stelt dat de bezuinigingen nodig zijn na de spilzucht van de vorige, liberale regering van Samper, die brak met de traditioneel behoudende fiscale politiek van Colombia. Hij wil het begrotingstekort binnen een jaar terugbrengen van 4,5 procent van het bruto nationaal product tot 2 procent. (AP, Reuters)