SCHRIJVEN

Naam: Hermine Landvreugd (30) Beroep: schrijfster

“Ik wilde van jongs af aan bij het toneel. Ik speelde vroeger in een toneelclubje, de Hoorender Stierenpikkers of zoiets. Je had op Texel veel oogst- en dorpsfeesten waar je verkleed kon rondlopen en toneelstukjes kon opvoeren.

“De andere keuze was een loopbaan bij de politie. Ik mocht echter niet naar de politie-academie omdat ik geen wiskunde in mijn pakket had. Laatst had ik weer een bevlieging om bij de politie te gaan. Ik zou erg graag leren schieten en allerlei vechtsporten beoefenen. Dan kan ik daar later eventueel een boek over schrijven. Maar nu kan ik dat niet meer, omdat ik een strafblad heb.

“Nadat ik ongeveer twee weken MEAO heb gedaan, ben ik teruggegaan naar het VWO. Toen het eindexamen naderde, ben ik daarmee gestopt. Ik heb toen eerst een project voor kleurlingen gevolgd aan de theaterschool in Amsterdam. Nadat ik te laat was met aanmelden voor de echte opleiding, kon ik alleen nog maar bij de toneelschool in Utrecht terecht. Ik heb dat anderhalf jaar gedaan, maar het was een grote verschrikking. Je moest constant hele lange en diepe gesprekken met elkaar voeren. Schrijven was het enige vak waar je een beetje met rust werd gelaten.

“Via een keuzegids kwam ik erachter dat ik een opleiding voor het schrijven kon volgen. Dat heb ik bij de schrijversvakschool Colofon gedaan. Net als met toneel was ik altijd al bezig met schrijven. Ik had er alleen nooit bij stilgestaan dat je er ook onderwijs in kon krijgen.

“Colofon heb ik vier jaar parttime gedaan en afgemaakt. Ik wilde er nog wel wat bij doen, anders loop je toch maar de halve dag te lummelen. Ik ben de studie theaterwetenschappen gaan doen. Dat heb ik na tweeeneenhalf jaar ook laten zitten.

Je kreeg opeens heel veel wetenschappelijk werk te doen, dat erg systematisch aangepakt moest worden. En ik ben nu eenmaal een complete chaoot.

“Mijn keuzes heb ik altijd zelf gemaakt. Mijn moeder had het liefst gewild dat ik gewoon de MEAO had afgemaakt. Ze vond al die vage studies per definitie al niets. Nu zit ik erover te denken om weer te gaan studeren, misschien rechten in de avonduren. Ik zou wel advocaat willen worden. Het lijkt me wel wat om zware criminelen te verdedigen.'