Pensioenfondsen van bedrijven mijden DSI

De grote ondernemingspensioenfondsen willen niet meedoen aan het gisteren opgerichte `kwaliteitsinstituut' voor de beurshandel. De organisatie van bedrijfspensioenfondsen (OPF) betwijfelt of dit Dutch Securities Institute (DSI) iets toevoegt aan het huidige toezicht op de financiele sector.

Dat blijkt uit een brief van OPF aan de initiatiefnemer van DSI president-directeur G.A. Moller van beursbedrijf Amsterdam Exchanges (AEX). OPF vertegenwoordigt ruim duizend ondernemingspensioenfondsen waaronder die van Shell en Philips.

De andere grote vertegenwoordiger van de pensioensector, de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB waarvan onder meer de giganten ABP en PGGM lid zijn), is zelfs niet geinformeerd door AEX over de oprichting van DSI. “Wij hebben het via de pers moeten vernemen en dat is natuurlijk wel een beetje vreemd', aldus een woordvoerster van VB.

Hierdoor is een belangrijke groep in de effectenbranche niet vertegenwoordigd in het instituut. Dat is opmerkelijk, omdat DSI de pensioenfondsbeheerder wel tot zijn doelgroep rekent. Binnen- en buitenlandse institutionele beleggers, waaronder de pensioenfondsen, zijn goed voor 60 procent van de effectenhandel in Amsterdam.

In DSI zijn banken, beursbedrijf, hoeklieden commissionairs, effectenanalisten en market makers vertegenwoordigd. Het instituut wil minimum kenniseisen en integriteitsnormen vaststellen voor personeel in de effectenbranche. Werknemers die daaraan voldoen krijgen een `keurmerk' en worden bij DSI geregistreerd. Die registratie kan bij wanprestatie - bijvoorbeeld fraude of structureel slecht advies aan beleggers - worden geschrapt.

In het beursfraudeschandaal dat vorig jaar aan het licht kwam wordt onder meer de voormalige adjunct-directeur van het Philips Pensioenfonds verdacht. Het grootscheepse fraudeonderzoek was de aanleiding om DSI op te richten.

Gisteren antwoordde Moller op vragen over de afwezigheid van pensioenfondsen dat DSI deze graag aan zijn gelederen wil toevoegen.

Een AEX-woordvoerder zei vanochtend dat DSI in eerste instantie is bedoeld voor particuliere beleggers die de kwaliteit willen controleren van hun vermogensbeheerder, commissionair of beleggingsanalist. Zij kunnen straks een 0800-nummer draaien om te verifieren of hun beleggingscontactpersoon is opgenomen in het register. Met beheerders van een pensioenfonds heeft de particulier toch geen contact.

OPF-voorzitter C.J. van Rees vroeg Moller vorige week nog eens nader van gedachten te wisselen, voordat het instituut zou worden opgericht. Nog geen week later was de oprichting van DSI een feit.

In zijn brief wees Van Rees wees erop dat de pensioensector zelf al werkt aan een beleggingsstatuut en een gedragscode voor beheerders. Dit vloeit voort uit de door minister Zalm (Financien) gewenste zelfregulering.

Directeur-secretaris mr. F. Prins van VB heeft de gisteren ondertekende intentieverklaring van de effectenbranche pas vanochtend onder ogen gekregen. “Het is heel jammer dat we hiervoor niet zijn uitgenodigd. In de financiele wereld zijn wij natuurlijk grote jongens.' Prins sluit niet uit dat VB alsnog aanschuift bij DSI. “De basis spreekt ons zeer aan.'

Hoewel Prins niet is uitgenodigd, overweegt hij zelf op DSI af te stappen. “Maar ik hoop dat ze zo verstandig zijn om ons alsnog uit te nodigen.' Wel stelt hij aan deelname, net als OPF voorwaarden. “Ik wil overleg om te weten wat DSI gaat doen om dubbelingen met onze controlerende instantie (de Verzekeringskamer, red.) te voorkomen en zo ook onnodige kosten te vermijden.'

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), die toezicht houdt op de beurs, is wel geinformeerd over DSI, maar heeft verder geen rol gespeeld bij de oprichting ervan. Secretaris mr. E.E. Canneman is niet bang dat STE en DSI elkaar voor de voeten lopen. “Wij controleren bedrijven, geen personen.'