Opleiding telt steeds minder; Arbeidsmarkt

Nog maar weinig opleidingen kampen met een slecht perspectief op de arbeidsmarkt. Het beste is de persoonlijke interesse bij de studiekeuze de doorslag te laten geven.

DE ZUSJES Elke (17) en Femke (16) Veltman uit Eindhoven kampen met een probleem. Elke zou het liefst naar de kunstacademie gaan en Femke naar de toneelschool, maar de kans om passend werk te vinden na hun studie is klein. “Als actrice moet je onwijs goed zijn, wil je bekend worden en dus voldoende werk krijgen', zegt Femke ernstig. “Dat geldt voor kunstenaars ook', zegt Elke.

Femke doet dit jaar eindexamen Havo en haar zus VWO. Beiden vinden het lastig een vervolgopleiding te kiezen. Femke gaat misschien eerst een jaar werken, zodat ze haar definitieve keuze nog een jaar kan uitstellen. Elke denkt erover haar creatieve ambities te combineren met `iets maatschappelijks', door bijvoorbeeld de opleiding voor creatief therapeute te volgen. Ze vermoedt dat daarnaar wel veel vraag is, (“Er zijn altijd mensen met psychische problemen of een geestelijke handicap') maar zeker weet ze het niet.

Ook hun vriendin Lotte Oudshoorn (17) twijfelt nog over haar studiekeuze. Haar vader is bouwkundige en dat lijkt haar een boeiend vak. “Volgens mij is daar over vijf jaar ook nog wel behoefte aan', zegt ze aarzelend. Fysiotherapie - het werk dat haar moeder doet - lijkt haar ook een aantrekkelijke optie. Maar van haar moeder weet ze dat de kans op werk voor fysiotherapeuten de afgelopen tijd is verslechterd. “Dat komt doordat het ziekenfonds tegenwoordig nog maar negen behandelingen per jaar vergoedt, terwijl vroeger alle behandelingen werden betaald', weet Lotte.

Sommige eindexamenklassers weten al jaren heel zeker dat ze dierenarts willen worden, of sportleraar, of econoom. Zij hoeven tussen de schoolonderzoeken door geen informatiedagen of studiebeurzen af te lopen. Maar voor veel van hun klasgenoten is het een moeilijke keuze.

Bas Oldemans, decaan aan het Comeniuscollege in Capelle aan den IJssel, krijgt geregeld scholieren aan zijn bureau die nog het liefst zouden hebben dat hij beslist wat ze het best kunnen gaan studeren, omdat ze door de bomen het bos niet meer zien.

Net als de meeste leeftijdsgenoten beseffen de vijfde- en zesdeklassers van het Comeniuscollege maar al te goed dat het belangrijk is ook te kijken naar de kans op een baan die een bepaalde opleiding biedt. Dus krijgt Oldemans vaak de vraag: “Met welke opleiding vind ik zeker werk?' Of: “Waarmee kan ik rijk worden?'

“Ik vind het altijd lastig daarop een goed antwoord te geven', zegt Oldemans. “Zo beloven bedrijven momenteel hoge salarissen, lease-auto's en vakanties om informatici binnen te halen. Maar of de perspectieven van deze IT'ers over vijf jaar nog steeds zo gunstig zijn, kan ook een decaan niet zeggen.'

Het is al vaak voorgekomen dat scholieren kozen voor een studie waarnaar veel vraag was, waardoor er enkele jaren later opeens te veel tandartsen, verplegers fysiotherapeuten of onderwijzers waren. Hun afschrikwekkende werkloosheid kon dan weer leiden tot een verminderde instroom van studenten zodat er een paar jaar later weer een tekort ontstond.

Oldemans probeert dan ook zo goed mogelijk in te schatten hoe de gekozen opleiding in de toekomstige markt zal liggen. “Studenten die naar de Pabo gaan, hoeven zich geen zorgen te maken. Er zullen de komende jaren nog heel veel leraren nodig zijn. Zo zeg ik ook tegen iemand die naar de kunstacademie wil, dat het vinden van een baan moeilijk kan worden.'

Toch adviseert Oldemans zijn leerlingen de kansen op de arbeidsmarkt niet de hoogste prioriteit te geven.

“Het gaat er in de eerste plaats om dat ze iets kiezen dat ze leuk vinden', zegt hij. “Wat heb je aan een lerares die niet met kinderen kan omgaan, of aan een bestuurkundige zonder gevoel voor management.'

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) ziet het als zijn taak de arbeidsmarkt “transparant' te maken, zegt onderzoeker Lex Borghans. “We maken zo zuiver mogelijke prognoses.' Daaruit blijkt dat de toekomst voor HBO'ers en academici na de meeste opleidingen er rooskleurig uitziet. Een slecht of matig perspectief op de arbeidsmarkt heeft slechts 1,7 procent van de academici. Voor de HBO'ers ligt dat iets hoger, maar is met 6,2 procent nog altijd zeer gunstig.

Het ROA bekijkt per studierichting wat de situatie zal zijn op de arbeidsmarkt over vijf jaar. “Als jongeren een leuke en goede baan willen, is het immers van belang dat ze weten hoeveel vraag er naar mensen met hun opleiding zal zijn als ze klaar zijn met hun studie', zegt Borghans. Zo voorspelt het ROA dat je met een universitaire studie bedrijfskunde of een HBO-opleiding vervoer en logistiek in 2002 een heel goede kans hebt op passend werk. Je kunt daarentegen nu beter niet beginnen met een HBO-opleiding personeelswerk.

Voor zijn promotieonderzoek bekeek Borg-hans in hoeverre scholieren dergelijke informatie relevant vinden, of dat ze alleen hun hart volgen bij de keuze voor een studie. Hij kwam tot de conclusie dat de situatie op de arbeidsmarkt onmiskenbaar een rol speelt. “Je hebt natuurlijk ook te maken met voorkeuren en capaciteiten', zegt Borghans. “Maar bij iemand die twijfelt tussen twee opleidingen geeft een betere kans op passend werk vaak de doorslag.

Overigens hoeven middelbare scholieren zelf niet door te hebben dat ze zich door de arbeidsmarkt laten leiden.

“De beinvloeding gaat vaak onbewust', merkte Borghans. “Maar wanneer iemand kiest voor een studie met hele slechte perspectieven is er altijd wel een oom of een buurvrouw die zegt: `gut kind, zou je dat wel doen?' Gaat dezelfde persoon een technische studie volgen, dan blijft dat commentaar achterwege.'

Borghans onderzocht ook hoe afgestudeerden achteraf hun keuze beoordelen. Opvallend is dat mensen die willens en wetens hebben gekozen voor een studie met slechte perspectieven, zoals bijvoorbeeld kunstenaars, praktisch geen spijt hebben. Anderen die een studie hebben gekozen omdat ze dachten daarmee veel te kunnen verdienen, hebben veel vaker spijt van hun beslissing.

De uitkomst van deze `spijtvraag' pleit ervoor rekening te houden met persoonlijke interesses bij een studiekeuze. Vooral ook omdat er nog maar weinig opleidingen zijn met echt slechte perspectieven. De krapte op de arbeidsmarkt is in het afgelopen jaar aanzienlijk toegenomen, met name voor hooggeschoolde arbeid. Dat komt ook doordat veel beroepen complexer zijn geworden, waardoor er hoger opgeleid personeel dan vroeger wordt gezocht. Daarbij komt dat er eenvoudigweg steeds minder jongeren zijn om al die openstaande vacatures op te vullen.

Daarnaast is het bedrijfsleven steeds minder geinteresseerd in de opleiding van hun toekomstige werknemers. Natuurlijk hebben ze altijd een aantal specialisten nodig op verschillende vakgebieden, maar steeds vaker zoeken ze daarnaast breed inzetbare generalisten die de grote lijnen kunnen onderscheiden en zelfstandig kunnen werken. Vooral academici komen in allerlei banen terecht die vaak weinig met hun oorspronkelijke opleiding te maken hebben. Zo zijn momenteel, behalve informatici, ook kunsthistorici en afgestudeerden in de letteren werkzaam bij informatiseringsbedrijven.

Jongeren die toch voor een studie hebben gekozen met niet al te gunstige perspectieven hoeven helemaal niet werkloos thuis te zitten. Vaak vinden ze wel werk maar niet precies in de richting die ze zouden willen of ze werken onder hun niveau. Zo zijn de perspectieven voor een personeelsfunctionaris op HBO-niveau slecht. Uit de praktijk blijkt dat afgestudeerden genoegen nemen met een functie in de arbeidsbemiddeling waarvoor MBO voldoende is of ze worden intercedent.

“Ik wil een opleiding doen waarmee ik rijk kan worden', bekent Rafael Bletterman (18) uit Apeldoorn eerlijk, terwijl hij stoer onder de klep van zijn baseballpetje door loert. Hij wil naast een “leuk gezinnetje', toch ten minste een ruim bemeten huis en een mooie auto. Hij doet dit jaar eindexamen VWO en heeft een volledig exact pakket. Toch denkt hij niet aan een technische studie. Hij acht de kans het grootst dat hij rechten gaat studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Rafael heeft gehoord dat je met rechten `alle kanten op kunt' en dat juristen gemakkelijk een goed betaalde baan vinden. Bovendien studeert zijn broer rechten en die vindt het `een eitje'. Mooi meegenomen, want Rafael wil ook nog tijd hebben om uit te gaan in Amsterdam.

Zijn vriend Frank Egbert (18) - eveneens met baseballpetje - heeft zijn studie gekozen wegens de goede perspectieven, maar heeft daar spijt van. Hij studeert sinds een paar weken commerciele economie aan de Hogeschool Haarlem. Hij doet die opleiding vooral omdat zijn vader graag wil dat hij `goed terechtkomt', maar het valt hem vies tegen. Toch heeft hij besloten het jaar uit te zingen zodat hij de studie beter kan beoordelen.

Frank is het niet met Rafael eens dat een hoog salaris de prioriteit heeft.

“Ik wil wel graag lekker kunnen leven, maar ik vind het belangrijker om gelukkig te zijn. Daarom denk ik dat ik misschien beter de opleiding personeel & organisatie had kunnen kiezen. Ik geloof dat dat beter bij me past.' Na een korte stilte: “Het allerliefste zou ik een hotelletje beginnen in Oostenrijk, en dan lekker elke dag skien. Maar ja dat is niet reeel. Dan kan ik net zo goed palingvisser op Hawaii worden.'

ARBEIDSMARKT