Omaha beach revisited

Steven Spielbergs meest recente film, Saving Private Ryan, heeft een nieuwe stroom toeristen op gang gebracht richting de stranden van Normandie. De herdenkingsplaatsen, de souvenirwinkels en de vijfentwintig musea die de herinnering aan de landing van de geallieerden in 1944 levend houden, zien het bezoekersaantal bijna verdubbelen. Eerbied en commercie gaan hand in hand. Venez vivre 18 minutes d'emotion totale!, schreeuwt het bord bij de bioscoop.

Dauw glinstert op het perfect onderhouden gazon tussen de 9387 witte kruisen op het Amerikaanse oorlogskerkhof bij Omaha Beach. Maar niet overal. Naar de graven 11 en 12, rij 15, vak D, lopen sporen en het gras is er een beetje vertrapt. Hier rusten Robert Niland, gesneuveld op 6 juni 1944, en Preston Niland, die op 7 juni omkwam. Hun broer Frederick (1921-1988) nam ook deel aan de invasie in Normandie. Kort na het vernemen van de dood van Robert en Preston kreeg hij bezoek van een legergeestelijke die hem vertelde dat zijn broer Edward op 6 juni was neergeschoten boven Birma. Kapelaan Francis Sampson had opdracht gekregen de enige resterende zoon van de Nilands snel en veilig naar Amerika terug te leiden. Frederick reageerde: “Zeg maar tegen mijn moeder dat ik hier blijf, bij de enige broers die me resten.' Maar uiteindelijk gehoorzaamde hij het bevel om terug te gaan.

Die geschiedenis diende als kern van een filmscenario dat inmiddels miljoenen bioscoopbezoekers hard heeft geraakt - zo hard dat ze met vliegtuigen vol naar de verlaten tonelen van D-Day komen. Drie maanden na het uitbrengen van Saving Private Ryan in Amerika en drie weken na de Europese premieres beleeft Normandie een invasie van Private Ryan-toeristen. Vorige maand waren de bezoekersaantallen bij de herdenkingsplaatsen een kwart tot de helft hoger dan in september 1997.

Een bezoek aan het ereveld bij Colville is een vaste stop. “Er komen hier dagelijks mensen om te vragen waar de gebroeders Ryan begraven liggen', zegt assistent beheerder Michael Green in een stemmig, marmeren kantoor. “Ik verwijs ze dan maar naar de graven van de Nilands.' Veel Saving Private Ryan-veteranen vragen ook naar de rustplaats van de fictieve kapitein Miller (Tom Hanks), die leiding geeft aan de speurtocht naar soldaat Ryan (Matt Damon) en zelf sneuvelt.

Het illustreert de vermenging van feiten en fictie en hoezeer ons beeld van de geschiedenis wordt bepaald door de beelden die de media ons toevallig tonen. Wat Oliver Stone's JFK (1992) deed voor de raadsels rond de moord op president Kennedy doet Saving Private Ryan voor de betekenis van D-Day en wat daarop volgde. Historie wordt opnieuw werkelijkheid. Op de stranden van Normandie is het nu rustig, maar niet als je ze beziet met de herinnering aan Saving Private Ryan vers tussen de oren.

Vanaf de rand van het ereveld kijk je van twintig meter hoogte uit over Omaha Beach, de plaats van de grootste slachting van D-Day, waar bijna duizend Amerikanen in Duitse kogelregens stierven. De eerste 25 minuten van Spielbergs film gaan over niets anders, tonen zeewater rood van het bloed en zijn volgens overlevenden zo realistisch als een verfilming van de hel van toen maar zou kunnen zijn. Een oudere broer van Jerry Burand uit Indiana landde hier die dag en vertelde later thuis de verhalen. “Maar pas na de film voelde ik ineens de impuls om hier ook echt naartoe te gaan', zegt Burand met uitzicht op het strand. “Het raakt me heel diep.'

Dertig kilometer westelijker ligt Sainte Mere-Eglise, midden in de zone die op D-Day moest worden veilig gesteld door Amerikaanse luchtlandingstroepen.“Jongeren brengen het nauwelijks meer op om boeken te lezen, maar ze gaan wel naar de film', zegt Joshua Perakis, een dertiger uit Philadelphia, bij de dorpskerk. “Ik had veel over Normandie gehoord, maar het werd pas werkelijk toen ik de film zag. En nu ik hier ben, is het echt ongelooflijk.' Aan de kerktoren achter hem hangt een dummy van para John Steele, die op D-Day met zijn valscherm aan het gebedshuis bleef hangen en het overleefde door zich dood te houden.

Spielberg was niet de eerste die D-Day verfilmde, al is zijn kassucces reeds in brede kring aangemerkt als de beste film over de Tweede Wereldoorlog. Perakis' reisgenoot, vrachtwagenchauffer Thomas Walker, bekijkt in Amerika op de video in zijn cabine “minstens eens in de twee maanden' The Longest Day (1962). Hij is hier nu voor de derde keer ter bestudering van de plaatsen waar het allemaal gebeurde - de werkelijkheid van 1944, maar ook de verfilming ervan. “Die straat daar', zegt hij wijzend en glunderend, “daar heeft John Wayne nog gelopen bij de opnames van The Longest Day!' Wie de opnamelokaties van Saving Private Ryan wil zien, moet in zuidoost-Ierland zijn: alleen de begin- en de eindscene zijn geschoten in Frankrijk, op de begraafplaats bij Colville.

Toerisme rond de Normandische strijdtonelen is geen nieuw verschijnsel. Tussen Caen en Cherbourg zijn zeker 25 oorlogsmusea ondergebracht in gelikte nieuwbouw of in boerenschuren. Ze tonen licht- en geluidshows, enorme, overtuigende maquettes en complete vliegtuigen - of een paar geuniformeerde etalagepoppen en wat roestende granaathulzen. Een kassa hebben ze allemaal. Venez vivre 18 minutes d'emotion totale! schreeuwt een bord bij een 360-graden bioscoop. De horeca doet mee met namen als Hotel Le Mountbatten, Pub Winston, Hotel Le Mulberry Cafe-restaurant John Steele, de Omaha Beach Golf Club en mogelijk ook Cafe Non Stop. Ten minste een reisbureau is al in de bomkrater van de Saving Private Ryan-trips gesprongen: vanuit Engeland met de nachtboot naar Cherbourg, per touringcar langs de highlights en met de nachtboot terug.

Rijen toeristenwinkels verkopen aanstekers in de vorm van handgranaten, Montgomery-baretten, D-Day t-shirts, presse papiers in de vorm van kleine Duitse bunkers, originele nagemaakte messing criquets (om de klik-geluiden te maken waarmee geallieerde para's elkaar in de nacht van 5 op 6 juni lokaliseerden) en rekken vol ansichtkaarten met foto's van de dag die de Normandische middenstand nog decennia werk zal bezorgen.

Het maken van nieuwe Nederlandse vertalingen van de talrijke gidsjes bijvoorbeeld. Zo lezen we over de beruchte Pointe du Hoc tussen Omaha en Utah Beach: `Ze wordt omringd door een batterij die zich verschuilt in gebetonneerde schuilplaatsen. Die moeten overwonnen worden, wil men de bedreigde stranden waar ze op uitkijkt, bevrijden'.

Veel duidelijker is de akela van een Amerikaans Christelijk reisgezelschap op de begraafplaats in Colville, bij het uitzichtpunt over Omaha Beach: de restanten van de geallieerde noodhaven bij Arromanches zullen dienen als volgende photo opportunity, zegt ze, waardoor de dienst van half zeven iets later zal beginnen. “Oh, the Lord will forgive us for that', knauwt een van haar vrouwelijke volgelingen terug. Klik, klik.

De haven heet nog steeds Port Winston, omdat Churchill er persoonlijk veel denkwerk in stopte. In het beste museum aan de kust, de Exposition Permanente du Debarquement, staat een metersgroot model van de Mulberry haven en zie je door de ramen in dezelfde oogopslag de restanten buiten in zee. In de zomer van 1944 was dit de grootste goederensluis van de geallieerden, maar na de oorlog werd het wonder van de Britse genie wegens materiaalschaarste gedemonteerd. Wat achterbleef, wordt nu gesloopt door de branding. Een caisson oogt erg rafelig sinds zware golven er op 8 oktober een stuk af beukten, tot grote spijt van dertiger Mark Worthington uit Engeland die tweetalig in het museum rondleidt. In het Nederlands kan hij de film gaat nu beginnen! en pas op het trapje! zeggen.

Ook hij zag Saving Private Ryan. “Al jaren hoor ik verhalen van veteranen en daardoor word je een beetje immuun. Maar door de film drong de werkelijkheid tot me door.' Hij doelt daarmee uitsluitend op het nu al veel geroemde deel over de landing, “want de rest had overal kunnen zijn'.

Dat gebrek aan historische accuratesse vindt Worthington des te spijtiger omdat hij dagelijks de meest idiote vragen krijgt. “Een Amerikaanse dame wilde laatst weten of er delen van de haven waren gevonden bij de aanleg van de Kanaaltunnel, iemand anders vroeg in ernst wat ik zelf gedaan had op D-Day.' Ook dom: het 60-plus echtpaar Lyon uit San Diego reisde in 1996 naar Calais, waar niemand kon vertellen waar Normandy en Omaha Beach lagen. Ze werden verwezen naar Duinkerken en keerden vandaar onverrichterzake terug naar Californie. “And we have both been in high school', zegt mevrouw om aan te geven dat het niet aan hen zelf lag. Het zien van Saving Private Ryan motiveerde hen voor een tweede poging, ook al werd de voorstelling onderbroken omdat iemand wegens de schokkende beelden per brancard moest worden afgevoerd. Mevrouw Lyon gepiqueerd, met een gebaar naar buiten: “Waarom hebben wij op school nooit van deze haven gehoord?' Begraafplaatsbeheerder Michael Green had het antwoord al eerder gegeven: “De meeste Amerikanen zijn wel in staat D-Day te relateren aan de Tweede Wereldoorlog. Maar vooral jongeren halen plaatsen en tijdstippen volledig door elkaar als ze op school bij geschiedenis niet toevallig een Normandie-project hebben gedaan.'

Ook de Amerikaan Phillippe Jutras betreurt het verschijnsel projectonderwijs met name in Frankrijk, al doet hij zelf reeds 26 jaar een Normandie-project. Hij arriveerde er pas op 24 juli 1944, toen de Duitsers onschadelijk waren gemaakt, maar telde ruim vijftig gevechtsdagen in de Ardennen en daarna. In 1972 keerde hij voorgoed naar Frankrijk terug en werd curator-directeur van het toen zieltogende en nu prachtige Musee des troupes Aeroportees in Sainte Mere-Eglise.

Dat is hij nu nog. Onbezoldigd, of dat in de krant mag. En ook dat iedereen tussen 15 en 55 de film over soldaat Ryan moet gaan zien. “Absoluut een meesterwerk' stelt Jutras in zijn huis aan het marktplein. In de loop der jaren interviewde hij tientallen getuigen van de invasie en stelde al zijn bandopnamen ter beschikking aan Stephen Ambrose, de historisch adviseur van Spielberg voor Saving Private Ryan. Daarom figureert Jutras, met baret en oorlogsmedailles, in het begin van de film, op het kerkhof, en daarom schreven Spielberg en Hanks lovende woorden in Jutras' scrapbook. “De laatste veteranen, ik ook, we gaan binnenkort allemaal ...' - en hij maakt een handgebaar naar het plafond. “Met dat museum heb ik tenminste iets goeds gedaan.'