Niet betuttelen, niet laten verzuipen; Onderwijs

Sinds enkele jaren staat beter hoger onderwijs in het brandpunt van de belangstelling. Minder hoorcolleges, meer begeleiding. Studenten zijn nauwelijks nog van scholieren te onderscheiden.

EINDELIJK niemand die het merkt als je te laat komt. Geen docent die zich druk maakt als je de krant leest tijdens zijn betoog. Aan universiteiten word je vrij gelaten. Docenten behandelen je als volwassene.

Niet dus. Terwijl middelbare scholen van hun leerlingen in het studiehuis steeds meer zelfstandigheid vragen, nemen veel universiteiten sinds een paar jaar hun studenten weer bij de hand. Voorbij zijn de tijden dat de student als anonieme volwassene kennis kwam opdoen in de collegebanken om die vervolgens ten toon te spreiden bij tentamens. Studenten krijgen nu een mentor die hen persoonlijk begeleidt. Docenten stippelen precies uit welke pagina's je moet lezen. Controle op studieopgaven is er ook, docenten delen zelfs strafwerk en bonuspunten uit aan luie en ijverige studenten.

Universiteiten kregen er begin jaren negentig genoeg van dat jaarlijks ruim een kwart van de studenten in het eerste jaar afhaakte. In de doctoraalfase hield nog eens 15 procent het voor gezien. De universiteiten waren elk jaar handenvol geld kwijt aan uitvallers. Studenten op hun beurt klaagden steeds vaker dat studieprogramma's te zwaar waren, gezien de strengere regels voor studieduur en studiebeurs.

Het ministerie van Onderwijs formuleerde drie jaar geleden een antwoord op deze problemen, dat `studeerbaarheid' kwam te heten. Voor alle faculteiten, zowel aan universiteiten als aan hogescholen, zou voortaan gelden: een studie moet binnen vier jaar `te doen' zijn. Het aantal te lezen boeken, te maken tentamens en te volgen colleges moet passen binnen vier jaar (of vijf jaar voor betastudies). De opleidingen moesten ook beter aansluiten op het voortgezet onderwijs. Het ministerie honoreerde drieduizend plannen van universiteiten en hogescholen met in totaal 500 miljoen gulden om het onderwijs te verbeteren.

“De overgang van moeder thuis naar het zelfstandige leven als student moet je niet onderschatten', vindt onderwijskundige Peter Bouhuijs, werkzaam aan de Universiteit Maastricht. Hij is de afgelopen vier jaar lid geweest van twee zogeheten visitatiecommissies die de opleidingen economie en bestuurskunde beoordeelden. Schoolverlaters kunnen eenvoudig verzuipen in de collegezaal, aldus Bouhuijs. Aan hun capaciteiten hoeft het niet te liggen: “Als je hun eindexamencijfers bekijkt, kom je hele goede leerlingen tegen tussen de drenkelingen.' Enkele jaren geleden kwam het nog voor dat een faculteit tegen kerst 20 procent van haar eerstejaars kwijt was zonder dat ook maar een docent hen ooit had ontmoet. “Zo bewijs je als universiteit niemand een dienst', zegt Bouhuijs.

Studenten moeten intensiever worden begeleid, zo schrijven de regels van `studeerbaarheid' voor. Maar hoe valt dat te realiseren, bijvoorbeeld bij een faculteit als de economische aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit waar enkele jaren geleden nog 1.500 eerstejaars binnenkwamen? Bouhuijs: “Dat waren colleges in de Ahoyhallen dus. Dat was zo massaal, het is heel duur om dat kleinschalig te organiseren. Het is onmogelijk iedereen persoonlijk te kennen.' Tegenwoordig beginnen jaarlijks zo'n 700 studenten aan economie in Rotterdam. Studentenaantallen dalen: er zijn minder schoolverlaters, meer banen en de regels voor studiefinanciering zijn verscherpt.

Sinds enkele jaren zijn de universiteiten genoodzaakt serieus werk te maken van het onderwijs. Ze mogen zichzelf niet langer beschouwen “als onderzoeksinstelling waar studenten een passerend kwaad zijn', aldus Bouhuijs. In de persoonlijke begeleiding van studenten moet een evenwicht worden gevonden.

Niet te veel: “Je mag studenten niet betuttelen.' En niet te weinig: “Want dan verzuipen ze.' Bij zijn werk voor de visitatiecommissies leerde Bouhuijs dat sommige faculteiten doorschieten in hun onderwijsvernieuwingen: “Ze begeleiden hun studenten in het eerste jaar heel intensief, net als op de middelbare school. Vervolgens laten ze hen in het tweede jaar in een klap los. En dan zijn ze verbaasd dat studenten alsnog verdrinken!' Geleidelijk leren zwemmen is het devies van Bouhuijs.

Een groot voordeel van de onderwijsvernieuwing is dat studenten veel eerder te maken krijgen met vaardigheden als schrijven en presentatie, vertelt H.G. van Liempd beleidsmedewerker onderwijs aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg. “Vroeger leerde je pas een goed verhaal schrijven bij het maken van je scriptie. Nu moet je al veel eerder stukken schrijven en die voor de groep verdedigen.'

Terwijl de universiteiten hun onderwijs steeds schoolser maken, worden de hogescholen de laatste jaren juist minder schools. Net als de middelbare scholen vervangen ze klassikale lessen door kleine werkcolleges en stimuleren het dat studenten zelf onderzoek doen, het liefst via computernetwerken. De student die de juiste vaardigheden heeft om zich door het studiehuis heen te slaan, zal zich in de toekomst dus op de hogeschool thuisvoelen.

Zowel aan hogescholen als universiteiten rukt het zogeheten probleemgestuurd onderwijs op. Kern hiervan is dat studenten in kleine groepen een casus bespreken, gerelateerd aan de studiestof. Vervolgens gaan ze uit elkaar om in de literatuur antwoorden te zoeken op de probleemstelling. Als ze terugkeren, vergelijken ze hun oplossingen en bespreken die met de docent.

De oplossing is in het probleemgestuurd onderwijs minder belangrijk dan de manier waarop je hem vindt - het gaat erom dat je zelf leert denken.

Of opleidingen door alle vernieuwingen ook echt `studeerbaar' zijn geworden, valt moeilijk te meten, vindt de Tilburgse onderwijskundige Van Liempd. “Het zal mij benieuwen hoe de Onderwijsinspectie en de visitatiecommissies dat gaan doen. Als de beste studenten een opleiding binnen vier jaar kunnen halen, dan geldt die officieel als `studeerbaar'. Maar er zullen altijd studenten zijn die er langer over doen. De een is wat zwakker, de ander wil er activiteiten naast doen. Dat is ook helemaal niet erg. Maar je kunt er niet uit afleiden dat de faculteit een opleiding heeft samengesteld die `onstudeerbaar' is.'

Belangrijk gevolg van de pogingen om studenten bij de les te houden, is de invoering van allerlei `externe prikkels'. Alle studenten zijn sinds drie jaar onderworpen aan het regime van de prestatiebeurs: wie minder dan de helft van zijn studiepunten per jaar haalt, moet zijn rentedragende lening terugbetalen en krijgt geen beurs. De Universiteit Leiden voerde daarnaast vorig jaar een bindend studieadvies in. De faculteit begeleidt propedeusestudenten persoonlijk maar wie in het eerste jaar minder dan 21 van de 42 studiepunten haalt moet vertrekken.

Peter Koning, tweedejaars student informatica haalde zijn propedeuse in een klap. De financiele druk van de prestatiebeurs was voor hem een grotere stok achter de deur dan de dreiging van een bindend negatief advies, omdat hij zijn studie grotendeels zelf betaalt. “Ik kan het me niet permitteren om mijn lening terug te storten.' Toch is het bindend studieadvies wel nuttig, vindt Koning, omdat het onrecht bestrijdt: “De vermogende studenten moeten nu ook hun best doen.'

Op de economische faculteit van de Erasmus Universiteit kun je tegenwoordig een contract tekenen met de docent.

Daarin leg je vast dat je behalve hoorcolleges alle practicumcolleges zult volgen - met een groep van vijftig studenten. Als je ook nog je opdrachten tijdig inlevert, krijg je bonuspunten tijdens je tentamens, conform het contract.

De invoering van dergelijke bonussen, straffen en andere schoolse maatregelen verdringt de belangstelling voor de inhoud van een opleiding, waarschuwt onderwijskundige P. Bouhuijs in Maastricht. “Dat is een natuurlijke verschuiving: eerst kom je op een werkcollege om iets te leren omdat het je interesseert. Later kom je alleen omdat je er bonuspunten voor krijgt.' Volgens Bouhuijs kan dat niet de bedoeling zijn van hoger onderwijs. “Ik roep ook wel eens tegen mijn zoon: `haal eerst maar eens dat tentamen!' maar ik wil eigenlijk dat de stof hem interesseert.'