Misvattingen over het IMF

eschouwd vanuit een hotelsuite in Singapore ziet de wereld er anders uit dan vanuit de persruimte van het IMF in Washington. Terwijl Eduard Bomhoff in zijn column van 10 oktober beschreef hoe hij in het door de Aziatische recessie geplaagde Singapore in een vrijwel leeg hotel vertoefde, verbleef ik in Washington, waar de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank werd gehouden. Daar spraken economen van naam en vooraanstaande autoriteiten op een andere toon over de internationale financiele crisis dan Bomhoff doet.

Onder de kop Crisis? schreef Bomhoff op 26 september dat het allemaal best meevalt in de wereld. Dat artikel was een impliciete reactie van Bomhoff op kritiek van mij op eerdere columns van hem. Met zoveel woorden stelde hij dat de ontwikkelingen in de wereld zich aardig aan zijn voorspellingen hadden gehouden. Rusland had zichzelf failliet verklaard en het wereldgeldstelsel was niet in gevaar gekomen.

Ik ben bang dat hij nog steeds niet heeft begrepen wat de verwevenheid van de internationale kapitaalmarkten tegenwoordig betekent. Toen Rusland op 17 augustus eenzijdig zijn schuldverplichtingen waardeloos verklaarde en de roebel devalueerde, veranderde de risico-perceptie van de internationale financiele markten totaal. Het gevolg was dat de kredietverlening aan vrijwel alle `opkomende landen' droogviel en dat vluchtig kapitaal zijn toevlucht zocht in de veiligst geachte beleggingen, Amerikaanse en Duitse staatsobligaties. Met andere woorden: de default van Rusland leidde tot een capital crunch, acute financieringsproblemen in bijvoorbeeld Latijns Amerika.

Deze ommekeer in het marktsentiment veroorzaakte een maand later het bijna-bankroet van een groot Amerikaans beleggingsfonds met een verwoestende speculatieve hefboomwerking. Sindsdien staat de internationale financiele wereld te trillen op haar grondvesten. Aandelen, obligaties, valuta`s - niets is op het ogenblik stabiel.

Terwijl Bomhoff schreef dat er met het wereldgeldstelsel niets aan de hand is, lieten anderen zich bezorgder uit. Dat Clinton sprak van “de grootste financiele uitdaging in een halve eeuw' kan nog als de retoriek van een president op zoek naar een nieuw thema worden afgedaan. Maar ook mensen die hun woorden op een goudschaaltje wegen, zoals Alan Greenspan en Alice Rivlin (resp.

voorzitter en vice-voorzitter van de Federal Reserve Board, het stelsel van Amerikaanse centrale banken) toonden zich uitermate bezorgd. Paul Volcker, het momument van de internationale monetaire wereld, zei in een toespraak: “De problemen die we op het ogenblik zien, zijn onderdeel van het systeem zelf (systemic) in de letterlijke zin dat ze voortkomen uit de normale werking van het wereldwijde financiele kapitalisme.'

Bomhoff ziet het kennelijk anders. Op 10 oktober schreef hij (`Twee suggesties voor het IMF') dat er geen sprake is van ondoorgrondelijke banden tussen Thailand, Korea en Rusland of Brazilie. Het was eenvoudiger: Rusland had te maken met ingestorte belastingen en Brazilie met een moeilijke presidentsverkiezing. Als dat het enige Russische probleem was, zou het makkelijk zijn opgelost. En Brazilie had helemaal geen moeilijke presidentsverkiezing: Cardoso won in de eerste ronde gemakkelijk met een absolute meerderheid. Het Braziliaanse probleem is de algemene risico-aversie voor `opkomende landen', plus specifieke problemen zoals een enorm begrotingstekort, hoge rente en een overgewaardeerde munt die is gekoppeld aan de dollar. Daar komen in crisistijden speculanten op af als wespen op de limonade.

In dezelfde column neemt Bomhoff het IMF op de korrel. Het IMF geeft volgens hem `uw en mijn' belastinggeld uit aan programma's in slechte landen en vult daarmee de zakken van bankiers. Hetzelfde argument wordt gebruikt door rechtse Republikeinen en conservatieve Amerikaanse think tanks. Natuurlijk staat het Bomhoff vrij om hun mening te delen, maar het is niet waar.

Het IMF wordt niet gefinancierd met belastinggeld uit de begroting. Voor haar kredietverlening doet het IMF een beroep op de deviezenreserves van de lidstaten.

Zo ook in Nederland. Op de Rijksbegroting staat nergens een post `bijdrage IMF', wel in de Weekstaat van De Nederlandsche Bank die iedere donderdag in deze krant wordt gepubliceerd.

Vervolgens geeft Bomhoff twee suggesties voor het IMF. De eerste is om een hogere rente dan 0,5 procent te berekenen op leningen aan crisislanden. Hij slaat de plank weer mis. Het IMF berekent helemaal geen gesubsidieerde rente aan Korea, Thailand en Rusland.

Het IMF hanteert een fluctuerend rentetarief dat parallel loopt aan de geldmarktrente. Dit betekent - ik heb het nog even nagevraagd - op het ogenblik een rente van 4,75 procent voor Thailand en Rusland en van 7,75 procent voor Zuid-Korea, dat onder een zwaarder programma valt. De normale rente die het IMF hanteert is weliswaar lager dan commerciele banken berekenen, maar het Fonds is niet voor niets een cooperatie voor onderlinge monetaire hulpverlening en geen instelling gericht op winst.

Het IMF hanteert wel een rentetarief van 0,5 procent voor straatarme ontwikkelingslanden in zogenoemde ESAF-leningen. Men kan zich afvragen (dat doet Bomhoff overigens niet) of het de taak van het IMF is om dergelijke gesubsidieerde betalingsbalanssteun te geven aan arme landen. Dezelfde vraag kan gesteld worden aan het Nederlandse ontwikkelingsbeleid dat sinds jaar en dag dergelijke betalingsbalanssubsidies verstrekt.

De tweede suggestie van Bomhoff is dat het IMF moet kunnen helpen als commerciele banken niet al hun beleggers terugbetalen. Ik neem aan dat hij bedoelt dat het IMF kredieten moet verstrekken aan crisislanden ook als die landen hun verplichtingen aan commerciele crediteuren niet nakomen. In dat geval wordt hij op zijn wenken bediend, want onder voorwaarden is het IMF hiermee op de afgelopen jaarvergadering akkoord gegaan.

Er zitten overigens heel wat haken en ogen aan.

Tot slot haalt Bomhoff Milton Friedmans uitspraak aan dat het kapitalisme niet alleen over het maken van winst, maar ook over het afdwingen van verliezen gaat. Een waar woord. De door Bomhoff zo verguisde bankiers hebben de afgelopen maanden dan ook enorme verliezen geincasseerd.