Laagveengebied moet weer vol eenden en grutto's

Verdroging bedreigt de typisch Nederlandse laagveengebieden. Maatregelen zoals bij het Naardermeer moeten de rijkdom aan planten en dieren doen terugkeren.

“Heren doet u het gerust, u zult er geen spijt van krijgen,' zei volgens de overlevering een bewoner van het laagveengebied Naardermeer tegen Jac. P. Thijsse, toen deze in 1905 overwoog het natuurgebied aan te kopen om te verhinderen dat het laagveen tot een vuilstort zou verworden. Thijsse's aankoop vormde de aanleiding voor de oprichting van Vereniging Natuurmonumenten.

Was het Naardermeer begin deze eeuw een voorbeeld voor natuurbeheerders, inmiddels lijkt het bekendste laagveenmoeras van Nederland opnieuw een voortrekkersrol te vervullen bij het behoud van deze typisch Nederlandse laagveengebieden. Dreigde het Naardermeer enkele jaren geleden nog langzaam leeg te lopen en het laagveen weg te kwijnen, inmiddels lijkt dit proces tot staan gebracht. Gisteren kreeg staatssecretaris Faber (natuurbeheer) bij het Naardermeer een studie van Natuurmonumenten aangeboden naar de Nederlandse laagvenen.

De waarde van Nederlandse laagveengebieden wordt bedreigd, zo staat in het rapport. Belangrijkste oorzaak is de verdroging van de laagveengebieden, die al decennia lang het milieu schade berokkent. De laagveengebieden worden er saaier door, minder rijk aan vegetatie en diersoorten. Belangrijkste oorzaak van de verdroging de afgelopen decennia is het rigoureus wegslaan van water uit polders ten behoeve van de landbouw, en de waterwinning uit grondwater ten behoeve van de grotere steden en de industrie. Verdroging doet zich in heel Nederland voor, maar in de kwetsbare laagveengebieden zijn de effecten het grootst.

Vereniging Natuurmonumenten doet in de studie vier aanbevelingen. Ten eerste moeten laagveengebieden meer ruimte krijgen, want hoe groter het aaneengesloten gebied, des te beter is een goede waterhuishouding te realiseren.

Ten tweede moet het water schoner worden dan het de laatste jaren al geworden is, door het werk van waterschappen en zuiveringsschappen. Nog steeds moet jaarlijks miljoenen liters vervuild water in de laagvenen worden gepompt om de verdroging tegen te gaan. Ten derde moet het beheer van de gebieden verfijnd worden om de biodiversiteit te waarborgen. Zonder deskundig maaien, hooien, kappen, baggeren en laten begrazen blijven veel soorten planten en dieren weg. En ten vierde moeten de Nederlandse `wetlands' toegankelijker gemaakt worden voor het publiek: niet alleen over water, maar ook door wandelpaden en fietsroutes inclusief observatiehutten. Op minder van tien kilometer van het centrum van Amsterdam of Groningen oog in oog met lepelaar, kwak, rietorchis en kranswier, dat is volgens Vereniging Natuurmonumenten alleszins realistisch.

In het laagveengebied Naardermeer is het gewenste beheer redelijk ver gevorderd. Er is een begin gemaakt met een ecologische verbinding tussen Naardermeer en de Ankeveense Plassen, zodat een aaneengesloten moerasgebied lijkt te gaan ontstaan. Daartoe kocht Natuurmonumenten de afgelopen jaren bijna tweehonderd hectare landbouwgrond aan in de Nieuwe Keverdijkse Polder. De meeste agrarische bedrijven zijn verdwenen, er lopen reeen rond, en het land zal binnenkort worden begraasd door galloway-runderen. In de polder werd april dit jaar het waterpeil verhoogd, als gevolg waarvan minder water wegzijgt uit het laagveengebied naar de polder. Ook de waterwinning uit grondwater hoopt Natuurmonumenten in overleg met de waterwinbedrijven terug te kunnen dringen, ten gunste van winning uit gezuiverd oppervlaktewater.

Het beheer van het laagveengebied bij Naarden is volgens Natuurmonumenten een voorbeeld voor hoe het elders in het land zou moeten, in laagveengebieden als De Wieden in Overijssel, Botshol bij Amsterdam en Nieuwkoopse Plassen.

In het laagveengebied Naardermeer zijn stukken bos weggehaald en ondiepe plassen aangelegd om het proces van verlanding weer een kans te geven, met alle interessante ecologische gevolgen van dien.

Natuurmonumenten noemt als nieuwe bezoekers eendensoorten als zomertaling wintertaling en pijlstaart, steltlopers als tureluur en grutto, en verder lepelaar, zwarte stern, kemphaan en visarend. Ook het baggeren is ter hand genomen. Aan de oever van het Naardermeer, vlak bij de uitvalsbasis van Natuurmonumenten, ligt nu zelfs een gloednieuwe zelfgebouwde baggerboot. De algengroei is al teruggedrongen ten gunste van onder meer het zeldzame groot nimfkruid en diverse soorten kranswier. Ook de toegankleijkheid van het gebied is vergroot. Zo is er een druk bezocht laarzenpad aangelegd. En er zijn allerlei excursies, onder andere een speurtocht naar een geheimzinnige kenner van het Naardermeer.