Kosovo

Ingrijpen in Kosovo is onrechtmatig, schrijven N.M. Blokker en D. Raic (NRC Handelsblad, 12 oktober). Aan het eind van hun artikel maken ze nog wel kort melding van de mogelijkheid van (gewapende) humanitaire interventie zonder uitdrukkelijke toestemming van de Veiligheidsraad, maar die mogelijkheid is onder juristen betwist, stellen zij.

Beide auteurs melden niet dat een toenemend aantal volkenrechtsgeleerden militair ingrijpen in acute humanitaire noodsituaties (bijvoorbeeld dreigende genocide) legitiem acht wanneer de Veiligheidsraad niet tot een effectief besluit kan komen.

De laatste decennia is een praktijk gegroeid waarbij staten in uitzonderlijke gevallen zelf het heft in handen nemen om aan situaties van dreigende genocide een eind te maken. India maakte een eind aan de massale slachting van Bengalezen in het toenmalige Oost-Pakistan, Vietnam maakte een eind aan het bewind van Pol Pot, Tanzania verdreef de Oegandese dictator Idi Amin en Amerika, Frankrijk en Engeland grepen militair in ten behoeve van onderdrukte Koerden in Noord-Irak. Ook de NAVO-bombardementen op Bosnisch-Servische doelen om het beleg van Sarajevo te breken waren een humanitaire interventie die onvermijdelijk was geworden omdat de Verenigde Naties het hadden laten afweten.

In acute noodsituaties moeten er, om met prof. A.J.P. Tammes te spreken, `ontsnappingsbeginselen in het volkenrecht' zijn. Als `het geweten der mensheid wordt geschokt' (Oppenheim/Lauterpacht) omdat een staat zich op zeer grove wijze aan de eigen onderdanen vergrijpt en alle andere middelen zijn uitgeput, verder uitstel of dralen ernstige consequenties op humanitair gebied heeft, de Veiligheidsraad niet verder komt dan krachteloze resoluties die toch in de wind worden geslagen, dan is gewapend ingrijpen volkenrechtelijk zeker niet onrechtmatig.