IND: prostituees niet zelfstandig

Een aantal Oost-Europese prostituees wil hier als zelfstandig ondernemer aan de slag maar ze kregen tot twee keer toe geen vergunning omdat ze niet zelfstandig zouden zijn.

Acht van de tien Oost-Europese prostituees die op de Amsterdamse Wallen werken, zijn het slachtoffer van vrouwenhandel. Dat stelden twee politieambtenaren gisteren voor de Amsterdamse rechtbank tijdens de behandeling van het beroep van zes Oost-Europese prostituees tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De vrouwen willen zich in Nederland vestigen als zelfstandig ondernemer, maar de IND gelooft niet dat ze daadwerkelijk zelfstandig zijn. Daarom weigerde de IND tot twee keer toe een verblijfsvergunning. Volgens rechercheur H. Florie van het Sfinx-team dat de afgelopen maanden onderzoek deed naar vrouwenhandel op de Amsterdamse Wallen, komen de meeste Oost-Europese prostituees met valse papieren naar Nederland. “De meisjes zijn meestal laag opgeleid en naief en zijn een gemakkelijke prooi voor vrouwenhandelaren. Ze hebben vaak schulden, omdat ze de handelaren moeten terugbetalen voor een vals paspoort en de reis naar Nederland', aldus Florie.

Volgens de politieman is het moeilijk om bewijs te verzamelen tegen de vrouwenhandelaren omdat veel slachtoffers geen verklaring durven af te leggen. “Niet alleen de vrouwen zelf worden bedreigd, maar ook hun familieleden in het buitenland', zei Florie. Ook zijn chef, commissaris T. Eeken, betwijfelt of de vrouwen daadwerkelijk zelfstandig werken. Volgens hem hebben ze haast nooit geld, terwijl ze toch vijfhonderd tot duizend gulden per dag verdienen. Bovendien zijn er volgens Eeken altijd `beschermers' in de buurt. Daarom gaat hij ervan uit dat de prostituees hun verdiensten moeten afdragen.

De beide politiemannen waren gisteren als getuige opgeroepen door de landsadvocaat, mr. .TEvan Leeuwen, om aan te tonen dat de prostituees niet als zelfstandig ondernemer werken. Twee jaar geleden vroeg een twintigtal Oost-Europese prostituees een verblijfsvergunning aan. Daarbij beriepen ze zich op de zogeheten associatieverdragen die de Europese Unie begin jaren negentig sloot met een aantal Oost-Europese landen, zoals Bulgarije, Tjechie Hongarije en Polen. Volgens deze overeenkomst mogen ondernemers zich vrij vestigen in de Europese Unie. De IND wees die verzoeken af. De vrouwen gingen in beroep en de rechter stelde ze vorig jaar juni in het gelijk.

Afgelopen zomer wees de IND het verzoek van de vrouwen echter opnieuw af. Volgens Van Leeuwen konden de vrouwen onvoldoende aantonen dat ze daadwerkelijk als ondernemer werken. Zo zouden de vrouwen geen administratie bijhouden. Ook ontbrak een ondernemingsplan. Volgens de raadsman van de vrouwen, mr. G. van Andel, is er evenwel niets veranderd sinds de rechter zijn clienten vorig jaar in het gelijk stelde. Hij hekelde de houding van de IND, die volgens hem weigert zich bij de beslissing van de rechter neer te leggen. Ook had Van Andel kritiek op de brief die het hoofd van de IND dit voorjaar naar de gemeente Amsterdam stuurde. Op basis van die brief worden Oost-Europese prostituees niet langer gedoogd op de Wallen.

Van Andel meent dat de Oost-Europese prostituees zich met een verblijfsvergunning juist beter kunnen verweren tegenover vrouwenhandelaren. Die mening werd gisteren gedeeld door M. Albrecht van de Stichting tegen Vrouwenhandel. Volgens haar heeft het “illegaliseren en criminaliseren' van prostituees een averechts effect. Albrecht: “Hoe meer rechten ze hebben, des te beter kunnen ze zich verdedigen.'