Het IMF bewandelde in Rusland de verkeerde weg

Het IMF heeft ernstige fouten gemaakt ten aanzien van de economische crisis in Rusland. Het is een gevolg van gepolitiseerde beslissingen meent Jegor Gaidar. Het IMF had Rusland nooit geld moeten lenen zolang het geen ingrijpende hervormingen had doorgevoerd.

In 1994 presenteerde de regering-Tsjernomyrdin een avonturiersbegroting aan de Doema. De inflatie moest met niet-monetaire middelen worden bestreden. De regering was evident niet van plan radicale hervormingen uit te voeren en toonde zich wars van `monetaire romantiek'. Onder druk van de linkse oppositie werd het tekort daarop verder verhoogd. Het was duidelijk dat dit beleid geen financiele stabilisering zou brengen en er volgde dan ook een nieuwe golf van hyperinflatie. Conclusie: er bestonden geen gedegen gronden voor de verschaffing door het IMF van een lening. Niettemin besloot het IMF, op grond van politieke motieven, het geld toch toe te wijzen.

De regering-Kirijenko heeft gestreefd naar eerlijke samenwerking met het IMF. Naar professionele maatstaven gemeten had zij een adequaat crisisbestrijdingsprogramma en verdiende ze de steun van het IMF. Maar het valt nauwelijks te verhelen dat het IMF zich soms met alle genoegen heeft laten bedriegen - zoals in 1994.

Het IMF is toegesneden op een bijzonder type situaties - als laatste geldschieter wanneer een land een drastische verandering in de lopende rekening van de betalingsbalans moet verwerken. De hulp van het IMF werkt alleen in landen die een logisch economisch beleid voeren. Als zo'n land bijvoorbeeld een tekort aan deviezen oploopt, wil het IMF die weer op peil brengen, en voor dat doel stelt dat land een sluitende begroting op, bezuinigt op de kosten en zorgt voor meer inkomsten. Om sterke koersschommelingen van de nationale munt en algehele destabilisering van het financiele stelsel tegen te gaan heeft het korte tijd behoefte aan extra liquide middelen. Daarin kan het IMF dan voorzien. Een andere mogelijkheid is dat het land in kwestie nog niet besloten heeft wat voor beleid het zal voeren.

De politieke elite is het er nog niet over eens dat ze een sluitend financieel beleid en een converteerbare munt wil; ook heeft ze nog niet besloten om de tering naar de nering te zetten. Toch heeft ze, om politieke redenen, besloten met het IMF in zee te gaan. Dus zet ze het IMF onder druk om het geld toe te kennen. Maar men moet dan wel beseffen dat stabilisering die slechts gebaseerd is op consumptie van buitenlandse leningen niet lang zal duren.

De kans is groot dat het legaal ontvangen geld zal worden gebruikt voor kapitaalvlucht en het land achterblijft met de oude economische problemen, plus een verhoogde buitenlandse schuld.

De huidige situatie in Rusland stelt het Westen, inclusief het IMF, voor een lastige keus. Als het Westen een politiek doel nastreeft - voorkomen dat men de controle verliest over de stabiliteit in een land met 20.000 kernkoppen - dan heeft het IMF daar niets mee te maken, en moet een ander instrument in het leven worden geroepen. De G7 zou bijvoorbeeld een apart fonds voor Rusland kunnen oprichten: in de huidige situatie is het de algemene chaos in Rusland en niet alleen de inflatie waar een eind aan moet worden gemaakt.

Het besluit van de regering-Kirijenko om een moratorium van 90 dagen in te stellen op de betaling van commerciele schulden aan buitenlandse banken en de herstructurering van roebel-schatkistpromessen (bekend als GKO's) was in essentie juist. De ramp is niet op 17 augustus geschied maar aan het begin van die maand, toen bleek dat het onmogelijk was de negatieve trend in de economie te doorbreken. De Doema aanvaardde niet het gehele pakket anticrisiswetgeving, de banken geloofden niet dat de regering hun financien in orde zou kunnen maken.

Daarop begon de panische vlucht uit de roebel, de verkoop van goud- en deviezenreserves die wellicht zou worden gevolgd door verlies van controle over de roebelkoers en de sluiting van de GKO-markt.

Voor de toen volgende ontwikkelingen waren er twee scenario's. Het ene bestond erin geld te drukken en daar GKO's van te betalen waarna investeerders tot de ontdekking zouden komen dat er van dat geld geen dollars gekocht konden worden. Het andere was de onmiddellijke herstructurering van de binnenlandse schuld bekend te maken en betaling op te schorten. Onder de omstandigheden die daadwerkelijk tot de financiele catastrofe hebben geleid, waren geen andere, mildere beslissingen mogelijk, ook al is er nog steeds iemand die het tegendeel beweert.

Drie dingen hadden anders gemoeten en gekund. Ten eerste was het verkeerd om op een ander spoor te gaan zitten wat betreft de koers van de roebel ten opzichte van de dollar. Men had de koers vrij moeten laten devalueren tot een niveau waarop men hem aan de dollar had kunnen koppelen. Men had moeten zeggen dat de dollar 10-12 roebel ging kosten en met cijfers moeten aantonen waarom het nu juist 12 roebel moest zijn. Devaluatie werd besproken en de deugdelijkheid van de redenering werd door niemand betwist, maar de politieke wil ontbrak.

Ten tweede had geen verplicht moratorium moeten worden ingesteld op schuldbetalingen door de Russische banken. Natuurlijk waren maatregelen nodig om de Russische banken te helpen die niet in staat waren aan hun verplichtingen jegens Westerse crediteuren te voldoen en die bescherming behoefden tegen processen. Maar het moratorium had vrijwillig moeten zijn, en er had onmiddellijk een consortium van Russische banken met schulden moeten worden gevormd, en dat had besprekingen moeten beginnen met Westerse partners, hetgeen de regering-Kirijenko ook wilde, maar de tijd ontbrak.

Ten derde besloot men tot een uitermate ongelukkig plan voor de herschikking van schulden. Dit plan leverde evenmin liquide middelen als garanties voor buitenlandse investeringen op. Er werd gekozen voor de slechtst mogelijke variant. Desondanks ben ik ervan overtuigd dat het zelfs op 23 augustus voordat de regering-Kirijenko naar huis werd gestuurd, nog mogelijk was geweest de situatie te verbeteren en het ultimatum van de Westerse banken te vermijden.

De hoogste prioriteit van Westerse banken zijn non-discriminatoire schuldbetalingsregelingen. Toen ze te horen kregen dat niemand geld terug zou krijgen, aanvaardden ze dat als de realiteit zij het zonder enthousiasme. Maar toen ontdekten ze dat zij niets kregen terwijl een selecte groep wel werd uitbetaald.

De Russische regering kan de bankcrisis op twee manieren oplossen, waarvan er een serieus is en de andere niet. De serieuze oplossing is een aanzienlijke liberalisering van het bankwezen, waarbij niet-ingezetenen tot het land worden toegelaten en mogen bijdragen tot de rehabilitatie van de Russische banken, en de tegoeden van de burgers worden gegarandeerd en niet de belangen van de bankeigenaren. Op den duur zal dit een gunstig effect hebben op het Russische bankwezen en een kwaliteitsverbetering laten zien.

De tweede oplossing is geld drukken, de schulden met dat geld afbetalen en de banken nationaliseren.

Waarom neemt de productie al zo lang toe in Polen en Estland en niet in Rusland? Onze productie kan niet groeien als de prijzen instabiel zijn en alle prijsverhoudingen onvoorspelbaar zijn; en als de rente op krediet exorbitant hoog is.

Rusland had hervormingen geentameerd waardoor een weefsel van marktrelaties kon gaan groeien.

Maar de hervormingen werden te spoedig al weer omgebogen om de markt niet alleen in stand te houden, maar ook voor economische groei te laten zorgen.

Eind augustus leken politici een panacee gevonden te hebben: de Argentijnse variant, de politiek van de currency board. De currency board is echter niet een fundamenteel nieuwe uitvinding. Het is een normale constructie voor rationele economische hervormingen. Als je het belastingstelsel en de sociale zekerheid herstructureert, als je een overschot op de primaire begroting weet te bereiken en het prive-eigendom garandeert, dan kun je het ook uitstekend zonder zo'nvalutaraad stellen. Maar als dat alles je niet lukt, dan helpt een currency board ook niet.