`Een masterclass is een liefdesrelatie'; Violist Isaac Stern wil jonge musici trainen in het maken van kamermuziek

Muziek maken met vrienden is het ideaal van meesterviolist Isaac Stern, die in Amsterdam is om enkele concerten te geven en `een workshop'. “Een echte masterclass geven betekent om te beginnen de botten van je leerlingen breken.'

“Thank God', verzucht meesterviolist Isaac Stern, wanneer de fotograaf al binnen enkele minuten klaar is met zijn portret. De 78-jarige maestro, die op uitnodiging van het Concertgebouw naar Amsterdam gekomen is om enkele concerten en masterclasses te geven, oogt geirriteerd. Het Amstelhotel is niet meer wat het ooit geweest is, buiten blijft het maar regenen, en de hele ochtend interviews geven is een noodzakelijk kwaad. Maar wanneer ik hem complimenteer met Caprice Viennois, zijn nieuwe cd met encore-pieces van Kreisler in een bewerking voor viool en orkest leeft Stern onmiddellijk op. “Ik vond het heerlijk om deze opname te maken. Ik heb ervan genoten, speciaal vanwege het Franz Liszt Chamber Orchestra. Ze spelen wonderfully, het zijn goede vrienden. Voor hun is deze muziek als moedermelk.'

Muziek maken met vrienden, dat is nog altijd het hoogste ideaal van deze wereldburger onder de beroemde violisten, die zichzelf, in het besef dat hij oppergod Jascha Heifetz nimmer zou kunnen overtreffen, ooit als `the second best fiddler of the world' afficheerde. Sterns schitterende opnames uit de jaren vijftig en zestig rechtvaardigen deze kwalificatie tot op zekere hoogte, maar in de jaren daarna verplaatste zijn aandacht zich van pure violistiek naar politiek en pedagogiek.

Als universeel pleitbezorger van de mensenrechten, redder van Carnegie Hall en medeoprichter van The National Endowment of the Arts voor behoeftige kunstinstellingen in het subsidieloze Amerika, verzekerde Stern zich van waardering in de hoogste kringen. Als mentor van topmusici als Daniel Barenboim, Zubin Metha Itzhak Perlman, Pinchas Zukerman en Yo-yo Ma, verwierf Stern zich een poolsterpositie aan het muzikale firmament.

En dankzij zijn onweerstaanbare optreden in From Mao to Mozart, de bekroonde documentaire over zijn muzikale reis door China in 1979, staat Stern bekend als aardigste violist ter wereld.

Wat bezielt de maestro om in Nederland masterclasses te komen geven? “No, no masterclasses', corrigeert Stern streng. “Een masterclass is een liefdesrelatie, not a flirtation over dinner. Ik ben hier maar twee weken, daarom geef ik hier een workshop in kamermuziek maken. Een echte masterclass geven betekent om te beginnen de botten van je leerlingen breken. Al hun slechte gewoontes moeten worden uitgeroeid. Eerst moeten ze dat begrijpen, daarna kunnen ze nieuwe gewoontes ontwikkelen. Vervolgens moet je nog minstens drie tot zes maanden bij ze blijven, om al het nieuwe te consolideren. In Amsterdam zal ik mijn studenten leren hoe ze naar zichzelf moeten luisteren, zodat ze hun eigen leraar kunnen worden. Ik wil ze bijbrengen hoe gelukkig het maakt om voortdurend omringd te zijn door muziek, hoe je met muziek kan praten en liefhebben. Ik ben te ongeduldig om vioolpedagoog te zijn, maar ik vind het geweldig om jonge mensen te trainen in het maken van kamermuziek.'

In zijn jeugd speelde Stern bijna wekelijks kamermuziek met musici van het San Francisco Symphony Orchestra, en op zijn vijftiende hoorde hij het Boedapest Strijkkwartet de complete kwartetten van Beethoven en Bartok uitvoeren. “Dat was een openbaring. Zo ontdekte ik dat kamermuziek maken de essentie is van goed musiceren. Als je de regels van de kamermuziek kent, kun je alles spelen. Het is de hoogste vorm van muziek maken, omdat je je niet kan verstoppen achter schetterende trompetten en trombones, tachtig strijkers en het slagwerk.

Je bent daar helemaal in je eentje, naakt met je eigen noten. Die moeten samensmelten met de individuele stemmen van de andere spelers, zodat er een herkenbaar en betekenisvol geheel ontstaat. Kamermuziek leert je geven en nemen, leert je het waarom van de muziek en de grenzen van muziek te onderzoeken.'

Kamermuziek leert volgens Stern ook dat er geen absolute waarheden in de muziek bestaan en dat het altijd anders en nog veel beter kan. “Goede muziek omvat meer ideeen dan noten. En iedere noot heeft een andere psychologische betekenis, een andere kleur. Er zijn donkerrode, lichtgele en oranje `woorden' in muziek maar voor een ander zijn dezelfde noten misschien groen of helemaal wit. Je lichaam, je handen moeten precies weten hoe ze die enorme varieteit aan kleuren kunnen produceren. Maar eerst moet je de muziek aanvoelen en begrijpen, moet er een persoonlijke band met de noten onstaan. Hoe meer je ontdekt over harmonie en vorm, hoe beter je beseft dat er oneindig veel manieren zijn om hetzelfde te zeggen. Neem de concerten van Beethoven allemaal toonladders en arpeggio's. Ze gaan op en neer, telkens hetzelfde en toch is het resultaat magisch.

“En ken je iets dat meer zegt dan de eerste 24 maten uit het tweede deel van Mozarts Sinfonia concertante voor viool en altviool? Het lijkt simpel, maar het is geniaal. Muziek is een taal, en op zulke momenten spreekt Mozart over de essentie van het leven. Daarom is het zo belangrijk dat musici openminded zijn, de wil hebben om nieuwsgierig te zijn.'

Het verleden van Stern is een klinkende beeldengalerij van grote namen. Violisten als Heifetz en Kreisler, cellisten als Piatigorsky en Casals, pianisten als Schnabel Horowitz en Rubinstein, dirigenten als Monteux, Munch, Ormandy, Klemperer en Van Beinum, Stern heeft ze allemaal gekend en was dikwijls bevriend met ze.

“Mijn leven is vol met mensen die echt van muziek houden muziek respecteren, er een bepaalde arrogantie over hebben. Dat is het meest wezenlijke van grote talenten, ze hebben van nature een volstrekte zekerheid over hun sound. Hun denken en voelen vormen een eenheid, want met het gevoel alleen kom je niet ver in de muziek. Als mijn leerlingen niet willen nadenken, zeg ik: `Of je denkt na, of je gaat naar huis.'

“Van al die grote namen heb ik geleerd hoe je in de muziek uberhaupt iets leren kan. De immense verbeeldingskracht van Casals, de perfectie van Heifetz, de warmte van Kreisler, de genialiteit van Rachmaninov. Ik ben zo gelukkig geweest dat ik dat allemaal van dichtbij heb mogen meemaken. Dat wil ik graag aan de jongste generaties doorgeven. Ik wil de muzikale brug slaan tussen de tweede helft van de 20ste eeuw en de eerste helft van de 21ste eeuw. Dat is mijn persoonlijke missie.'