De Grave laveert, maar beveelt ook

Generaal Roos ziet af van het bevelhebberschap van de marechaussee. De minister van Defensie juicht die beslissing toe.

Laverend tussen het vereiste van snelle politieke daadkracht en het vereiste van vertrouwen in hem binnen de defensie-organisatie, gaat minister De Grave (Defensie) zijn weg. Het feit dat brigade-generaal K.C. Roos heeft besloten “om hem moverende redenen' zijn benoeming tot bevelhebber van de marechaussee per 1 februari 1999 niet te aanvaarden is daarvan een voorbeeld.

De 53-jarige Roos, die overigens wel wordt bevorderd tot generaal-majoor, krijgt begin volgend jaar een staffunctie bij de Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties in New York. In zijn plaats zal De Grave brigade-generaal C.N.J. Neisingh (54), nu directeur beleidsvoorbereiding en beheer bij de marechaussee voordragen voor de rang van generaal-majoor en voor opvolging van de met pensioen vertrekkende D. Fabius.

Roos was in opspraak geraakt door verwijten dat hij er mede de hand in had gehad dat de afgelopen jaren bepaalde mogelijk strafbare gedragingen van Nederlandse militairen tijdens VN-missies in Angola en Bosnie (Srebrenica) niet, of niet tijdig ter kennis van het openbaar ministerie of de politieke leiding van Defensie waren gebracht. Bovendien was er kritiek op hem, omdat hij zou hebben geprobeerd om zijn verantwoordelijkheid te ontlopen voor een ongeluk met een antitankwapen op de basis Soesterberg in april 1997.

Toen de door De Grave benoemde commissie-Van Kemenade eind vorige maand in haar rapport met kritische conclusies kwam over de communicatie binnen de (top van de) krijgsmacht in zulke gevallen, maakte De Grave (43) direct alduidelijk dat hij daarin, en in plaats en taken van de marechaussee, verandering wilde aanbrengen. In een brief van 5 oktober aan de Kamer maakte hij ook duidelijk dat commandanten in de toekomst met persoonlijke consequenties rekening mogen houden indien zij “tekortschieten'.

Maar ja, de rechtspositie van officieren is ijzersterk, de saamhorigheid in kringen van opperofficieren ook en Roos was al in juni door de ministerraad voorbestemd om generaal-majoor en bevelhebber marechaussee te worden. En dat klonk door in de toelichting die de minister gisteren voor de radio gaf. Nee, hij had Roos niet onder druk gezet, maar wel “uitvoerig' met hem gesproken. En Roos was tot de conclusie gekomen dat een bevelhebber van de marechaussee “een optimale kans' moet hebben om goed leiding te geven en dat hij daarom liever toch niet in aanmerking voor die functie wilde komen. “Er is natuurlijk het nodige aan de hand binnen Defensie (..) en bij de marechaussee', zei De Grave er voor de zekerheid bij.