Chatten, skeeleren, werken en studeren; STUDENTENLEVEN

De tempobeurs heeft het studentenleven niet vermoord. Studenten besteden wekelijks acht uur minder aan hun studie dan twintig jaar geleden. Toch heeft exclusieve studentenlol haar langste tijd gehad.

DE HOGESCHOOL HOLLAND in Diemen is zich rot geschrokken. Nooit geweten dat studenten zich met honkbalknuppels ophouden in kringen van relschoppende voetbalsupporters. Tot vorige week. Toen onthulde de Amsterdamse officier van justitie A.C. Maan dat de harde kern van Ajax de veldslag op een weiland bij Beverwijk tegen supporters van Feyenoord vorig jaar heeft voorbereid in de studentenkroeg van de hogeschool, De Kooi. Twee van de raddraaiers studeerden aan de hogeschool en hadden de rest geIntroduceerd. De emancipatie schrijdt voort, verzucht hogeschoolvoorlichter Petra van der Kwast. “Studenten zoeken alle domeinen van de maatschappij op om zich te ontspannen.'

Achteraf kan ze zich het groepje wel herinneren. Zo kwamen ze op 19 maart 1997 in De Kooi tv kijken, de wedstrijd Atletico Madrid-Ajax. Ajax won met 3-2, maar de fans waren niet tevreden. Onder invloed van alcohol en een pilletje leefden ze zich uit op de inventaris van de studentenkroeg. Stoelen en glazen vlogen door de lucht en een barkeeper kreeg klappen. “De studenten is een Kooiverbod opgelegd en we hebben de regels voor introduces verscherpt', zegt Van der Kwast. Schertsend: “Wisten wij veel dat studentenlol synoniem kan zijn aan voetbalgeweld.'

Wat is er toch met de student gebeurd? Het type Pieter Stastok uit Hildebrands Camera Obscura (`van het academieleven kent hij niets dan de collegekamers en de thee's der professoren') lijkt van de aardbodem weggevaagd.

Zeg ontspanning en de student streept in marktonderzoeken een waslijst van wekelijkse activiteiten aan, die hem/haar in niets onderscheidt van werkende leeftijdgenoten. Voetbalgeweld komt in de rijtjes niet voor, net zomin als voor de lol Pindarus lezen of op zoek gaan naar de wetten van de quantummechanica in ruil voor nul studiepunten.

Wel: vrienden ontmoeten. Muziek luisteren (vooral top-40, pop, disco). Koken. Computeren. Sporten. Lezen. Chatten op Internet. Winkelen. Dansen. Cafebezoek. Video kijken. Een tochtje maken met auto of motor.

Doe-het-zelven. Actiegroep. De natuur in.

Hooguit brengen studenten hun vrije tijd vaker door in `georganiseerd verband'. Beleggen met studiegenoten. Met gelijkgestemde medestudenten de islamitische gebedsruimte van de hogeschool bezoeken. Of op vrijdagavond met vriendinnen uit de collegebanken skeeleren in het Vondelpark. Tien tot dertig procent van de studenten was in 1997 lid van een studentenvereniging. (Dat verschilt per stad).

De homo studiosus is een gewone burger geworden. Een pragmaticus die calculeert en consumeert als leeftijdgenoten met een baan. De trendwatchers van het studentenleven kunnen daar niet omheen. De student stelt hoge, materiele eisen aan het leven, weet socioloog/theoloog Bert Barends die als strateeg bij Job Company wervingscampagnes bedenkt voor bedrijven als TNO, DSM, Philips en de Hema. “Hij wil naast zijn studie ook verre reizen maken, een stereotoren op zijn bureau en een magnetron in de keuken.' Studenten wensen als volwaardige burgers aangesproken te worden, ervaart Kitty Schieck, die voor reclamebureau De Personeelzaak de succesvolle HES-campagne bedacht - `als jij soms denkt dat je met je HES recht hebt op een DIK SALARIS en een GROTE LEASEBAK klopt dat'. Studeren is geen doel meer, maar een middel, concludeert accountmanager Karin Redert van KPMG Ebbinge Campus. “We krijgen steeds vaker scholieren aan de telefoon die willen horen met welk diploma ze de beste banen kunnen bemachtigen.'

De verklaringen voor de hang van studenten naar een normaal burgermansbestaan zijn legio.

Zo is studeren niet meer voorbehouden aan de elite. Maar nog belangrijker is dat de doorsnee-student zich anno 1998 in drie werelden tegelijk beweegt, waarvan er slechts een `onder studenten' is. Hij woont meestal nog thuis. Hij werkt negen uur per week om zijn studiebeurs te spekken. En hij steekt iedere week 27 uur in de studie, zo wijst onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit. Dat was in 1975, voor de invoering van tempobeurs en twee-fasenstructuur liefst acht uur meer: 35 uur per week.

Zo bezien lijkt studeren steeds meer op een verlengde middelbareschooltijd. De trendwatchers beamen dat. Hoe vaak hoort Bert Barends van Job Company niet dat studenten overvallen worden door het feit dat ze opeens afstuderen. “Dan is het paniek', zegt Barends. “Ze zijn na het VWO direct gaan studeren en hebben hun middelbareschoolleventje voortgezet. De tentamens met een overzichtelijke hoeveelheid stof haalden ze vanzelf. Tot de vier jaar voorbij zijn. Dan realiseren ze zich ineens dat er nog een levenskeuze gemaakt moet worden: wat wil ik worden, wat ga ik doen?' Dit overkomt met name universitaire studenten die kiezen voor een studie met een groot arbeidsmarkttekort en die geen stage hoeven te lopen. Barends: “Zulke studenten hadden er baat bij gehad als ze meer aan zelfontplooiing hadden gedaan. Door vooraf aan de studie een jaar te reizen of te werken. Of door actief te zijn in een studievereniging of het vrijwilligerswerk.'

Aan die Bildung ontbreekt het studenten nogal eens. Dat is niet het geval bij de toptien die Redert van KPMG Ebbinge maakt. Zij selecteert vooral op potentieel. Dat wil zeggen: de afgestudeerde, 22-jarige studenten die de selectieronden doorkomen, moeten zich onderscheiden in persoonlijkheid ambitie, hoogwaardige vakspecialisatie, leiderschapskwaliteit, strategisch inzicht, analytisch denkvermogen en sociale vaardigheden.

Redert: “En dat blijken allemaal kandidaten die zonder uitzondering naast de studie actief zijn geweest in het studentenleven. Met sport, een studentenvereniging, een studievereniging, een debatingclub, noem maar op. Ze doen dat wel heel berekenend. Zo van: als ik er energie in steek what's in it for me?'

En de relschoppende hogeschoolstudenten? Die zijn afgestudeerd, zegt Van der Kwast, en de arbeidsmarkt opgegaan. Zo ook Ajax-aanhanger Michel (23). Hij heeft als bedrijfseconoom werk gevonden bij ABN Amro en noemt zijn achternaam liever niet. Wel wil hij kwijt dat hij niet meer voor de lol uit vechten gaat met maten van de F-side. “Toen ik student was, kon dat nog. Wie kon je wat maken? Dat was ook de thrill - met zijn allen kak hebben aan de rest van de wereld. Maar nu is dat anders. Als mijn baas me in verband brengt met voetbalrellen waarbij een dode viel, kan ik het verder wel vergeten.'

Gezoem van een GSM. Aan de andere kant van de lijn een mannenstem met Amsterdams accent. Michel zucht. Roept dan door de hoorn met een schuldbewuste blik: “Eh, nee. Echt niet. Ik ga al naar de wedstrijd met mijn schoonvader. Tijden veranderen he.'