Alternatieve genezer heeft vrij spel

De Tweede Kamer wil de Inspectie voor de Gezondheidszorg de bevoegdheid geven alternatieve genezers op non-actief te zetten. Nu regeren uitsluitend de wetten van de vrije markt. “Het grote bezwaar is dat het aan de leek zelf wordt overgelaten.'

“Iedereen kan een bordje `Piet Puk, magnetiseur' in zijn tuin zetten en zijn gang gaan', zegt J. Pol van de stichting Informatievoorziening Alternatieve Geneeswijzen. Volgens J.W. Nienhuis van de stichting Skepsis die onderzoek doet naar `pseudowetenschappen' is de huidige wetgeving gebaseerd “op de fictie dat mensen weten wat het beste voor hen is'. “Patienten hebben geen enkele garantie en zijn aangewezen op de goede trouw van de alternatieve genezer.'

Vorige week besloot het openbaar ministerie in Amsterdam een onderzoek in te stellen naar het macrobiotische Kushi-instituut, nadat een aantal oud-patienten hierover een zwartboek had opgesteld. Hoofdinspecteur voor de Gezondheidszorg J. Verhoeff wil nu alternatieve genezers kunnen dwingen hun praktijk te staken bij acuut gevaar voor de patienten, zoals hij dat bij reguliere genezers ook kan. “Nu moet je eerst dossiers opbouwen en voorleggen aan het openbaar ministerie', zegt zijn woordvoerder. “Dat duurt veel langer.' De Tweede Kamer sloot zich gisteren bij deze oproep aan.

Sinds in 1994 de wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) is ingevoerd mag iedereen zich hulpverlener noemen. Voor geregistreerde beroepen als arts of tandarts beschrijft de wet precies wie wat mag doen. Alternatieve genezers mogen geen operaties uitvoeren of mensen onder narcose brengen. De enige andere beperking die de wet hun oplegt is dat ze iemands gezondheid geen schade mogen toebrengen. Gebeurt dat toch, dan zijn ze strafbaar en kan het openbaar ministerie besluiten hen te vervolgen. Dit gebeurt zelden. Een bekend geval is de Haagse `iatrosoof' die in 1994 werd veroordeeld tot twee jaar cel omdat hij een ernstig zieke vrouw niet had doorverwezen naar een reguliere behandelaar.

“Terwijl aan de lopende band alternatieve genezers mensen afhouden van behandeling', zegt H. de Vries, apotheker en secretaris van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij noemt een voorbeeld van een patient met hoge bloeddruk die bij een homeopaat liep, een hersenbloeding kreeg en nu in een rolstoel zit.

Ruim zes procent van de bevolking, bijna een miljoen mensen, bezoekt gemiddeld bijna zeven keer per jaar een alternatief genezer, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat zijn 6,5 miljoen bezoeken per jaar. Vrouwen gaan vaker dan mannen, hoger opgeleiden vaker dan lager opgeleiden. P. van Dijk, arts en auteur van een vuistdik boek over alternatieve geneeswijzen, schat dat er ten minste vierduizend georganiseerde behandelaars zijn, en ten minste even veel niet-georganiseerde alternatieve genezers. Dat is meer dan het aantal huisartsen in Nederland.

In zijn boek beschrijft Van Dijk ruim driehonderd verschillende therapieen varierend van tamelijk ingeburgerde als homeopathie en accupunctuur, tot meer marginale varianten als `neuraaltherapie', `kleurentherapie' en `Mazdaznantherapie'. Volgens de beroepsgroep is er naar deze behandelwijzen veel onderzoek gedaan. Volgens de sceptici is een positief effect, anders dan een sterk placebo, nooit aangetoond. De Vries: “Er is geen enkel bewijs voor de werking van alternatieve geneeswijzen. Het is gebakken lucht. Allemaal.' Nienhuis van de stichting Skepsis: “Als het resultaat van een onderzoek negatief is wordt het in de prullenbak gegooid of moet het onderzoek plots met een andere methode worden herhaald.'

Toch worden alternatieve geneeswijzen op grote schaal door zorgverzekeraars vergoed.

Sommigen vergoeden de behandeling volledig tot een maximumbedrag, anderen een vast bedrag per consult, weer anderen een vast bedrag per jaar. De meeste verzekeraars stellen de eis dat de behandelaar de reguliere artsenopleiding heeft gevolgd, zodat hij valt onder het medisch tuchtrecht. “Mensen verwachten toch dat we enigszins naar de kwaliteit kijken', zegt hoofd marketing M. van Deurzen van OZ Verzekeringen. Anova sluit overeenkomsten met verenigingen van alternatieve genezers, waarin voorwaarden vastliggen over bijvoorbeeld scholing en intercollegiale toetsing. “Maar het is niet zo dat wij al die artsen aflopen en kijken hoe het eraan toegaat', zegt productmanager Zorgverzekeringen W. van Dam. Medewerker Pol van de Stichting Informatievoorziening Alternatieve Geneeswijzen heeft geen vertrouwen in de beroepsverenigingen. “Ze bepalen zelf de drempel, en die kan heel laag zijn, zodat de organisatie veel leden heeft en zichzelf zo legitimatie verschaft.'

De Inspectie voor de Gezondheidszorg doet niet actief aan opsporing van wanpraktijken. Waar de inspectie wel ziekenhuizen en instellingen bezoekt om te controleren of voorschriften worden nageleefd, laat ze de alternatieve genezers vrij. Er is geen tuchtrecht voor alternatieve genezers, geen klachtenregelingen geen registratie. De wetgeving legt de verantwoordelijkheid bij de patient. “De patient moet weten dat het ministerie strenge eisen stelt aan reguliere behandelaars', zegt een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid. “Als ze er dan toch voor kiezen om naar een alternatieve genezer te gaan, is dat voor hun eigen risico.'

Dat risico is te groot, vinden sommigen. “Het grote bezwaar is dat het aan de leek zelf wordt overgelaten.

Maar die leek kan het niet beoordelen', zegt De Vries. Nienhuis van de stichting Skepsis: “Bij andere risico's wordt heel goed opgelet. De Keuringsdienst van waren speurt actief en deelt boetes uit. Op tal van terreinen houdt de overheid toezicht op zeldzame kleine negatieve bijwerkingen. En juist bij iets fundamenteels als de alternatieve geneeswijzen laat de overheid dat na.'