Zalm strijdt met Rekenkamer over meesterwerk

De Nederlandsche Bank schonk 110 miljoen gulden aan de Staat. Een donatie die volgens de Algemene Rekenkamer in strijd is met de wet.

In het Haags Gemeentemuseum hangt het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Het is het eerste kunstwerk in Nederland dat onderwerp is van een onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

De Rekenkamer is de instantie in Nederland die de overheidsuitgaven controleert op rechtmatigheid en doelmatigheid. Over de doelmatigheid van de aankoop van het schilderij, waarvoor tachtig miljoen gulden is betaald, spreekt de Rekenkamer geen oordeel uit in het gisteren gepubliceerde rapport. Wel over de rechtmatigheid: die ontbreekt. “Het handelen is in strijd met de wet', vat president Koning van de Rekenkamer het rapport samen.

Het verhaal begon deze zomer, toen minister Zalm en premier Kok gaven afgelopen zomer toestemming aan De Nederlandsche Bank om 110 miljoen gulden te schenken aan de stichting Nationaal Fonds Kunstbezit. De bewindslieden verbonden aan de schenking twee voorwaarden. Ten eerste mocht het niet ten koste gaan van de winstafdracht van de Nederlandsche Bank aan de Staat. Ten tweede moesten de aangekochte kunstwerken eigendom worden van de Staat ten behoeve van openbare collecties in Nederland.

Aan de tweede voorwaarde lijkt te zijn voldaan: Victory Boogie Woogie is sinds 3 september eigendom van de Staat en is in het Haags Gemeentemuseum te zien. Aan de tweede voorwaarde wordt volgens de Rekenkamer niet voldaan. Uit het rapport blijkt dat de schenking in de verlies- en winstrekening 1998 van De Nederlandsche Bank wordt verantwoord als een bijzondere last. Volgens de Rekenkamer gaat dit ten koste van de winstafdracht. Financien en De Nederlandsche Bank bestrijden dit. “De Staat komt niets tekort', schrijft president Wellink. Door de “gekozen boekhoudkundige verwerking' wordt de winst over 1998 volgens minister Zalm volledig aan de Staat afgedragen en kan er volgens de minister “geen sprake zijn van een te lage winstafdracht'.

Saillant is dat Wellink, lopende het onderzoek, de financiering heeft veranderd. In eerste instantie wilde de Bank de reserves aanspreken voor de schenking. Op 24 september werd gekozen voor een financiering ten laste van de verlies- en winstrekening. Het rapport van de Rekenkamer maakt niet duidelijk waarom dit is gebeurd. Bij de oorspronkelijke manier van financieren zou het budgetrecht van de Tweede Kamer worden aangetast; voor de uiteindelijk gekozen methode is een Koninklijk Besluit nodig, althans dat vindt de Rekenkamer. Beide opvattingen worden door minister Zalm en De Nederlandsche Bank bestreden. Het is aan de directie, de Raad van Commissarissen en de aandeelhouder (de Nederlandse Staat) om een oordeel te vellen over de schenking en deze drie partijen hebben hun fiat gegeven. Ze zien “een nauwe verbondenheid met taken en bevoegdheden' van de bank.

Opvallend is dat er vrijwel geen schriftelijke verslaglegging van de besluitvorming is gemaakt. En over de verslaglegging die er wel is kon de Rekenkamer niet volledig beschikken. Minister Zalm weigert een volgens de Rekenkamer “essentieel' document ter beschikking te stellen. Het gaat om een zogenoemde amice-brief van de minister van Financien aan de president van De Nederlandsche Bank. In deze brief van 15 juli schrijft Zalm dat hij de schenking met premier Kok heeft besproken en dat het “een goede gedachte' is om bij het afscheid van de gulden “een bijzonder gebaar richting de Nederlandse samenleving te maken'.

Omdat de brief volgens Zalm ook persoonlijke beleidsopvattingen bevat, weigert hij de brief aan de Rekenkamer te geven. Het is een beproefde methode van Zalm. Ook bij het onderzoek van fiscale steun aan het elektronica-concern Philips volharde hij in het verzet om zogenoemde blauwe brieven te publiceren.

De Rekenkamer vindt dat Zalm in strijd handelt met de wet en het onderzoek heeft belemmerd. Morgen debatteert de Tweede Kamer met minister Zalm en premier Kok en dan wordt duidelijk of de Kamer ook een belemmering ziet in het controleren van de regering.