Waarom ik mr. O. niet zal bellen

Mocht het ooit fout gaan, mocht ik ooit vanuit een grauw politiebureau dat ene telefoontje moeten plegen om een advocaat te regelen, dan zal dat niet gaan naar het nummer van mr. O. Hammerstein. Zoveel is zeker na zijn optreden in de eerste aflevering van Karel van de Graaffs programma Karel afgelopen zaterdagavond.

Mr. O. twistte met ex-rechter Boris Dittrich, de derde viool van D66, over diens voorstel om het afnemen van DNA-materiaal bij verdachten en veroordeelden, en het bewaren en gebruiken daarvan door de politie, gemakkelijker te maken. Momenteel mag het bijna nooit, en zeker niet tegen de zin van de verdachte. Het wordt beschouwd als een inbreuk op de integriteit van het lichaam. Dittrich vindt dat onzin.

Maar liefst vijfentachtig procent van de misdrijven waar de politie weet van heeft, blijft onopgehelderd. Dus moet je niet zeuren over pietluttigheden, vindt hij, maar alle zeilen bijzetten. Mensen voelen zich onveilig, en DNA is een prachtig opsporingsmiddel, net zoiets als de vingerafdruk. In Engeland doen ze het ook, met fantastische resultaten. `Kijk', sprak de voormalige rechter, een wattenstaafje uit zijn binnenzak trekkend. `Het is helemaal geen inbreuk op de integriteit van het lichaam. Je hoeft maar even langs het mondslijmvlies te strijken (en dat deed hij, ernstig van onder zijn krullen in de camera blikkend) en je hebt het materiaal al.' Ik schoof op het puntje van mijn stoel. Zoveel simplisme, zulk brutaal populisme, daarvan zou mr. O., die namens de Coornhertliga optrad, nu vast in tien tellen gehakt maken.

Hammerstein zou eerst hoofdschuddend vaststellen dat het er voor een inbreuk op de integriteit van het lichaam niet zo veel toe deed of er een bijl, een spuit of een wattenstokje aan te pas kwam, en dat Dittrich dat ook wel wist. Hij zou bezorgd fronsend opmerken dat gevoelens van onveiligheid eerder werden opgewekt door mensen als Dittrich, dan door werkelijke risico's. Want zou hij uitleggen, geweldsmisdrijven, inclusief de als afschrikwekkend voorbeeld zo populaire verkrachtingen, vormen maar zes procent van alle misdrijven. Met cijfers van het CBS in de hand zou hij Karel en de kijkers uitleggen dat bij veel van die andere 94 procent vingerafdrukken en DNA nauwelijks een rol spelen. Bij simpele diefstal bijvoorbeeld, zo'n dertig procent van alle misdrijven. Of bij dronken rijden of doorrijden na een ongeval, samen goed voor nog eens 7,5 procent van het totaal.

Het ene misdrijf is het andere niet, zou de strafpleiter concluderen, om zich vervolgens hardop af te vragen wat die 85 procent onopgehelderde zaken dan eigenlijk betekent. Hij zou het betreuren dat over opgehelderde zaken geen naar categorie uitgesplitste cijfers lijken te zijn. `Maar', zou hij opmerken, `toch kun je er wel iets over zeggen, door naar het aantal veroordelingen per jaar te kijken. Dat zijn dus zaken waarin iemand schuldig is verklaard. Geen sepots en geen vrijspraken.' En hij zou vertellen dat jaarlijks zo'n acht procent van het totaal aantal veroordelingen een geweldsmisdrijf betrof. Flink wat meer dus, dan het aandeel van die categorie in het totale aantal misdrijven. Bij de veel grotere groep vermogensdelicten, zou hij opmerken, is het precies andersom: die zeventig procent van het totaal aantal misdrijven staat voor slechts eenderde van alle veroordelingen. De veroordelingskans lijkt bij een geweldsmisdrijf dus aanzienlijk hoger dan bij een vermogensdelict: `Dus ook een stuk hoger dan die gemiddelde 15 procent waar u zo mee zwaait, meneer Dittrich.'

Even zou mr. Hammerstein tevreden achteroverleunen tegenover een verblekende Dittrich, om kalm te concluderen dat je dus geen overspannen verwachtingen moest koesteren van de zegeningen van de toevoeging van DNA aan het arsenaal van opsporingsmiddelen. Maar dan zou hij opveren, en zacht maar nadrukkelijk voortgaan: `En dat is nog maar het kleinste bezwaar! Veel erger is, dat mijn opponent DNA alsmaar gelijkstelt aan de klassieke vingerafdruk, terwijl hij behoort te weten dat het volstrekt onvergelijkbare zaken zijn. Een vingerafdruk bevat maar een stukje informatie, namelijk dat de eigenaar ervan het voorwerp in kwestie heeft aangeraakt.

Dat is honderd procent relevant voor een opsporingsonderzoek, en voor niets anders. Daarom kun je vingerafdrukken veilig in een databank laten opslaan, ze zijn maar op een manier te gebruiken. Maar DNA bevat zo ongeveer alle informatie die er maar over de fysieke gesteldheid van een mens te vinden is. Allemaal informatie waar politie noch justitie iets mee te maken heeft. Informatie ook die voor een baaierd van doeleinden, fraai en minder fraai, is te gebruiken. Wie zouden we alleen al het beheer van zo'n alomvattende databank durven toevertrouwen?` Zo zou het gaan, en Boris Dittrich, politicus op zoek naar profilering, zou stamelend het veld ruimen, waarna Karel geimponeerd zou afronden.

Maar zo ging het niet. Hammerstein keek zorgeloos zonnebankbruin de zaal in en riep dat het eng was, omdat het om biologisch materiaal ging. En dat het zielig was voor `de mensen die het in de maatschappij niet gemaakt hebben'. Dat was alles. Geen feiten, geen argumentatie. Niets. En daarom zal ik mr. O. te zijner tijd niet bellen.