Voetbal is bindmiddel voor Afrikanen

Geen sport brengt Afrika zo in vervoering als voetbal. Een gesprek met Prince Polley, oud-international van Ghana, Emmanuel Geeza Williams, sportjournalist uit Liberia, en Marc Broere, een van de twee auteurs van het gisteren bekroonde boek Afrika voetbalt!

Laat de naam George Oppong Manneh Weah vallen en op het gezicht van Emmanuel Geeza Williams verschijnt een innemende glimlach. “Het beste wat ons land deze eeuw heeft voortgebracht', zegt de Liberiaan over zijn beroemde landgenoot, die in 1995 als eerste Afrikaan tot voetballer van het jaar werd uitgeroepen. “Dankzij George zijn wij weer trots op ons land, en de Afrikanen weer trots op Afrika.'

Williams (28) is in Nederland op uitnodiging van collega-journalist Marc Broere, samen met antropoloog Roy van der Drift auteur van het boek Afrika voetbalt! Gisteren was de hoofdredacteur van de Liberiaanse sportkrant World Sports aanwezig in Den Haag, waar Broere en Van der Drift de Dick Scherpenzeelprijs 1997 ontvingen uit handen van minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking.

Enkele uren later zat Williams op de tribune in Arnhem bij de oefeninterland tussen Nederland en Ghana. Een speler miste hij in het Gelredome: Prince Polley (Williams: “De George Weah van Ghana'), oud-international van de Black Stars en in Nederland vooral bekend als de voormalige topschutter van Sparta, FC Twente Heerenveen en Excelsior.

Polley liep twee jaar geleden een zware knieblessure op. Hij is inmiddels weer hersteld, maar een nieuwe werkgever laat voorlopig op zich wachten. Om zijn conditie op peil te houden traint de 29-jarige aanvaller momenteel mee met de amateurs van Heerjansdam. Zorgen over zijn toekomst zegt de Ghanese volksheld zich niet te maken. “Ik zie wel wat de dag van morgen mij brengt.'

Polley en Williams spelen beiden een rol in Afrika voetbalt! Williams als vertrouwensman van George Weah, de op een (Nelson Mandela) na populairste man van het zwarte continent, Polley als reisleider in Ghana.

Vooral de tocht van de hoofdstad Accra naar Polley's geboorteplaats Kumasi staat Broere nog helder voor de geest. “Overal waar we kwamen, dromden de mensen samen om een glimp van ons op te vangen. Ik waande me Paul McCartney in Afrika.'

Geen sport die het zwarte continent zo in vervoering brengt als voetbal. Afrika voetbalt!, inmiddels vertaald in het Engels en uitgebracht in Ghana, Nigeria, Oeganda en Zuid-Afrika, biedt inzicht in de dominante rol die voetbal inneemt binnen de Afrikaanse samenleving. Broere en Van der Drift schetsen met sfeerreportages een indringend beeld van de actuele problemen die model staan voor de politieke realiteit in het Afrika bezuiden de Sahara: corruptie, mismanagement, geldgebrek en de aanhoudende exodus van jong talent.

Toch gloort er hoop. Neem Liberia. Het West-Afrikaanse land was van 1989 tot 1996 het toneel van een bloedige burgeroorlog die zo'n 150.000 mensen het leven kostte. Talloze vredesonderhandelingen liepen op niets uit, maar zodra het nationale voetbalelftal onder leiding van Weah in actie kwam, bleken de krijgsheren bereid een gevechtspauze in te lassen, vertelt Williams. “Tijdens de oorlog was voetbal het enige wat de mensen verenigde. Zolang de wedstrijd duurde waren we een volk.'

De Liberiaanse regering heeft sport inmiddels omarmd als een politiek instrument om de nationale eenheid te bevorderen in het door oorlog getraumatiseerde land. Soortgelijke initiatieven ontplooit de regering van Rwanda, in een poging de verschrikkingen van de genocide naar de achtergrond te verdringen. Williams en Polley geloven heilig in die aanpak. “Voetbal brengt het beste in Afrikanen naar boven.'

Ghana was jarenlang het lichtend voorbeeld voor voetballend Afrika, dankzij een relatief sterke en financieel gezonde clubcompetitie.

Dat systeem ligt inmiddels in duigen, weet Polley. “Clubs zijn tegenwoordig prive-eigendom van rijke zakenlieden. Spelers en coaches dansen naar hun pijpen en het geld verdwijnt in hun zakken.'

Een ander hardnekkig probleem is de aanhoudende uittocht van talent. Spelers worden al op zeer jonge leeftijd geronseld door makelaars. Polley en Williams spreken van “een moderne vorm van slavenhandel'. Maar al te vaak mislukken de jonge Afrikanen in Europa. Polley: “Ik had tien jaar geleden het geluk dat mijn ouders al in Nederland woonden. De meeste jonge voetballers missen een vaderfiguur en krijgen vaak te maken met een trainer die weinig geduld heeft.'

Schrijnend is het verhaal van Awadu Issaka. Als aanvoerder van de nationale jeugdselectie van Ghana leidde hij de Black Stars drie jaar geleden naar de wereldtitel bij de junioren tot 17 jaar. Bij Auxerre en Anderlecht strandde zijn veelbelovende loopbaan. Broere: “Hij woont inmiddels illegaal in de Bijlmer. Bij het Kwakoe-festival wisten ze laatst niet wat ze zagen toen hij een balletje hoog hield.'

De jaarlijkse exodus van jong talent zorgt ervoor dat Afrikaanse clubs telkens weer een nieuw elftal moeten opbouwen. “Het ontbreekt aan continuiteit', zegt Williams. “Talenten krijgen niet de tijd om te rijpen, zoals in Nederland het geval is.'

Zowel Afrika als Europa heeft op lange termijn baat bij initiatieven zoals AC Milan die in Liberia presenteerde. Op verzoek van sterspeler Weah opende de Italiaanse topclub twee jaar geleden een voetbalschool in zijn vaderland. Williams: “Zonder twijfel de beste vorm van ontwikkelingshulp. Met dank aan George.'