Vleeswarenmonsters

Mensen laten zich in hun dagelijkse gedrag leiden door (volks)wijsheden, waarvan niet altijd duidelijk is waar ze op slaan. Vroeger droeg je bijvoorbeeld geen `blauw op groen', want dat combineerde niet. Van kinderen werden routinematig de amandelen geknipt. Uren slapend doorgebracht voor middernacht `telden dubbel'.

Sommige van die leefregels zijn geruisloos verdwenen: het idee dat je meer last hebt van vet haar, naarmate je het vaker wast is met een zucht van opluchting verlaten toen zeepfabrikanten de every day shampoo op de markt brachten. Maar er komen ook voortdurend leefregels bij, voortvloeiend uit veranderde inzichten van de wetenschap.

Zoals ieder oplettend persoon met respect voor de wetenschap volg ook ik deze leefregels zo goed en zo kwaad als het gaat. Ik ga bijvoorbeeld ter voorkoming van huidkanker niet in de felle zon zitten (maar ik zat altijd al liever in de schaduw). Ik trek mijn kinderen felgekleurde jasjes aan omdat ze dan door aanstormende automobilisten beter worden waargenomen (jasjes in gedekte kleuren zijn niet eens te krijgen in de winkels). En ik gaf de kinderen, toen ze nog onder de vier waren, geen zachtgekookte eitjes te eten vanwege het risico op een voedselvergiftiging met Salmonella.

Het zachtgekookte-eitjes-gevaar heb ik in krantenartikelen ook wel eens toegepast gezien op de hele bevolking, maar dwingende aanbevelingen bleven uit, dus blijkbaar valt het mee. Hetzelfde geldt voor kip, waarvan de helft met Salmonella besmet is. Op zichzelf geen ramp: als de kip door en door gaar is, heeft de Salmonella het loodje gelegd. Het werkelijke gevaar schijnt te zitten in de besmetting van rauwe kip op aanrecht, keukenbestek en handen. Wie per ongeluk een rauwe kip aanraakt, moet daarna minstens vijf minuten z'n handen wassen, las ik. Dat doet natuurlijk niemand.

En nu zijn dan de vleeswaren erbij gekomen. Op 83 procent van de vleeswarenmonsters uit particuliere huishoudens die de Inspectie Gezondheidsbescherming onderzocht bleken te veel micro-organismen aanwezig.

De mensen doen te lang met een onsje worst en de temperatuur in de ijskast is te hoog. Nog steeds kunnen mensen het niet laten hun graf met hun eigen tanden te graven. Is het niet door middel van gefrituurd junkfood of een overmaat aan slagroom, dan wel door verlopen achterham.

Dit onderzoek lijdt trouwens wel aan extreme aspecificiteit. Alle vleeswaren worden op een hoop gegooid. Terwijl er toch wel verschil zal bestaan tussen enerzijds rosbief en gekookte lever die het niet langer dan een dag uithouden en anderzijds salami en gerookte ham, die vroeger maanden lang in de kelder werden bewaard en daar ongetwijfeld ook hele kolonies bacterien verzamelden. Over de aard van de zich vermenigvuldigende micro-organismen wordt niets gezegd, behalve dan dat het er `veel' zijn. Daar kunnen gevaarlijke engerds tussen zitten als Salmonella en Shigella en wie weet E.coli, maar hoe vaak zijn deze ziekteverwekkers ook daadwerkelijk aangetroffen? In overdonderende aantallen kan dat niet geweest zijn, anders zouden in 83 procent van de Nederlandse huishoudens die te losjes met hun vleeswaren omspringen het gebraak en de diarree niet van de lucht zijn. Ik merk er weinig van.

Dit soort onderzoek speelt in op onbestemde angsten voor `te veel' onzichtbare vijanden. Vroeger werd Vim aangeprezen met de slogan `Doodt 99 procent van de huishoudbacterien!' Ik was hiervan onder de indruk, tot iemand me uitlegde dat je bij een celdeling van twintig minuten binnen een halve dag weer op het oorspronkelijke aantal huishoudbacterien zit. Geen reden om niet met Vim schoon te maken (je krijgt er een mooie glanzende gootsteen van), maar om je schouders op te halen over huishoudbacterien.

Niemand loopt meer een blokje om bij het zien van een zwarte kat. Nu loeren dood en verderf onzichtbaar achter de ijskastdeur. Elke tijd cultiveert zijn eigen angsten.