Turbulentie weerklinkt op geldmarkt

Op de geldmarkt was er in de afgelopen week een opmerkelijke ontwikkeling waar te nemen. Terwijl de kapitaalmarktrente fors opliep, met zo'n 50 basispunten tot 4,40 procent, daalden de geldmarkttarieven over de gehele linie met enkele basispunten. Afgezien van andere factoren, is het 'gebruikelijk' dat een stijging van de rente op de kapitaalmarkt ook de tarieven op de geldmarkt wat optrekt.

Normaal gesproken leiden inflatie-angst en de verwachting dat de centrale bank tot een renteverhoging moet overgaan tot een stijging van zowel de geld- als de kapitaalmarktrente. Deze week zijn dergelijke fundamentele oorzaken niet aan te wijzen, maar lagen vooral technische oorzaken ten grondslag aan de mutaties. Enerzijds bestond er de noodzaak om (met geleend geld gefinancierde) beleggingen in staatsobligaties te verzilveren. Het is mogelijk dat partijen op deze posities winsten moesten nemen om verliezen elders te compenseren. Anderzijds legden marktpartijen vanwege de turbulentie op de financiele markten een stijgende voorkeur aan de dag voor het aanhouden van liquide (kortlopend) papier boven staatsobligaties. Deze extra vraag naar geldmarktpapier verklaart de neerwaartse druk op de geldmarkttarieven.

Het volatiele verloop van de valutakoersen die gepaard ging met de turbulentie op de financiele markten, vindt ook zijn weerslag in de weekstaat. Op de post 'vorderingen buitenlandse geldsoorten' is te zien dat DNB deze week forse koerswinst heeft geboekt op de aangehouden valuta's. Vooral de dollar en de yen hebben hierin een rol gespeeld. Verder heeft de driemaandelijkse herwaardering van de ECU-tegoeden geleid tot een daling van de vordering van DNB op de Europese Centrale Bank (ECB) met 516 miljoen gulden. Omdat de voor de ecu-creatie ingeleverde middelen deels bestaan uit de dollarvoorraad van de EU-landen, leidt een daling van de dollar tot een lager ECU-tegoed. De dollar is in de afgelopen drie maanden circa 7,5 procent in waarde gedaald ten opzichte van de gulden. De tegenpost van deze mutatie is de passiefpost waarderingsverschillen goud en deviezen. De mutatie op deze post bedraagt 286 miljoen gulden het verschil tussen de posten vorderingen op de ECB en vorderingen buitenlandse geldsoorten.