Tragikomedie over overspannen schoolmeester

“Ik geef de les van mijn leven!' roept de door Bert Klunder gespeelde schoolmeester halverwege zijn tirade - en hij is niet meer te stuiten, door niemand niet. De man heeft net zijn ontslagbrief ontvangen en vraagt tijdens een disco-avond van de school het woord, om het anderhalf uur te houden. Met de moed der wanhoop tracht hij aan te tonen dat hij niet overspannen is en nog heel goed zijn zelfbeheersing kan bewaren. En dat lukt hem bijna, want hij is lang niet gek. Hij is alleen niet met zijn tijd meegegaan.

Bert Klunder, vorig seizoen regisseur en tegenspeler van Brigitte Kaandorp in haar successhow Brigitte, de musical, is gespecialiseerd in ietwat nurkse, grofgebekte types die hun kronkelredeneringen houden voor de onweerlegbare waarheid.

In zijn nieuwe solo speelt hij echter een andere man, een ouderwets geworden schoolmeester in een vormloos grijs pak met een iets te kort gestrikte das en een hoornen bril. Een man bij wie de stoppen pas doorslaan als zijn eigen normen en waarden (discipline karakter en werklust) niet meer blijken te tellen.

In zijn cultuurpessimisme doet hij een beetje denken aan de uitgerangeerde leraar Duits van Wim de Bie, maar in zijn observaties over de moderne tijd is hij absurder. Niemand wil meer ergens moeite voor doen, concludeert hij en de wereld staat op zijn kop. Zelfs de mensen in de hoogste posities kun je tegenwoordig niet meer vertrouwen. Hij zoekt een passende metafoor en vindt die: “Als de zeep vies is, hoe moeten we dan verder?'

Klunder speelt een tragikomische solo, die langzaam maar zeker begrip oproept voor de bende in 's mans hoofd.

Niet alle zijpaden die hij inslaat, zijn even spannend. Soms rekt hij ze zo ver uit, dat mijn aandacht verslapt. Bovendien zijn de onthullingen over het prive-leven van de rector, waarmee hij een genadeklap denkt uit te delen, nogal obligaat. Maar steeds komt hij terug met een originele redenering of een tic die de man weer zo herkenbaar maakt als wat. En de manier waarop hij een retorische vraag in een adem laat volgen door het automatische `jongens vingers', roept een treffend beeld op van schoolmeesters die er net zo aan toe moeten zijn als deze.