Tony Blair, tien jaar eerder

Even wachten met het bekijken van speelfilms die je `beslist moet zien' is vaak niet erg. Het aardige is dat de actualiteit films soms nog tijdens de roulatieperiode plotseling een extra dimensie kan geven. Neem Primary Colors, de op het gelijknamige satirische boek gebaseerde film over de campagne van `een' Amerikaanse presidentskandidaat. Toen het boek in 1996 uitkwam werd al gezegd dat het alleen maar door een echte kenner van de Clinton-machinerie geschreven kon zijn. Ondanks de verzekering van de schrijver (Anonymus) in het voorwoord dat het pure fictie betrof, herkende de inner circle van Washington toch opvallend veel.

De film over de overspelige kandidaat Jack Stanton ging dit voorjaar in Amerika in premiere, op het moment dat er volop gespeculeerd werd of president Clinton nu wel of geen verhouding had gehad met Witte Huis-stagiaire Monica Lewinsky en kreeg daardoor al een bijzondere actualiteitswaarde. Na het verschijnen van het Starr-rapport met alle ranzige details zal een ieder de film weer met andere ogen bezien. Hoofdrolspeler John Travolta lijkt niet heel veel op Clinton, hij is Clinton.

Bij de televisie is het soms net zo. Een jarenoude serie kan door de omstandigheden opeens weer verrassend actueel zijn. Toen de Britse commerciele televisie in 1987 begon met het uitzenden van de politieke comedy-serie The New Statesman zat het Verenigd Koninkrijk nog volop in de Thatcher-tijd. Niet verwonderlijk dus dat de hoofdrolspeler het aankomende Lagerhuislid Alan B'Stard, tot de Conservatieve Partij behoorde. Maar wie de serie anno 1998 bekijkt, iets dat vanaf vanavond weer kan op de herhaalzender TV10, ziet een lookalike van Tony Blair. Met andere woorden: hoofdrolspeler Rik Mayall speelde al Tony Blair toen niemand nog van Blair had gehoord. Kapsel, mimiek (de lach), het is Blair.

Daarna houdt de vergelijking op. Vooral ook omdat de politiek zelf ook weer niet zo'n dominante plaats inneemt in de serie. Het is meer de vertrouwde typische Britse tv-humor bekend van series als George and Mildred, Are you Being served en On the Buses, dit keer geprojecteerd tegen het decor van de politiek. Soms plat, dan weer absurdistisch, een enkele keer subtiel. Met echte scherpe politieke satire, iets waar de Britten ook goed in kunnen zijn, heeft het allemaal weinig te maken. Vandaar ook dat The New Statesman na tien jaar gewoon herhaald kan worden.

Als er echte politieke zaken in de serie waren voorgekomen zou deze veel te gedateerd zijn. Nu zit in The New Statesman de hoofdrolspeler, afgezet tegen de actualiteit, slechts bij de `verkeerde' partij. Dat is geen probleem, want dat komt in de echte politiek immers ook steeds vaker voor.