PRETTY THINGS

Een vergeten meesterwerk van de jaren-zestig-pop, heette S.F. Sorrow van The Pretty Things te zijn. De elpee die bekend stond als de eerste rock-opera en die Pete Townshend het idee gaf voor The Who's Tommy, kwam uit de Abbey Road-studio waar in datzelfde flower-power-jaar 1967 The Beatles' Sgt. Pepper en Pink Floyds debuut The Piper At The Gates Of Dawn werden opgenomen.

Ondanks de jubelende kritieken werd S.F. Sorrow een commerciele flop die bijdroeg aan de legende van een plaat die zo zeldzaam was dat bijna niemand hem daadwerkelijk had gehoord. Nu het conceptalbum `hersteld in oorspronkelijk mono' voor het eerst op cd verschijnt, valt op hoe gedateerd deze muziek klinkt. The Pretty Things experimenteerden naar de geest van de tijd met geluidseffecten, een mellotron en een van George Harrison geleende sitar, maar de groep kwam moeilijk los van de rammelende beatmuziek die The Beatles op Sgt. Pepper juist mijlenver achter zich lieten. Daarbij is het verhaal van S.F. Sorrow zo mogelijk nog warriger dan dat van Tommy en waren de door seks en drugs aangetaste Pretty Things niet in staat om daar een indrukwekkende live-show a la The Who tegenover te stellen. In het nummer Trust schemert iets door van de inventiviteit van The Beatles en de psychedelica van de vroege Pink Floyd, maar de (veel te) glasheldere en met bonustracks uitgebreide cd ondergraaft de mythische status van S.F. Sorrow als monument uit de pophistorie.