`Politie Manchester institutioneel racistisch'

Het politiekorps van de Britse stad Manchester, het op een na grootste van het land, is “institutioneel racistisch'. Dat heeft de chef van het korps, hoofdcommissaris David Wilmot, gisteren gezegd tegen de officiele commissie die de houding van de Londense politie onderzoekt na de moord op een zwarte tiener in 1993.

“Wij leven in een samenleving met institutioneel racisme en de politie van het district Manchester is daarop geen uitzondering,' aldus Wilmot. “We erkennen dat we een probleem hebben met enig openlijk racisme en zeker met onderhuids racisme.' Zijn verklaring staat haaks op die van zijn Londense collega, Sir Paul Condon. Die erkende tijdens zijn getuigenis voor de enquete-commissie dat sommige agenten van het Londense korps racistisch waren, maar weigerde toe te geven dat er sprake was van `institutioneel racisme'.

De commissie probeert uit te vinden of de Londense politie uit racistische motieven doelbewust nalatig is geweest bij het onderzoek naar de geruchtmakende moord op Stephen Lawrence, een achttienjarige zwarte jongen. Lawrence werd in april 1993 door een groepje blanke jongeren aangevallen en vermoord. De politie zou de getuigenverklaring van Lawrence's vriend, eveneens zwart, hebben genegeerd en hem als verdachte hebben behandeld.

De commissie maakt een rondgang langs andere grote steden met grote allochtone gemeenschappen. In Manchester wonen veel Aziaten en mensen met wortels in het Caraibisch gebied, die een moeizame relatie met de politie onderhouden. Wilmot is de eerste korpschef die toegeeft dat er van `institutioneel' in plaats van `incidenteel' racisme sprake is.

Hij zei ook dat de politie van Manchester alles in het werk stelt een eind te maken aan racisme. Volgens hem zou de zaak-Lawrence van meet af aan als “racistische moord' zijn behandeld. Neville Lawrence, de vader van Stephen, die de zittingen bijwoont, noemde Wilmots verklaring “welkom' maar vindt dat de politie meer moet doen om zwarte agenten te promoveren. Ook vroeg hij zich af of de Londense korpschef nu bereid was “zijn positie te herzien.'