Luizenvader

Het staat me nog helder voor de geest dat zo af en toe een `luizenjuf' mijn lagere school bezocht. Deze juf keek dan bij de kinderen op het hoofd, woelde wat tussen de haren en was in no time weer weg. Hoe snel het ook ging, er heerste toch een bepaalde spanning in de klas als de luizenjuf haar nuttige werkzaamheden verrichtte. Ik kan me niet herinneren dat ooit een kind positief werd bevonden.

Al deze herinneringen kwamen weer boven toen ik een `informatieavond' bezocht van de school van mijn zoontje. In een gymzaal zaten twee juffen en een meester. Nadat uitvoerig was stilgestaan bij de problematiek van het uitdelen bij verjaardagen (`Geen Marsen of Nutsen alstublieft! We hebben een lijst gemaakt met hele leuke en gezonde suggesties') en het mij onbekende fenomeen van het huisbezoek (`De juf of meester wil graag weten hoe de kinderen wonen. De kinderen vinden dat zelf ook heel leuk') kwam het fenomeen luizen-ouder ter sprake: `We zoeken een enthousiaste vader of moeder die de klas van zijn of haar kind regelmatig wil controleren op hoofdluis. We hebben daar namelijk weer ontzettende last van.'

Ik had de impuls ogenblikkelijk op te springen. Luizenvader: dat was nou echt iets voor mij. Maar toen dacht ik opeens aan de twee klasse-assistenten in de klas van mijn zoontje naast de vaste juf: waarom konden zij de kinderen niet op luizen controleren? Ik meldde me niet aan.

Enige weken later besloot ik de juf eens aan te spreken. “Heeft u inmiddels een luizenouder kunnen vinden?' “Jazeker', zei de juf. “We hebben nu een heel enthousiaste luizenmoeder.'

“Waarom kunnen de twee assistenten dat niet doen?' vroeg ik. “We hebben', zei de juf, “liever een moeder of vader omdat die zelf ervaring heeft met luizen. Bovendien is het beter dat de assistenten niet weten wie luis heeft. Het moet wel discreet blijven. De luizenmoeder laat ook niets blijken als ze bij een kind luis aantreft, maar meldt het na schooltijd aan mij. Dan benader ik de ouders.'

“Mijn zoon heeft gelukkig geen luis', schoot het door me heen, want ik was nog niet `benaderd'. Ook dacht ik: blij dat ik geen luizenvader ben. Want daar komt nog heel wat bij kijken. Bovendien heb ik geen enkele ervaring met het zoeken naar luis.