Koorzang met dominee Shabalala

Waar Zap Mama al lang vanaf is gestapt doet het koor Ladysmith Black Mambazo nog steeds: uitsluitend a capella zingen. Dat wil zeggen tijdens concerten, want voor de laatste cd Heavenly werden behalve twee dozijn musici, vele gastvocalisten ingeschakeld onder wie Dolly Parton, Lou Rawls en Phoebe Snow. Dat deze cd in Paradiso werd verkocht met een sticker erop met de tekst `North Sea Jazzfestival 1998` was merkwaardig, omdat de opnamen daar dus niets mee te maken hebben.

Het dubbelsporen-beleid van vele artiesten, op de plaat doen we dit en in een zaal iets anders, is in het geval van Joseph Shabalala extra opvallend omdat deze op het podium zeer eenkennig is. Staan er op de cd liedjes van onder meer Bob Dylan, Curtis Mayfield en Billy Joel, in Paradiso is het Shabalala voor en Shabalala na, met hoogstens een enkele traditional. Shabalala staat ook een paar meter voor het koor en is als enige uitgerust met een zendermicrofoon, zodat hij zich vrij kan bewegen. De negen koorzangers hebben veel pasjes en gebaren ingestudeerd maar omdat ze bij hun microfoons moeten blijven, lijken ze te dansen in een kooi.

Dat past trouwens wel bij het repertoire want ook dat is nogal afgemeten. Alles klinkt volmaakt zuiver en harmonisch, een dissonant is uit den boze, er is geen vuiltje aan de lucht, zelfs niet in `Hopeless Hopeless' en zeker niet in `Sohlabelelu Hosana, Haleluya Amen'. Doordat het geluid in Paradiso fantastisch is, komt Mambazo's boodschap ruisloos over.

Dat Shabalala voor een afmars wat mensen op het podium laat komen is leuk en verantwoord - laat de kinderen tot mij komen - minder leuk is dat hij het publiek toespreekt alsof het kinds is. Als Joseph Shabalaba nog geen dominee is, dan kan hij het altijd nog worden. Voorzanger of voorganger, ook voor Pat Boone, Cliff Richard en Little Richard maakte het maar weinig verschil.