Katholieke rebel; Louis Frequin (1914-1998)

De journalist Louis Frequin (84) is gisteren in zijn woonplaats Berg en Dal na een kort ziekbed overleden. Dat heeft zijn familie gisterenavond bekend gemaakt. Frequin was meer dan dertig jaar hoofdredacteur van De Gelderlander, van 1945 tot 1977. In de jaren zestig was hij mede-oprichter van de KRO-actualiteitenrubriek Brandpunt. Landelijke bekendheid kreeg hij met de het praatprogramma `Gastenboek', de eerste talkshow op de Nederlandse televisie.

Louis Hendrik Antonius Frequin was een autodidact. In 1930 kwam hij als zestienjarige in dienst bij De Gelderlander als aankomend verslaggever in de Betuwe. Op de redactie vormde hij met twee leeftijdgenoten het `klavertje drie', ook wel `de rebellen' genoemd, een clubje jonge journalisten dat de oude garde wakker wilde schudden en De Gelderlander wilde omvormen van een “provinciaalse afleggertje' tot een kwaliteitskrant met een eigen gezicht.

Vlak voor de oorlog was Frequin kortstondig lid van de Nederlandse fascistische organisatie Zwart Front, maar toen zijn krant in 1941 door de Duitsers werd verboden begon hij met het verspreiden van illegale berichten voor het verzet. In 1944 werd hij opgepakt en kwam hij terecht in het concentratiekamp in Vught waar hij zwaar werd mishandeld. De gebeurtenissen drukten een zware stempel op Frequins latere leven. Zo schreef hij `Een man die achterbleef', een bekroond boek over het concentratiekampsyndroom.

In 1945 werd hij benoemd tot hoofdredacteur van De Gelderlander. Onder zijn leiding groeide het aantal abonnees van 30.000 tot 140.000 en veranderde de Gelderlander van een provinciaal blaadje tot een van de grotere regionale kranten. De sleutel tot dit succes was geleidelijke vernieuwing. Hoewel hij openstond voor maatschappelijke verandering, is Frequin in zijn hart altijd een conservatieve katholiek gebleven.

Frequin was een veeleisende, soms dictatoriale chef. “Je bent vierentwintig uur in dienst van de krant', was een veelgehoorde uitspraak van hem. Jonge redacteuren raadde hij aan niet te trouwen, dat was slecht voor hun beroep. Zijn eigen vakmanschap was echter boven iedere twijfel verheven. De self made man had een feilloos gevoel voor wat de man in de straat bezig hield. Als redacteuren lokaal nieuws in de kolom korte berichten wilden meenemen, greep Frequin onmiddellijk in: “Zet dat maar fors op de een'.