Jonge honden in elitekorps; HET BOLWERK - Economische Zaken

Economische Zaken kende het debacle met de steun aan RSV, maar het heeft ook de reputatie van economische think-thank.

In de monumentale ontvangsthal van het ministerie van Economische Zaken waar de bronzen Pandora een tenger figuurtje is tussen de zware stenen, ontbreekt een marmeren tafel. Die heeft de lang geleden veelbesproken ondernemer Bosio - gefrustreerd door zijn aanvaringen met het departement - langs de zeer brede trap naar beneden gegooid.

Een handeling die niet zo past bij wat voormalig secretaris-generaal F. Rutten een gebouw met een “wat strenge internaatachtige uitstraling' noemt. Van alle ministeriele onderkomens is het in 1917 opgeleverde gebouw van het ministerie van Landbouw, Nijverheid, Handel en Visscherij het meest eerbiedwaardige. De wat merkwaardige mengeling van classicisme en Nieuwe Zakelijkheid van architect Knuttel geeft het enkele jaren geleden gemoderniseerde pand tegelijk iets van vergane glorie.

Deze dubbelzinnigheid symboliseert hoe Economische Zaken de afgelopen jaren aan macht verloor en aan invloed won. De geschiedenis van het ministerie dat in 1946 zijn huidige naam kreeg, is nauw verbonden met de wederopbouw en industrialisatie van Nederland. Met de afbrokkeling van de scheepsbouw de auto- en de vliegtuigindustrie werden ook de EZ-ambtenaren minder machtig met als dieptepunt de mislukte steunoperatie voor het scheepsbouwconcern RSV (Rijn-Schelde-Verolme). “Van RSV heeft het departement een enorme klap gehad', zegt oud-minister J. Andriessen.

Min of meer noodgedwongen heeft Economische Zaken zich nog meer dan vroeger toegelegd op het denken over de Nederlandse economie. “EZ heeft duidelijk een intellectuele functie', zegt Andriessen. Economische Zaken `verkoopt' ideeen over bijvoorbeeld marktwerking aan andere departementen. “Het departement doet voortdurend interventies bij andere ministeries; over energie bij VROM, over deregulering bij Justitie, over infrastructuur bij Verkeer en Waterstaat', zegt oud-staatssecretaris A.

van Dok.

De geinstitutionaliseerde wijsneuzigheid heeft de gedaante aangenomen van de nieuwsgierige en ambitieuze ambtenaar in een snel pak, die wel als “de jonge VVD'er' wordt omschreven. “Men wil graag de politieke agenda bepalen', zegt een voormalige EZ-ambtenaar. “De mensen zijn erg bezig met het verwerven en overdragen van kennis en het veranderen van de maatschappij', weet van Dok. “Op een prettige manier voelt men zich een soort elitekorps.'

Economische Zaken is een mannenbolwerk - van de ruim 4.000 ambtenaren is een kwart vrouw - waarin de jongeren af en toe het hoogste woord mogen voeren. “Meer dan in veel andere organisaties mogen eind-twintigers en begin-dertigers hun ideeen spuien, los van allerlei formele machtsverhoudingen', zegt Van Dok. Secretaris J. Ravensloot van MKB Nederland ziet bij zijn geregelde bezoeken aan het ministerie veel “jonge hardwerkende economen, vaak net van de universiteit, met een nogal conceptuele kijk op de economie'.

Voor brainstorm-sessies, congressen en vergaderingen heeft EZ een buiten Duingeest in Wassenaar, waar het personeel kan tennissen en voetballen. Zomers zijn er op Duijngeest voetbaltoernooien met teams van Financien en Sociale Zaken. “EZ-ambtenaren zijn harder dan de mensen van Sociale Zaken, maar niet zo hard als de jongens van Financien', zegt een oud-EZ-medewerker.

Door de week kunnen de ook als `yuppie-ambtenaren' omschreven medewerkers in een fors bemeten fitness-ruimte tot acht uur 's avonds aan hun conditie werken. Behalve op vrijdagochtend, want dan is de ruimte gereserveerd voor de leden van het kabinet die wat komen sporten voordat zij in de ministerraad gaan vergaderen. Een foto aan de wand, boven de loopband, toont onder meer premier Kok en de bewindslieden Pronk en Vermeend in witte T-shirtjes.

Of de voortdurend opborrelende ideeen van de energieke EZ-ambtenaren hun weg vinden in de rest van Den Haag, hangt vooral af van de invloed van de eigen minister. Economische Zaken zit in de belangrijke sociaal-economische driehoek, maar beheert niet de miljarden guldens van Financien en evenmin de miljoenen mensen met een uitkering zoals Sociale Zaken. De succesvolle minister H. Wijers heeft Economische Zaken de laatste jaren opgestuwd in de Haagse hierarchie. Ravensloot: “Dankzij Wijers hebben de EZ-mensen weer helemaal het zelfvertrouwen terug dat door RSV was verdwenen.'

Het zelfvertrouwen is op dit moment vooral groot bij de directie Algemene Economische Politiek (AEP), die veel werd geraadpleegd door de voormalige consultant Wijers. AEP is de denk-tank van het ministerie waar op een bijna wetenschappelijke wijze de economische kaart van Nederland wordt getekend. De ideeen bij AEP, waar minister Zalm (Financien) ooit werkte, getuigen van een diep geloof in de vrije markt. De `vijanden' zijn dan ook de softe ministeries van Milieu en van Sociale Zaken, waar tot voor kort `Raspoetin' Melkert de belangrijkste tegenspeler was.

Het liberale gedachtengoed heeft zo'n bezit genomen van het departement dat in de Tweede Kamer gisteren werd gesproken van het `ministerie van marktwerking'. De invloed van de directeur-generaal Economische structuur (marktwerking, concurrentiebeleid), R. Bemer, is de laatste jaren dan ook fors toegenomen. In de lang vervlogen tijden dat nog forse staatssteun werd verschaft aan ondernemingen zoals Fokker, stond dit directoraat zo in de schaduw van het directoraat Industriebeleid dat het departement wel het `ministerie van het bedrijfsleven' werd genoemd.

Nog altijd hebben de grote ondernemingen hun eigen informeel overleg met de top van de het departement: PHAUSD (Philips, Hoogovens, Akzo, Unilever, Shell en DSM). Maar na de debacles met Daf en Fokker is de staatssteun aan bedrijven steeds verder teruggebracht en daarmee ook de invloed van de ooit oppermachtige directeur-generaal Industriebeleid, M. van der Harst.

Desondanks behoort Van der Harst tot de `EZ-baronnen', de drie (van de vier) directeurengeneraal die al vele jaren vast in het zadel zitten. Een andere baron is S. Dessens, directeur-generaal Energie, die in de energiewereld ook tal van cruciale commissariaten heeft. De baron is F. Engering directeur-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen, die onder meer handelsmissies organiseert. Engering is de langstzittende, een volgens Van Dok “unieke dg, met een bijzondere positie in binnen- en buitenland'. Naar verluidt vond Wijers echter dat deze dg's veel te lang op hun plek zaten.

Hoe dynamisch EZ zichzelf ook beschouwt, ook dit ministerie is niet vrij van bureaucratie. Er wordt flink vergaderd de hoeveelheid afkortingen is duizelingwekkend en er heerst een sterke parafencultuur. Het pand met de zeer moderne constructie van staal en glas bovenop de eclectische suikertaart belichaamt dus en de dynamiek en de traditionele bureaucratie van Economische Zaken.