Een vreemde exercitie in moeilijk doen

Actrice Katenka Woudenberg slaat helemaal geen slecht figuur in de door Margrith Vrenegoor geregisseerde solo Hart van steen - naar de (bijna) gelijknamige roman van Renate Dorrestein - en toch is het een raadsel waarom deze voorstelling gemaakt is. Men heeft theater willen maken van het boek maar het resultaat van alle inspanning is theater dat alle kenmerken heeft van het boek, maar niet alle kwaliteiten. Het is een vreemde gewaarwording.

Iedere stilering blijft achterwege in deze enscenering van Renate Dorresteins bloedstollende relaas over een door het noodlot getroffen gezin. Dat wil zeggen, in het begin worden er nog enkele dia's met plaats- of situatie-omschrijvingen over de op een barkruk gezeten Woudenberg heen geprojecteerd, maar al spoedig zien we nog louter voordracht. Van een bewerking van een even hecht als complex geconstrueerd boek, dat bekorting en weglating van passages nauwelijks verdraagt.

Woudenbergs, het origineel getrouw, van flashbacks wemelende verhaal is dus ingewikkeld, zo ingewikkeld dat ik me afvraag of toeschouwers die het boek niet kennen, het volgen kunnen. Kunnen ze dat, dan blijft bezwaarlijk tot onoverkomelijk dat de personages in de bewerking een schaduw zijn van die in het boek. De moeder, de centrale figuur en de belichaming van het noodlot, is in het boek aanvankelijk de leukste moeder die een kind zich wensen kan en precies om die reden kan het onheil zich later zo onopgemerkt voltrekken. Hetzelfde geldt voor de lol binnen het gezin die Dorrestein zo aanstekelijk be-schrijft. In het theater is er niets of te weinig van over gebleven.

Dat valt te meer op, omdat de bewerking gedetailleerd is en Woudenbergs voordracht nog het meest weg heeft van een voorlezing. Maar voorlezen doet ze niet: haar solo is een exercitie in moeilijk doen. Het is theater dat geen theater worden wil en een boek dat geen meer boek is. Aan Dorresteins roman wordt niets toegevoegd maar wel afgedaan. Rara, wat kan hiervan bedoeling zijn.