De geleidelijke verstandsverduistering

Voorstelling: Dagboek van een gek naar de gelijknamige novelle van Nikolaj Gogol. Productie Impresariaat Wim Visser. Bewerking: Sylvie Luneau, Roger Coggio; decor: Kees van Iersel; kostuums: Lisette van Meeteren; muziek: Georges Delerue; regie: Jan Ritsema; spel: Henk van Ulsen. Gezien 13/10 Singer Theater, Laren. Te zien t/m 27/2. Inl.: 020-6233700.

Met geen rol heeft een Nederlands acteur zich zijn leven lang zo geidentificeerd als Henk van Ulsen met de kleine Petersburgse ambtenaar Propritsjin, de in droombeelden gevangen held uit de novelle Dagboek van een gek (1835) door Nikolaj Gogol. Meer dan dertig jaar geleden, op 15 mei 1965, speelde Van Ulsen voor het eerst deze rol bij Toneelgroep Studio in de regie van Kees van Iersel, daarna in de jaren zeventig nog eens en nu opnieuw. Het is een perpetuum mobile van deze `gek', of liever: deze `krankzinnige' Propritsjin.

Ik zag ooit de middelste voorstelling waarin de acteur gevangen was in een fuik van steeds kleiner wordende cirkels. Totdat er geen bevrijding meer mogelijk was. Ik was gewonnen voor toneel, toen. Van Ulsen, inmiddels de zeventig gepasseerd en zo'n vijftig jaar verbonden aan het toneel, koos Dagboek van een gek als zijn jubileumvoorstelling. Jan Ritsema werd zijn regisseur. Ze gingen terug in de tijd, naar de versie die de legendarische Kees van Iersel bij Studio maakte. De jonge tekenaar Frits Muller maakte dia's die op het toneelbeeld werden geprojecteerd. Steeds krassiger en surrealistischer werden die en zo keek je in het verwarde hoofd van de armzalige ambtenaar die zich koning van Spanje waant en dat zelfs in het gekkenhuis nog volhoudt, tot aan de volkomen verstandsverduistering.

Henk van Ulsen speelt zijn geliefde hoofdpersoon met bewonderenswaardige souplesse en vitaliteit. In een nauwgezet rommelig geeensceneerd decor, claustrofobisch en vooral treurig als regen die lekt van de dakgoot, schrijft de ambtenaar scenes in zijn dagboek die hij vervolgens naspeelt. Hij droomt van een groots brutaal en gepassioneerd leven. Maar elke vlucht stuit af op de realiteit.

Tot hij zover gaat geen realiteit meer te accepteren en in illusies zijn geluk te beproeven. Dat decor werd ontworpen door Kees van Iersel, zoals in de credits staat vermeld. Zo'n historisch moment beleef je niet vaak in het theater. Van vernieuwing geen sprake, en waartoe ook?

Regisseur Jan Ritsema stuurt Van Ulsen naar een mooie balans tussen waanzin en niet-waanzin. Vooral dat laatste, het gefatsoeneerde gedrag, geeft de spanning aan de voorstelling. Want des te strakker en met meer naturel Van Ulsen de tekst zegt, zelfs als hij schitterend raaskalt, des te gevaarlijker wordt zijn optreden. Want hoe je het ook wendt of keert, niemand is in staat een scherpe scheidslijn te trekken tussen aangepastheid en waanzin.

Het is intrigerend hoe een acteur een tekst zo vaak gespeeld kan hebben, alleen al in de eerste ronde in 1965 meer dan tweehonderd keer, zonder die kapot te spelen. Propritsjin blijkt telkens verrast door zijn eigen grillen. De overschakeling van zijn dagelijkse kleine nederlagen naar zijn grootse Koning van Spanje-syndroom gaat zo mooi geleidelijk, dat ik als toeschouwer pas met terugwerkende kracht ineens moest beseffen dat de gekte in vol ornaat die arme ambtenaar in beslag had genomen. Van Iersels toneelbeeld heeft niets aan zeggingskracht ingeboet: expressionistisch met scheve, heftige lijnen en hoeken in het eerste deel, ijselijk wit en strak als een cel in een gekkenhuis in het tweede. In de desillusie van het leven vindt hij zijn einde: Van Ulsen ligt op de grond, verkrampt, hij zou wel zijn neus achterna willen die zich op de maan bevindt.