De derde periode

Zou de toestand in de wereld anders zijn geweest als de president en de stagiaire elkaar niet hadden ontmoet? Dan was de president wel een andere stagiaire tegengekomen; en de stagiaire was een minister, een directeur of een burgemeester tegen het lijf gelopen. Het is klassiek. Maakt dat verschil voor de geschiedenis? Het hangt ervan af hoe erop wordt gereageerd.

Na de Koude Oorlog, bijna tien jaar geleden, heeft de wereld even de illusie gehad, van de grootste, de `apocalyptische' vraagstukken verlost te zijn - dat wil zeggen de wereld die het monopolie van de vooruitgang had. Er waren wel problemen: het Irak van Saddam, Joegoslavie, Afghanistan, het grootste deel van Afrika. Onze wereld van de vooruitgang heeft een paar grensoorlogen gevoerd - om Koeweit, in Somalie en Bosnie. Ze kon het zich veroorloven. Wat onoplosbaar bleek te zijn werd in quarantaine geplaatst. De grensoorlogen en de vraagstukken in quarantaine zijn op de grote lijnen van de vooruitgang niet van invloed geweest. Geen politicus van belang heeft er zijn nek over gebroken.

Dat de wereld na de Koude Oorlog radicaal zou veranderen, was te voorzien. Het is gebeurd en het is breed uitgemeten. Uit de overgangstijd is geleidelijk een situatie gegroeid waarin de politiek hoe langer hoe meer terrein heeft prijsgegeven aan de mondiale economie, terwijl de samenhang van de politieke structuren verzwakte. De regeerders van de laatste supermacht (en de rest) is een volstrekt ander operatieterrein toevertrouwd dan dat van hun voorgangers in de Koude Oorlog. Is dit `gemakkelijker'? De onvergelijkbaarheid maakt dat `gemakkelijk' en `moeilijk' niet van toepassing zijn. Om te beginnen gaat het erom de nieuwe grote vraagstukken te herkennen en er dan naar te handelen.

Helmuth Kohl heeft herkend en gehandeld, door in de overgangstijd tussen Koude Oorlog en nieuwe vrede de hereniging te bewerkstellingen. Bush heeft het misschien gedaan door de coalitie voor de Golfoorlog te vormen, maar die was niet houdbaar en zijn nieuwe wereldorde is door de mondiale economie verzwolgen.

Daarna is er wel veel gebeurd, maar weinig groots gehandeld. Het vraagstuk Saddam is zeven jaar later niet wezenlijk veranderd. Het grootste Europese vraagstuk, de oorlog in Bosnie, is door de Europese en Amerikaanse regeringen wel herkend, maar ze hebben pas na vier jaar en 250.000 doden gehandeld. De zwaarste oorlogmisdadigers zijn nog op vrije voeten en Milosevic, een van de belangrijkste aanstichters van toen, is de hoofdaanstichter van de oorlog in Kosovo. Met het herkennen van het probleem is het in orde - de discussie over het handelen is die van een Poolse landdag. Het Westen weet zich geen raad met deze ongrijpbare evenmin als met Karadzic die op nagenoeg dezelfde manier de vorige catastrofe heeft veroorzaakt.

Op de ranglijst van de grote vraagstukken voor het Westen is Kosovo de afgelopen maand snel gestegen. Maar veel hoger staat de afgelopen maanden de dreiging van een economische wereldcrisis, en het toenemend geloof dat een recessie of depressie bij gebrek aan remedie onvermijdelijk is. Zoals bekend zijn geloof aan de crisis en de crisis zelf niet van elkaar te scheiden. Daarbij maakt de grote internationale politiek zijn herintrede door de Russische impasse, die alles omvat: de nationale economie, de politiek infrastructuren, het moreel van het volk. Die impasse wordt niet veroorzaakt door een paar toevalligheden die met snelle ingrepen te verhelpen zijn. De Russische impasse is duurzaam, en het is een illusie dat een volstrekte ineenstorting of een uitbarsting daar ook zo comfortabel in quarantaine kan worden gehouden. Dit is, na de eerste jaren van aanpassing, en vervolgens de groei van de mondiale systemen de derde periode na de Koude Oorlog.

Het niet zo bijzondere van deze wereldcrisis in wording is dat alles tegelijk komt.

Dat is een eigenschap van iedere ernstige crisis. Men voelt zich omsingeld door het noodlot. In dit geval: de lokale massamoord in Kosovo die nu met 450 vliegtuigen misschien is gestopt; de eindelijk als zodanig herkenbare recessie in Zuidoost-Azie, de sluipende invloed daarvan in het Westen; de snelle gedaanteverwisseling van Rusland: van een grote democratie in wording tot een risico voor de stabiliteit in Europa; en de minder eenvoudig benoembare factoren die in de vertrouwde litanie worden opgesomd, het verval van de publieke moraal, de afkeer van de politiek enz. Alle samenstellende delen in dit complex zijn relatief duurzaam.

Het bijzondere van deze crisis ligt ergens anders, namelijk in de macht van het Amerikaanse presidentschap. Wat deze president heeft gedaan weten we nu wel. Met bijna 100 procent zekerheid kunnen we zeggen dat het nieuwe onderzoek niets aan onze wetenschap over het karakter van de president en zijn doen en laten zal toevoegen. Daarin ligt het belang dan ook niet. De wereldpolitieke betekenis ervan is dat de laatste supermacht zich opnieuw in de bestudering van de presidentiele kamertjeszonde stort.

Toen in januari van dit jaar mevrouw Tripp zich via een streek een plaats in de geschiedenis wist te verwerven, zag het er al niet goed uit met de wereld en evenmin met de president. Met niet aflatende zelotenijver hebben onder regie van Kenneth Starr de politieke vijanden van de president en de media die er goud in zagen, zich volgezogen. Zeker, het was in eerste aanleg allemaal de schuld van Clinton, dat weet men tot in de verste uithoeken. Maar voor de wereldcrisis was en is dat van het allerlaatste belang. Hoog boven alles torent het feit dat het Amerikaanse presidentschap, waarin de laatste politieke verantwoordelijkheden zijn geconcentreerd, nog altijd systematisch wordt verzwakt door allerlei krachten die op z'n minst ook niet uit de zuiverste motieven handelen.

Zoals men zegt: It takes two to tango, en dit is een marathondans. Dat is de Amerikaanse en daardoor de mondiale politieke crisis, waarvan deze president niet meer de schuld draagt, maar waarvan hij slechts een onderdeel is. Dat deze politieke crisis alomvattend is wordt hierdoor bewezen dat de vraag wat na Clinton? - welke meerderheid op welke grondslag, met welke koers, welk programma - nauwelijks wordt gesteld en niet aan de orde is. Het wereldvraagstuk in de derde periode na de Koude Oorlog wordt nauwelijks herkend.

Of het beter was gegaan als al die veelbesproken ontmoetingen niet hadden plaatsgevonden? In ieder geval anders, omdat de president zijn hoofd bij zijn werk had kunnen houden. Maar misschien zit het dieper. Misschien is deze affaire alleen een toeval waardoor is aangetoond dat de politieke crisis veel ingrijpender is dan door een DNA-test kan worden aangetoond.