De dekolonisatie van de ongerepte kinderziel; Kinderfilm- en televisiefestival Cinekid durft jeugd verboden terrein te laten betreden

Verboden voor kinderen (Forbudt for born) luidt de originele titel waaronder twee middellange films van de Deense regisseur Jesper W. Nielsen - met dezelfde personages in de hoofdrollen - achter elkaar vertoond worden. Om misverstanden te voorkomen hebben de organisatoren van het internationaal toonaangevende jeugdfilm- en televisiefestival, die overigens een retrospectief wijden aan Nielsens provocerende werk, die titel maar vertaald als Twee keer Ida.

In tegenstelling tot de gangbare opvattingen in jeugdfilmland meent Nielsen dat kinderen en volwassenen dezelfde problemen hebben. Dus laat hij de zevenjarige Ida (Stepania Potalivo) in het eerste deel een zelfmoordpoging doen uit wanhoop over het alcoholisme van haar moeder, en in het tweede deel ten prooi vallen aan de lichamelijke en geestelijke verwarring van een eerste grote verliefdheid.

Met filmische flair, brutaliteit en emotionele oprechtheid confronteert Nielsen kinderen met de aspecten van het menselijk bestaan waar de meeste opvoeders kinderen liever buiten houden. Die neiging tot beschermen begint een hypocriet standpunt te worden, wanneer in de maatschappelijke werkelijkheid ouders massaal hun kinderen in de steek laten.

Er is bijna geen film meer te zien op Cinekid, waarin een volledig gezin voorkomt. Vallende en falende ouders dwingen kinderen tot creativiteit in het geestelijk overleven. In Op eigen houtje (Nar mor kommer hjem) van de eveneens Deense Lone Scherfig verzint de twaalfjarige Kasper een vader voor hem en zijn twee jongere zusjes en leidt zo een maatschappelijk werkster om de tuin, wanneer hun moeder weer eens een paar weekjes naar de gevangenis moet. Zelfs in het Zweedse sprookje De kinderen van de glasblazer van Anders Gronros worden twee kinderen ontvoerd door een rijk en machtig kinderloos echtpaar en ontsnappen met een beetje magie aan een wreed lot.

Wie denkt dat kinderen niet bestand zijn tegen zo veel leed vergeet dat die traditie in de kinderliteratuur, van Alleen op de wereld tot Kwik, Kwek en Kwak, veel langer bestaat dan de behoefte de kinderziel te beschermen. Waar gaat Roodkapje anders over dan een eerste seksuele confrontatie?

Op de golven van de kentering in de Scandinavische kinderfilms lijkt nu ook Cinekid het roer om te gooien. In het argument waarmee die dekolonisatie van de ongerepte kinderziel verdedigd wordt klinkt nog wel iets door van de oude betutteling. Het zou hier namelijk om `kwaliteitsfilms' gaan, en dat is het enige wat telt. Ook in het gezever over kwaliteitslabeling van kindervideo's, waar nu slechts de wet van de commercie heerst, duikt dat kwaliteitsspook weer op.

De kwaliteit van films als Twee keer Ida zit niet alleen in het camerawerk of de prikkeling van de fantasie, maar vooral in de herkenbaarheid en het realiteitsgehalte. Ook Cinekid vertoont niet-kwalitatieve troep uit de commerciele hoek (Freddie the Frog). Kwaliteit is een rekbaar begrip, waarover valt te twisten. Het serieus nemen van kinderen heeft geen kwaliteits-alibi nodig, alleen een open, niet-angstige houding, van het soort dat spreekt uit de films van Nielsen.