China en Taiwan praten, maar niet echt

Na een onderbreking van ruim vijf jaar voeren China en Taiwan opnieuw overleg op hoog niveau. Vandaag is de Taiwanese onderhandelaar Koo Chen-fu in Shanghai aangekomen.

“Een federatie tussen China en Taiwan is onmogelijk. Daar is in het verleden nooit sprake van geweest. Hereniging moet naar model van Hongkong: een land, twee systemen', zegt Zheng Jianbang, een functionaris van de Revolutionaire Guomindang in Peking. Dat het concept, waaronder Hongkong vorig jaar aan China is overgedragen, evenmin historische precedenten kent in de Chinese geschiedenis, doet er blijkbaar niet toe.

De partij van Zheng stamt uit de geledingen van de nationalistische Kuomintang, waarvan de meeste aanhangers in 1949, voor de communistische machtsovername in China, naar Taiwan zijn gevlucht. Maar evenals de andere zeven toegestane politieke `partijen' in China volgt de Revolutionaire Guomindang de lijn van de Communistische Partij. De Guomindang is geen oppositiepartij, maar noemt zich een `samenwerkende' partij. Dat verklaart waarom Zhengs standpunt over hereniging met Taiwan naadloos aansluit op het standpunt van de Chinese regering. “Wij proberen onze Taiwanese broeders duidelijk te maken wat de Chinese regering precies bedoelt met `een land, twee systemen'. Veel Taiwanezen geloven dat het om een complot gaat, dat wij het eiland zullen vermorzelen. Dat is uiteraard een misvatting.'

Het zijn opvattingen, zoals die door Zheng worden geventileerd, die de Taiwanezen tot wanhoop moeten drijven. Ondanks de historische betekenis van het bezoek van Koo Chen-fu, de voorzitter van de Straits Exchange Foundation (SEF) Taiwans `niet-gouvernementele' stichting voor overleg met China hebben de autoriteiten in Taipei gewaarschuwd voor al te hoge verwachtingen. Volgens premier Vincent Siew zullen de besprekingen tussen Koo en zijn Chinese gesprekspartner van de Association for relations Across the Taiwan Straits (ARATS), Wang Daohan niets meer zijn dan een beleefde ontmoeting.

Taiwan zou al tevreden zijn indien de het met China in contact kan blijven. Want zelfs dat is niet eenvoudig. De in 1993 in Singapore geinitieerde besprekingen tussen Koo en Wang werden halverwege 1995 door China afgebroken, na het informele, maar uiterst publieke optreden van Taiwans president, Lee Teng-hui, in de Verenigde Staten. China beschuldigde Taiwan, in de ogen van Peking een `afvallige provincie', van het volgen van een geheime agenda. Het zou als ultieme doelstelling de onafhankelijkheid van het eiland beogen, een ontwikkeling die China desnoods met geweld in de kiem wil smoren. Dat Koo en Wang nu in Shanghai opnieuw om de tafel gaan zitten, beschouwt Taipai alleen daarom al als een succes. Het is voor het eerst dat zo'n hoge Taiwanese onderhandelaar in China ontmoetingen zal hebben met 's lands hoogste politieke leiders.

Volgens Taiwan zal er evenwel geen sprake kunnen zijn van stucturele vooruitgang in het onderhandelingsproces zolang Peking vasthoudt aan zijn politieke strategie ten aanzien van het eiland. China stelt dat de erkenning van het `een-China principe' een voorwaarde is voor onderhandelingen met een politieke strekking. Taiwan accepteert die terminologie, maar verstaat onder `een-China' iets anders dan de erkenning van de communistische regering van de Volksrepubliek als oppermachtige leider van een Groot China. Dat de regering in Taiwan democratisch is gekozen, en die van China niet, beschouwt Taipei als de belangrijkste morele voorsprong die het heeft op China.

Dat Peking niet van zins is de de facto soevereine status van Taiwan te erkennen, leidt op het eiland tot heftige reacties. “Hoe kun je betrekkingen verbeteren als je ons bestaan ontkent ons intimideert met militaire oefeningen en rakettesten, en ons diplomatiek isoleert?',zei Chang King-yuh onlangs, de voorzitter van Taiwans Mainland Affairs Council, een raad op kabinetsniveau.

“Als China de betrekkingen met ons wil verbeteren, dient het de waarheid onder ogen te zien en te accepteren dat China is verdeeld onder gescheiden machten.' Een eerlijke dialoog is volgens Taipei alleen mogelijk wanneer China Taiwan als zijn gelijke beschouwt.Zolang daarvan geen sprake is wenst Taipei zich derhalve te beperken tot de hervatting van de voorbereidingen tot technische besprekingen: de repatriering van illegale migranten en garanties ten aanzien van Taiwanese investeringen in China.

De wortel die China Taiwan voor de neus houdt, is meer autonomie. Intellectuele verhandelingen over een constructie zoals die met Hongkong is aangegaan, maar waarbij meer rekening zal worden gehouden met Taiwans specifieke eigenschappen, moeten Taiwan ervan overtuigen dat in China wel degelijk ruimte bestaat voor discussie. Een onlangs opgerichte organisatie, de China Development Union, pleit zelfs openlijk voor een federatie-model. Een gedachte die volstrekt taboe is in China maar die nu, voorafgaand aan het bezoek van Koo, kennelijk opeens ongestraft geuit mag worden. “China en Taiwan zijn eigenlijk al onafhankelijke entiteiten', zegt Peng Ming, de secretaris van de organisatie, zonder schroom. “Alleen door elkaar te respecteren, kunnen de problemen worden opgelost. Maar als China serieus wil worden genomen zijn er algemene verkiezingen nodig.'

Dergelijke uitlatingen zijn misschien weinig representatief voor het denken van de Chinese autoriteiten, maar zij verwoorden wel een deel van de twijfel die ook aan Chinese zijde bestaat, wanneer succes voortdurend uitblijft. Want er valt veel te verliezen. Keren de Taiwanse onderhandelaars met lege handen naar huis, dan zal de positie van de regerende Kuomintang op Taiwan daar onder lijden.

Want ook op Taiwan neemt de roep om resutaten toe, vooral van de zijde van het bedrijfsleven. Bedrijven mogen nog steeds niet rechtstreeks met China zaken doen, maar hebben de afgelopen jaren via Hongkong of derde landen wel ruim 38 miljard dollar geinvesteerd in China. Het bedrijfsleven klaagt dat het door de opgelegde beperkingen een belangrijke concurrentie-achterstand heeft en orders misloopt.

Mocht het ongenoegen over het uitblijven van resultaat in de onderhandelingen met China leiden tot verlies van de Kuomintang bij de parlementsverkiezingen in december, dan is dat ook in het nadeel van Peking. Peking wil maar al te graag voorkomen dat de Taiwanese oppositie met name de Democratic Progressive Party (DPP), bij de verkiezingen de meerderheid behaalt. Onderhandelingen met een regering van de DPP de partij die de mogelijkheid van een onafhankelijk Taiwan nooit heeft uitgesloten, zullen immers nog veel moeizamer verlopen dan die met de zittende regering.