Betuwelijn niet gebaat bij oogkleppen

Kritiek op de aanleg van de Betuwelijn weet het kabinet niet anders te pareren dan met een beroep op het feit dat het besluit nu eenmaal genomen is. Op zich is die standvastigheid te prijzen, maar soms kan zo'n houding leiden tot blikvernauwing.

Een voorbeeld is het Groot Noord-Hollands Kanaal, de verbindingsweg tussen Den Helder en de Amsterdamse haven die heden ten dage voornamelijk fungeert als decoratie van het landschap. Na veel wikken en wegen inclusief een dwarsliggend Amsterdam, werd in 1819 besloten tot de aanleg ervan. Zeilschepen hoefden dan niet meer dagen- en wekenlang - letterlijk - voor Pampus te liggen voor ze de haven van Amsterdam binnen konden varen.

Dat het besluit er kwam was vooral te danken aan de gedrevenheid van Jan Blanken Jansz., de eerste inspecteur-generaal van de pas opgerichte Waterstaat. Dank zij hem ook werd het 80 kilometer lange en bochtige kanaal in de recordtijd van vijf jaar gegraven. Een deel van de kosten van 11 miljoen gulden werd gefourneerd door Koning Willem I die zich, anders dan zijn huidige nazaat, niet zozeer richtte op waterbeheer maar op waterbouw. Diezelfde Willem I suggereerde om een doorsteek te maken ter hoogte van IJmuiden, maar dat werd door Blanken als technisch onhaalbaar van de hand gewezen.

In 1824 was het kanaal gereed en werden zeilschepen in zestien uur van Den Helder naar Amsterdam getrokken. De technische ontwikkelingen in de scheepvaart waren echter niet stil blijven staan. Al vanaf 1809 werden er geregelde diensten onderhouden voor de Amerikaanse oostkust met door stoomkracht aangedreven schepen. In mei 1819, het jaar waarin Blanken begon met het graven van het Noord-Hollands Kanaal, voer het eerste met stoom aangedreven zeilschip, de Savannah over de Atlantische Oceaan van de Verenigde Staten naar het Engelse Liverpool. Veel passagiers en goederen konden niet mee alle laadruimte was nodig voor brandstof.

Die overtocht luidde echter wel het einde van de zeilvaart in en het begin van het stoomtijdperk.

En daarmee het einde van het Groot Noord-Hollands Kanaal. Het bleek te smal voor de steeds groter worden zeeschepen en het aantal schepen dat de haven aandeed, halveerde.

Het is natuurlijk achteraf praten. Maar als Jan Blanken de ontwikkeling van stoomschepen goed had beoordeeld, dan had hij het voorstel van Willem I om een kanaal van IJmuiden naar Amsterdam aan te leggen misschien niet zo snel weggewuifd en was hij nog eens achter zijn tekentafel gaan zitten. In principe waren de technische problemen niet onoverkomelijk. Dat bleek ook wel, want 25 jaar na het graven van het Noord-Hollands Kanaal werd alsnog voorgesteld om het Noordzeekanaal te graven.

Bij de Betuwelijn lijken, evenals bij het Groot Noord-Hollands Kanaal, oogkleppen het zicht op alternatieven te verhinderen. Met name het alternatief van de binnenvaart, het lelijke jonge eendje in de transportsector. Technische ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat de Betuwelijn, evenals het Groot Noord-Hollands Kanaal voortijdig overbodig wordt. Het is dan ook geen schande om een eenmaal genomen besluit nog eens te overwegen.