Amoureuze verwikkelingen in Amsterdam

Dat regisseur en scenarioschrijver Eddy Terstall (1964) Babylon als metafoor voor Amsterdam gebruikt, betekent niet dat hij zijn woonplaats een oord van verderf vindt waar de hoogmoed de hedonistische bewoners naar het hoofd is gestegen. Integendeel, uit de sympathieke, anekdotische wijze waarop hij de stad en haar zeden observeert, spreekt nergens afkeuring.

In feite handelt Babylon slechts in en over een klein deel van Amsterdam, namelijk het gebied rond de Westertoren: de Jordaan waar Terstall opgroeide en de aanpalende grachtengordel. Kinderen en bejaarden zijn er afwezig, buitenlanders daarentegen in grote getale. Geen apocalyptische aantallen vluchtelingen, maar mensen die aangetrokken werden door de tolerante vrijmoedigheid waar de stad prat op gaat. Babylon bestaat uit een vijftal `amoureuze spraakverwarringen' die het gevolg zijn van de zomerse contacten tussen de `autochtonen' en deze buitenlanders.

De mate waarin de personages, ontstaan uit de vriendenkring van de maker, tot leven komen is erg wisselend. Het sterkst en minst nadrukkelijk op de snelle lach spelend is het verhaal van de plotselinge verliefdheid van de corpulente Zuid-Afrikaan Barry (Nick Leslie) op de mysterieus glimlachende lesbienne Sarah (Rifka Lodeizen), zijn partner in een erotische act. Hij weet dat het niet kan en slecht is voor de werkverhouding, maar hij zit er maar mooi mee. Het slotstuk over een arrogante Franse rockster (Francois Perrier) blijft geheel steken in een platte parodie, die er maar niet in slaagt om grappig te worden.

In de overige verhalen, een Italiaans, een Duits en een Fries deel, bewijst Terstall een vlot verteller en een goed observator van de twintigers en dertigers uit zijn omgeving te zijn. Dat daarover weinig nieuws te melden valt, wisten we al uit andere recente films van jonge Nederlandse filmmakers. En om voor een geslaagde komedie door te gaan, levert de film te weinig scherpe grappen. Technisch is de low-budget film een prestatie van formaat: wat dat betreft is de film beter dan zijn voorganger Hufters & hofdames, die eveneens met veel productionele inventiviteit werd gerealiseerd.