Albanezen in Kosovo tegen akkoord; Eis: onafhankelijkheid

Het ondergrondse parlement van de Albanezen in Kosovo en het Kosovo Bevrijdingsleger hebben gisteren afwijzend gereageerd op het akkoord over Kosovo van president Milosevic en gezant Holbrooke.

Het presidium van het parlement van Kosovo verwierp het akkoord impliciet omdat het niet voorziet in “de enig mogelijke oplossing', de onafhankelijkheid van Kosovo, maar vaststelt dat Kosovo deel uitmaakt van Servie en Joegoslavie. “Het voorzitterschap van het parlement stelt vast dat de kwestie-Kosovo niet kan worden opgelost binnen de Servisch-Joegoslavische wetgeving', aldus een verklaring in Pristina. “De Albanezen hebben de Servisch-Montenegrijnse staat nooit erkend als de hunne.' Daarna werd gesteld dat geen enkele groep en geen enkel individu beslissingen kan nemen over het lot van de Kosovaren: alleen “de legitieme vertegenwoordigers' van de Kosovaren kunnen dat.

Het in juli gekozen parlement van Kosovo is een ondergrondse organisatie die niet wordt erkend door de Servische autoriteiten. Het wordt gedomineerd door de Democratische Liga van Kosovo (LDK) van de pacifist Ibrahim Rugova.

Ook het Kosovo Bevrijdingsleger UCK, dat het Servische gezag in Kosovo met geweld bestrijdt, heeft in een reactie op het akkoord van de Amerikaanse gezant Richard Holbrooke en de Joegoslavische president Slobodan Milosevic laten weten dat alleen zelfbeschikking en onafhankelijkheid het probleem-Kosovo kunnen oplossen. Een woordvoerder van het UCK in Zwitserland zei dat het Bevrijdingsleger akkoord zou gaan met een overgangsperiode van drie jaar, zoals wordt voorgesteld in het ontwerp-plan van de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill op voorwaarde dat duidelijk is dat die periode leidt tot zelfbeschikking en de mogelijkheid van onafhankelijkheid. In een in Pristina uitgegeven verklaring riep het UCK op tot NAVO-acties tegen Joegoslavie. “Elke oplossing die niet voorziet in onafhankelijkheid is onaanvaardbaar voor het UCK, na alles wat de criminelen van Milosevic het Albanese volk hebben aangedaan.'

Scepsis bestaat er ook aan de kant van de Serviers.

In commentaren op straat overheerst de opluchting dat luchtaanvallen van de NAVO voorlopig lijken te zijn afgewend.

Maar er bestaat ook wantrouwen bij velen die vrezen dat Milosevic een deel van de Servische zeggenschap over Kosovo heeft opgegeven door buitenlandse bemoeienis - in de vorm van waarnemers op de grond en patrouillevluchten van de NAVO in het luchtruim boven Kosovo - toe te staan. De democratische oppositie in Servie begroette het akkoord maar hekelde Milosevic, omdat hij de situatie in Kosovo dusdanig heeft laten escaleren dat de internationale gemeenschap met geweld is gaan dreigen. (AFP, AP Reuters)