`We hebben 'n dubbele boodschap'

De Tweede Kamer is vandaag begonnen aan de behandeling van de begroting van Economische Zaken (EZ). “Compromissen maken dat een probleem nooit definitief wordt opgelost.' Vraaggesprek met de voor EZ verantwoordelijke minister Annemarie Jorritsma, VVD-bewindsvrouw met een verleden.

Annemarie Jorritsma, als vice-premier boegbeeld van de VVD in het kabinet-Kok, moet zich vandaag en morgen waarmaken als minister van Economische Zaken. In de Tweede Kamer verdedigt zij haar begroting. Tegelijkertijd wordt zij nog achtervolgd door haar verleden: van Schiphol tot Bijlmerramp. “Het gaat wat moeizaam om het oude kleed af te leggen en het nieuwe kleed aan te trekken', erkent zij.

Desalniettemin praat de opvolger van de bewierookte Wijers al zonder enige aarzeling over de wereldwijde financiele crisis, een `opportuniteitstoets' voor grote infrastructurele projecten en het nadeel van compromissen in de politiek. Aan de wand in haar werkkamer hangen portretten van Mick Jagger en Keith Richards, leden van de Britse rockband The Rolling Stones.

De dollar valt, het IMF sombert, Nederlandse bedrijven geven winstwaarschuwingen af. Uw collega Zalm houdt vol dat hij zich geen zorgen maakt, maar ambtenaren van Sociale Zaken hebben werkgevers en werknemers gewaarschuwd voor een somber economisch scenario. Waarom toont het kabinet twee gezichten?

“Omdat beide waar is. We moeten oppassen geen paniek te veroorzaken. De beurzen zijn zeer gevoelig voor stemmingen en we moeten ons dus niet zo pessimistisch voordoen dat een sombere voorspelling een self-fulfilling prophecy wordt. We praten op dit moment ook meer over risico's dan over feitelijkheden. Het gaat nog steeds goed in Nederland en Europa.

“Wel is het zo dat de wereld waar het goed gaat steeds kleiner wordt. Dat betekent dat we ons wel moeten voorbereiden op andere tijden. Vandaar die ambtelijke notitie aan de sociale partners - een samenvatting van de risico's - om een herhaling te voorkomen van begin jaren negentig.

Toen gebeurde het aanpassen op een te laat moment. Te hoge loonkosten, vastgelegd in lang doorlopende CAO's, leidden toen tot uitstoot van banen.'

U past uw boodschap dus aan, afhankelijk van de ontvanger?

“Het lijkt of wij met dubbele tong spreken, maar dat is niet zo. Het is wel een dubbele boodschap: het gaat nu nog goed, maar het kan straks minder gaan.'

Wat worden uw accenten op het economische beleid?

“We gaan onder andere eens kijken of we de administratieve lasten van ondernemingen kunnen verminderen. Bedrijven drie keer dezelfde informatie vragen - de ene keer voor de belastingsdienst, dan weer voor het Centraal Bureau voor de Statistiek - dat moeten we niet meer doen. Verder wil ik het midden- en kleinbedrijf (MKB), waar zestig procent van de nieuwe banen wordt geschapen, meer centraal stellen. Uit een recent onderzoek blijkt dat regelingen voor innovatie nog te weinig ten goede komen aan het MKB. En dat terwijl de lage bestedingen door bedrijven aan onderzoek aan ontwikkeling een zwakte is van de Nederlandse economie.'

Als Kok I het kabinet van `werk, werk, werk' was, wordt Kok II dan het kabinet van de ruimtelijk-economische structuur?

“Het wordt in elk geval een belangrijk onderwerp. De komende jaren komen enkele grote infrastructurele projecten op ons af, waarbij de spanning tussen milieu en economie ook weer optreedt. De vraag waarmee wij worden geconfronteerd is deze: Wat zijn de ruimtelijke consequenties van een gezond economisch beleid?'

De realisatie van grote projecten in Nederland lijkt soms zo traag te verlopen dat tegen de tijd dat ze worden voltooid, er al nieuwe inzichten zijn over het nut ervan.

“Iedereen is het erover eens dat de projecten te langzaam tot stand komen.

Uit onderzoek blijkt dat grote projecten in Nederland de laatste tweehonderd jaar gemiddeld vijftien jaar kosten. Met de economische dynamiek vandaag de dag moeten wij dit proces versnellen. Maar ja, de ervaring is dat als je dit allemaal wil veranderen, dat ook weer tien jaar kost.'

Moet de Betuwelijn niet alsnog worden afgeblazen nu de kritiek groeit, bijvoorbeeld van een groep hoogleraren economie, en er geen private financiers blijken te zijn?

“Van die hoogleraren heb ik geen nieuwe argumenten gehoord. Over de Betuwelijn wil ik ook niet veel zeggen, omdat het niet onder mijn competentie valt. Wel denk ik dat het mede aan de trage procedure te wijten is dat dit soort discussies maar blijven opkomen. Waar we daarom wel aan kunnen denken is dit: als we zo lang bezig zijn met de voorbereiding, moeten we tegen de tijd dat we toe zijn aan de uitvoering dan niet een opportuniteitstoets of zoiets houden? Ik vind dat je nooit moet zeggen: we hebben iets tien jaar geleden besloten en dus gaan we er vandaag mee door. Ik wil niet zeggen dat dit nu van toepassing is op de Betuweroute, maar in algemene zin vind ik dat je je altijd moet openstellen voor veranderingen. Als de omstandigheden werkelijk zo gewijzigd zijn dat je een afgesproken investering misschien beter niet meer kan doen... het denken houdt niet op.

Op welk moment zou zo'n toets moeten plaatshebben?

“Het moment van graven is te laat. Je zou het moeten doen direct nadat je klaar bent met de finale besluitvorming.'

Inzake de Betuwelijn is het dus te laat?

“De Betuwelijn zijn we al aan het bouwen. Dus het is een beetje vreemd om daar nu zo over te praten. Maar ik wacht belangstellend af hoe die discussie verder gaat.

Dat is toch echt een verantwoordelijkheid van mijn collega van Verkeer.'

Een ander groot infrastructureel project dat voortdurend tot discussie leidt, is Schiphol. Schiphol-directeur Cerfontaine stelde zondag de politiek een bedrijfsmatige manier van werken ten voorbeeld. Onder leiding van de minister-president samen om de tafel gaan zitten, elkaar recht in de ogen kijken en besluiten nemen, in plaats van schuldigen zoeken, onderzoeken gelasten en details opblazen. Een goed idee?

“Dat overleg is een goed idee. Verder vraag ik me af of Cerfontaine het politieke proces niet onderschat. Het probleem in de politiek is dat eensgezindheid vaak ontbreekt. In het bedrijfsleven beslist de directie wat de consensus is. De democratie werkt anders. Daarin worden compromissen gesloten. Compromissen maken dat een probleem nooit definitief wordt opgelost, waardoor de discussie iedere keer weer opnieuw begint. Het Kamerdebat van vorige week waarbij vooral over cijfers werd gesproken is een gevolg van ons systeem, waarbij compromis op compromis is gestapeld. Natuurlijk is het goed om in dat oerwoud wat te kappen. Maar uiteindelijk zullen we allemaal moeten leren leven met het compromis.'