Venlo is nog niet verlost van dealers en drugstoeristen

Venlo-Noord kreeg vorige week de Hein Roethofprijs voor wijkgerichte aanpak van criminaliteit. Maar Venlo is nog niet verlost van de drugsoverlast.

Het is een keurige Nederlandse wijk: aangeharkte voortuintjes met herfstasters en laatbloeiende rozen. Kinderen spelen in de afgevallen bladeren en buurtbewoners groeten elkaar vriendelijk. Geen snippertje papier, geen geluidsoverlast en ook geen problemen.

Een aantal jaar geleden zag Venlo-Noord er anders uit. Dealers scheurden op scootertjes door de wijk. Prostituees hadden zich in het hart van Venlo-Noord gevestigd, net als de harddrugsscene en criminelen uit het Duitse Ruhrgebied. Een schoonmaakactie in november 1995 leverde een emmer vol drugsspuiten op. Bewoners die het zich konden veroorloven, verlieten de wijk zo snel mogelijk en lieten een reeks van dichtgetimmerde huizen achter. “'t Was ellendig, gewoon ellendig', verzucht buurtbewoner Th. Hendricks bij de herinnering.

Het probleem beperkte zich niet tot Venlo-Noord. De hele grensstad wordt nog steeds dagelijks door een paar duizend, voornamelijk Duitse, drugstoeristen bezocht. Verschillende wijken kampen met de bijbehorende criminaliteit. In het verleden benutte de gemeente repressieve middelen, zoals het aanhouden van dealers en het sluiten van drugspanden. Tevergeefs, zo bleek uit een onderzoek van de TU Delft begin jaren '90. Het aanhouden van dealers kon niet voorkomen dat de drugshandel steeds opnieuw opkwam en dat Venlonaren zich onveilig voelden in hun eigen stad. De onderzoekers pleitten voor een combinatie van repressief en preventief beleid. Hieruit vloeide de wijkgerichte aanpak voor Venlo-Noord voort. Gemeente, politie, woningbouwstichting en bewoners gingen samen de criminaliteit te lijf. De gemeente gaf aandacht aan voorzieningen en veiligheid. De woningbouwstichting renoveerde en sloopte huizen.

Bewoners werden bij de plannen betrokken om `wijkgevoel' te creeren. “Straatje voor straatje herstelden we de sociale structuur. De politie rukte desnoods tien keer uit, belde de mensen op om te vragen of er iets mis was', zegt wijkcoordinator T. Beurskens.

Een wandeling door de wijk met gemeentelijke bewonersondersteuners E. van Bergen en R. Claassen geeft aan hoeveel er in Venlo-Noord is veranderd. Ze wijzen naar opgeknapte parkjes - “Kijk hier lagen ooit de spuiten' -, pas geverfde ramen en net geplaatste speeltoestellen. “De wijk straalde verpaupering uit, maar moet je nu eens zien', zegt Claassen trots. Tot 2005 zal de woningbouwstichting nog ruim 55 miljoen gulden besteden in de wijk.

Toch is niet iedereen gelukkig met de wijkgerichte aanpak. H. Slijper noemt de sloop van `zijn' Hogeweg een “schande'. Hij kijkt uit op een vlakte van puin en slechts zes van de dertig straatgenoten wonen er nog. “Ik snap niet dat ze hier nog huur voor durven te vragen.' Volgens eigen zeggen kan hij niet weg omdat huizen elders in de wijk te duur zijn geworden. “Voor de vijfduizend gulden die ik van de gemeente zou krijgen, kan ik niet veel meer dan een nieuw behangetje kopen.'

Dat is ook volgens bewonersondersteuner Claassen nog wel een probleem: na de sloop worden de nieuwe huizen duurder, waardoor een deel van de oorspronkelijke bewoners noodgedwongen de wijk verlaat. “Aan de rand van Venlo-Noord is een gloednieuwe wijk gebouwd. Maar de huurprijzen liggen op twaalfhonderd gulden per maand. In een wijk waar tachtig procent van de huizen sociale woningbouw is, weet je dat mensen dat niet kunnen betalen.'

Er zijn meer klachten. De drugsproblemen zijn volgens sommige bewoners verschoven naar andere wijken.

De Kaldenkerkerweg in Venlo-Oost, als verbindingsweg tussen Duitsland en Venlo berucht door de vele illegale coffeeshops, heeft volgens bewoners van die wijk meer overlast gekregen. Bewoner T. Kramer: “Natuurlijk ben ik blij met wat er in Noord is gedaan, maar hier in Oost loopt het inmiddels de spuigaten uit. Het barst hier van de junkies en de drunkies. Als de gemeente niet snel wat doet, escaleert de zaak.'

Maar in Venlo-Noord is men gelukkig. Van de vijftien hoerenpanden zijn er twee over. Drugsdealers vertonen zich nauwelijks meer. En de bewoners werken samen aan het behoud van hun tuintjes.