Schuttersstukken hingen hoog tegen het plafond

In de schutterszaal van het Frans Halsmuseum hangen tien grote schuttersstukken hoog tegen plafond. Zo hoog moeten ze vroeger hebben gehangen in de doelen, de oefenruimten van de schutters. Dat is een van de ontdekkingen die zijn gedaan bij de restauratie van twee kapitale doeken, afkomstig uit de Cluveniersdoelen in Haarlem. De schilder, Frans Pietersz de Grebber (1572/3-1649) was een vakman met oog voor detail. Zijn schutters zijn levendig afgebeeld boven hun witkanten molenkragen. Ze staan en zitten in rijen achter elkaar met in het midden een tafel met brood, vis en gebraad. Sommige heffen de drinkbeker, anderen maken handgebaren vol verdwenen symboliek.

Vroeger genoot De Grebber als schilder van schuttersstukken evenveel aanzien als Frans Hals (1581/85-1666), met wie hij nu in de schutterszaal is verenigd. De Grebber had een groot atelier in Haarlem met veel leerlingen, onder wie Pieter Saenredam. Maar terwijl Hals generaties lang bleef boeien met zijn impressionistischer, zwieriger manier van schilderen, raakte De Grebber in vergetelheid. Het Haarlemse museum, dat alle vijf door De Grebber gemaakte schuttersstukken in bezit heeft, vindt het tijd voor eerherstel. De twee recent gerestaureerde doeken van De Grebber, alsmede een derde dat nog in slechte staat verkeert, zijn te zien op de tentoonstelling 81 tronies ontdekt en gerestaureerd. De expositie geeft uitleg over onderzoek, restauratie en over de schilder zelf. Een voortekening op papier, recent gekocht door Frans Hals Museum en Teylers Museum samen, illustreert hoe nauwkeurig De Grebber zijn voortekeningen maakte. De gelegenheid is ook aangegrepen om een net gerestaureerd en nooit eerder geexposeerd schuttersvaandel uit 1593 te laten zien, van rode zijde en beschilderd met goud en zilver.

Vorig jaar is begonnen met het schoonmaken van De Grebbers sterk vergeelde doek Korporaalschap en officieren van het derde vendel der Cluveniers in Haarlem, tussen 1612 en 1615, uit 1619. Het meet 2 bij 5 meter en is het grootste van de achttien schuttersstukken in het museum. Er zijn 46 schutters op vereeuwigd. Het tweede doek, Maaltijd van officieren en schutters van de schutterij van de cluveniers dateert uit 1610. Door het schoonmaken zijn de kleuren veel helderder geworden. Zo gaat de vaandrig op het doek uit 1619 gaat nu weer in een wit in plaats van een geel kostuum gekleed.

De tand des tijds heeft echter ook zijn werk gedaan. Blauwe en paarse kleuren zijn voorgoed vervaagd. Bruin, rood en geel domineren, vooral op het oudste doek.

Niet bekend

Een tweede raadsel was de ontdekking van een rechthoekig ingezet stuk bovenin het doek. Toen men in het depot andere schuttersstukken ging bekijken, bleken nog twee schilderijen dergelijke inkepingen te vertonen. De oplossing kwam onder meer van een ook op de expositie getoond 17de-eeuws schuttersstuk waarop de buitenkant van de Cluveniersdoelen is afgebeeld. Door een open raam is nog net een hoekje te zien van een schuttersstuk van Cornelis van Haarlem, dat hoog tegen het plafond tussen de consoles onder de balken hangt.

Metingen in de doelen, tegenwoordig de leeszaal van de Stadsbibliotheek, toonden aan dat de inkepingen overeen kwamen met de afmetingen van de consoles.

De schutters hingen de doeken waarschijnlijk zo hoog om ruimte te hebben voor een `borstwering', een balustrade waarop ze tijdens oefeningen hun wapens lieten rusten. De Grebber heeft zo'n borstwering geschilderd op het doek uit 1619. Hij hield ook rekening met de hoge ophanging. Dat is te zien aan het perspectief van de koppen die van voren naar achteren snel kleiner worden. Voor de tentoonstelling zijn maquettes gemaakt met een reconstructie van de vroegere situatie. Om een indruk te geven hoe vroeger de schutters tegen hun portretten aankeken zijn alle doeken, ook die van Hals, hoog opgehangen. Dat is waarschijnlijk maar tijdelijk, want bezoekers anno 1998 zijn geen schutters en willen hun schilderijen gewoon op ooghoogte.