Ruimte voor Den Haag is in belang van regio

Een krachtig uitgevoerde gemeentelijke herindeling is voor Den Haag een bittere noodzaak, meent Hugo Priemus. Ook voor de regio is een bloeiende stad Den Haag van levensbelang. De randgemeenten moeten hun verzet tegen een fusie opgeven.

Begin juni 1998 publiceerden Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland het herindelingsplan Ruimte voor Den Haag. Hierin werd voorgesteld om twee VINEX-locaties - Ypenburg en Leidschenveen - bij Den Haag te voegen alsmede de bedrijfslocaties Wateringse Veld en Forepark, en een aantal `corridors' door de randgemeenten. Meteen daarop brak in de regio Haaglanden de pleuris uit. De randgemeenten betogen dat er een goed functionerend Stadsgewest Haaglanden bestaat. Van samenwerking kan dan ook best sprake zijn, maar annexatie is voor hen uit den boze. Ook wordt een vrijwillige reallocatie van financiele middelen bespreekbaar geacht. Met woede en teleurstelling is opgemerkt dat de gemeente Leidschendam op een verantwoorde wijze het plan Leidschenveen heeft ontwikkeld. Nu daarvan de vruchten kunnen worden geplukt heeft Leidschendam het nakijken. Hetzelfde geldt voor Rijswijk, Voorburg, Nootdorp en Pijnacker die - in goed overleg met Den Haag - Ypenburg ontwikkelden en nu van deze prachtige VINEX-locatie dreigen te worden beroofd.

Tijdens informatiebijeenkomsten afgelopen zomer werd Den Haag afgeschilderd als een stad waarvan de bestuurders een gat in hun hand hebben en de bevolking uitsluitend uit probleemgroepen bestaat. Onlangs werd door de besturen van de randgemeenten zelfs een logo onthuld waarin Den Haag als haai wordt afgebeeld. Sinds juni 1998 moet een bijeenkomst van Hagenaars en overige Haaglanders worden beschouwd als een risicowedstrijd. Het Regeerakkoord meldt dat het herindelingsvoorstel voor Den Haag in principe zal worden uitgevoerd volgens het voorstel van de provincie. Op 30 september jl. publiceerden Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland het definitieve herindelingsplan, dat op 1 januari 1999 van kracht zou moeten worden. Hierin worden de plannen wat afgezwakt. Bedrijfslocatie Wateringse Veld blijft bij Wateringen. De corridors worden vernauwd. Gedeputeerde Staten melden dat ze “goed hebben geluisterd' naar de randgemeenten, maar de randgemeenten blijven tegen de plannen gekant.Wie heeft er nu gelijk? Naar mijn oordeel zijn de motieven voor herindeling sterker dan de motieven tegen. Zeker, de druiven voor de randgemeenten zijn zuur. In 1995 werd het uitvoeringsconvenant van de VINEX-locaties in Haaglanden ondertekend door vertegenwoordigers van het kabinet en de lokale en regionale overheden. Toen geloofde het ministerie van Binnenlandse Zaken nog in stadsprovincies en zette daarmee iedereen op het verkeerde been.

Het zou echter veel beter zijn geweest als al voor 1995 was besloten om de VINEX-locaties aan Den Haag toe te wijzen zodat de grootste probleemeigenaar de stad Den Haag vanaf het eerste begin verantwoordelijk zou zijn geweest voor de ontwikkeling van de VINEX-locaties. Al het water van de Vliet en de Schie zal niet kunnen wegwassen dat de steden in Nederland economisch achterblijven bij de omliggende regio en dat dit voor Den Haag in extreme mate het geval is. De groei van het Bruto Regionaal Product in Den Haag (0,9 procent per jaar in de periode 1970-1995) bleef achter bij de groei van Amsterdam (1,4 procent), Rotterdam (1,4 procent) en Utrecht (2,4 procent).Vergeleken met de groei in de omliggende regio is de economische ontwikkeling van Den Haag helemaal zorgelijk te noemen: 0,9 procent versus 4,0 procent per jaar. De groei in Haaglanden (2,2 procent per jaar) zou heel wat sterker zijn als ook de stad Den Haag zich voorspoediger zou ontwikkelen. Dit verschil in economische dynamiek komt ook tot uiting in het verschil in banengroei: in de stad Den Haag -0,7 procent per jaar (1970-1995), in de omliggende regio +2,1 procent per jaar. Kortom er is geen grote stad in Nederland die wat ruimte betreft zo in de knel zit als Den Haag. In 1997 is het financiele tekort van Den Haag weggewerkt door een uitkering van 1,069 miljard (plus rente) op grond van artikel 12 van de Financiele Verhoudingswet. De in het verleden opgelopen tekorten worden door de Inspectie Financien Lagere Overheden (IFLO) in hoofdzaak verklaard uit de ruimtenood van de stad.

Er zijn vele redenen om ook in Haaglanden regionaal samen te werken. Maar een krachtige herindeling, die voor Den Haag op termijn dertig miljoen gulden per jaar zal opleveren, is voor Den Haag een bittere noodzaak. Dit was ook de strekking van de motie-Remkes van 22 mei 1997 waarin de basis voor de herindeling is gelegd, nadat de Tweede Kamer kort daarvoor de stadsprovincie Haaglanden had afgeblazen. Dit hoeft niet te leiden tot verdichting van VINEXlocaties of andere vreselijke gevolgen. Er is geen sprake van dat de randgemeenten hierdoor aan de bedelstaf geraken. Wel is het sneu voor de betrokken bewoners dat de onroerende-zaakbelasting omhoog gaat. Op termijn gaat het om 18 miljoen gulden per jaar. Maar per woning betreft het echter geen astronomische bedragen, zoals de bestuurders van de randgemeenten beweren. Een bloeiende stad Den Haag is voor de regio van levensbelang. Het is te hopen dat de besturen van de randgemeenten zich voorbereiden op een door hen niet gewenst besluit en hoe het besluit ook uitvalt initiatieven zullen nemen om de relaties met bestuur en bevolking van Den Haag te verbeteren. “Wat ons betreft is in bestuurlijke zin de ijstijd aangebroken', verklaarde onlangs de burgemeester van Rijswijk. Het is nu tijd voor een flink doorzettende dooi, zodat een klimaat ontstaat waarin Den Haag en de randgemeenten vruchtbaar kunnen samenwerken en zakendoen. Want ook na de herindeling blijft Den Haag afhankelijk van de regio, en de regio van Den Haag.