Peilingen over asielzoekers spreken elkaar tegen

Asielzoekers moeten in Nederland wel of niet worden opgevangen. Twee onderzoeken met totaal verschillende uitkomsten. En niemand heeft gelijk.

De instroom en opvang van asielzoekers staat volop in de belangstelling. Er komen meer asielzoekers dan gedacht, de opvanghuizen zitten vol, tentenkampen worden gebouwd. Direct werd ook de mening van de bevolking gepeild. Maar de uitkomsten van twee verschillende onderzoeken over hetzelfde onderwerp lijken volledig tegengesteld.

Ruim twee weken geleden concludeerde het onderzoeksbureau NIPO dat Nederlanders in toenemende mate tegen de instroom van immigranten en asielzoekers zijn. Het NIPO stelde twee vragen aan haar vaste telefoonpanel. Allereerst: `vindt u de instroom van immigranten en asielzoekers een goede of een slechte zaak?' Bijna driekwart van de representatieve steekproef antwoordde het een slechte zaak te vinden. Drie jaar geleden was dat nog maar 55 procent. De andere vraag die het NIPO stelde: `vindt u dat er maatregelen moeten komen om de instroom van immigranten en asielzoekers te beperken?' Ja, zei maar liefst 89 procent. Nederland leek toch niet zo tolerant.

De vereniging VluchtelingenWerk Nederland, die de belangen van vluchtelingen in Nederland vertegenwoordigt, was niet blij met het NIPO-onderzoek. Het is voor een one-issue beweging als VluchtelingenWerk van belang aan te tonen dat er onder de bevolking een draagvlak is voor hun onderwerp.

De uitkomsten van het NIPO-onderzoek zouden volgens VluchtelingenWerk de opvang van asielzoekers - juist zo'n nijpend en actueel probleem - en de houding van de regering ten aanzien van de problematiek negatief kunnen beinvloeden. Bovendien was de vraagstelling van het NIPO “een beetje suggestief', zei VluchtelingenWerk.

Dus liet de vereniging een eigen onderzoek uitvoeren door het bureau Inter/View.

`Als na onderzoek van de Nederlandse overheid blijkt dat iemand in eigen land inderdaad niet veilig is, mag deze persoon dan naar uw mening in Nederland blijven of niet?', was de vraag die Inter/View stelde. De uitkomst: 84 procent van de geinterviewden vindt dat asielzoekers in zo'n geval in Nederland mogen blijven. Een bijna even groot deel van de bevolking (82 procent) vindt dat asielzoekers recht hebben op opvang en medische zorg, blijkt uit het onderzoek van VluchtelingenWerk “Er is een groot draagvlak voor opvang van asielzoekers', concludeerde woordvoerster F. Biesma bij de presentatie van het onderzoek. “Dat is verheugend.'

Zijn deze onderzoeken beide slecht uitgevoerd, weten Nederlanders niet wat ze willen, of ligt het aan de vraagstelling? “Het laatste', zegt O. Schmidt, hoofddocent aan de vakgroep methoden en technieken van sociaal-wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. “Het zijn gewoon totaal andere vragen. Dat is op zichzelf geen probleem, als er maar niet gepretendeerd wordt dat het om hetzelfde gaat. Helaas is dat wel vaak het geval.'

Schmidt heeft kritiek op beide vragen. “De woorden `inderdaad' en `Nederlandse overheid' in de vraag van VluchtelingenWerk voegen autoriteit toe. Dan schiet het percentage instemmers direct omhoog. Als je zou vragen: `iemand zegt dat hij in eigen land niet veilig is, mag hij wel of niet blijven?', zou de uitkomst heel anders zijn.' Het woord `immigranten' in de vraag van het NIPO kan ook niet door de beugel. “Dat suggereert dat het gaat om vluchtelingen met economische motieven. Dat wekt negatieve reacties op', aldus Schmidt.

Onderzoeker H. Foekema van het NIPO vindt alle drie de vragen “op zichzelf prima'.

Maar de vraag van VluchtelingenWerk spitst zich volgens hem wel erg toe op de veiligheid van asielzoekers. “Terwijl de discussie nou juist gaat over economische vluchtelingen. Die moeten geweerd worden, vinden verreweg de meeste mensen. En dat er draagvlak bestaat voor de opvang van asielzoekers in levensgevaar is nogal logisch.'

De formulering van de vraag heeft volgens Schmidt een “enorme' invloed op de uitkomst van opiniepeilingen. “Daar zijn honderden onderzoeken naar gedaan en daar komt altijd hetzelfde uit: de formulering is het allerbelangrijkste voor de uitkomst. Belangrijker dan de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd en belangrijker dan de manier waarop de steekproef tot stand is gekomen.'