OVSE scheidsrechter bij conflicten in Europa

Mocht de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) inderdaad 2.000 waarnemers naar Kosovo sturen, dan zou dat een aanzienlijke uitbreiding van haar werkzaamheden inhouden.

De afgelopen jaren zag de OVSE toe op een ordentelijk verloop van verkiezingen in prille en getroubleerde democratieen, bedreef het met wisselend succes `preventieve diplomatie' om conflicten te voorkomen en werd het als scheidsrechter ingeroepen bij interne twisten, zoals begin 1997 in het geschil tussen president Milosevic en de Servische oppositie over lokale verkiezingen. De OVSE heeft vaste missies en waarnemers in de landen van voormalig Joegoslavie (met name Bosnie, maar niet in Joegoslavie zelf), in Albanie en in voormalige Sovjet-republieken. In Tsjetsjenie assisteert de OVSE in de opbouw van de democratie in Nagorny Karabach, de Armeense enclave in Azerbeidzjan, tracht de OVSE een politieke oplossing te vinden. De OVSE telt 55 leden: alle Europese landen, Rusland, voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azie de Verenigde Staten en Canada. Joegoslavie is sinds 8 juli 1992 geschorst. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks. Momenteel bekleedt de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Bronislaw Geremek, de post.

De organisatie komt voort uit de CVSE, de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die in 1975 culmineerde in het Akkoord van Helsinki. In 1990, toen de lidstaten in Parijs besloten de organisatie uit te bouwen tot het orgaan dat moest toezien op een vreedzame integratie van het Europa van na de Koude Oorlog.