Nobelprijs fysica voor quantumeffect

De Nobelprijs voor de Natuurkunde is dit jaar toegekend aan drie Amerikaanse onderzoekers voor hun ontdekking van het zogeheten fractionele Quantum Hall effect.

Het gaat om Robert Laughlin van Stanford University Horst Stormer van Columbia University en Daniel Tsui van Princeton University. Dit heeft heeft het Karolinska Instituut vanmorgen in Stockholm bekendgemaakt. Het fractionele Quantum Hall Effect treedt op in zeer sterke magneetvelden en bij ultralage temperaturen. In deze omstandigheden treedt een quantisering van de elektrische weerstand op: deze neemt alleen nog maar zeer bepaalde waarden aan, te weten fracties van een eenheidsquantum. De experimentele ontdekking van het effect dateert van 1982 en staat op naam van Stormer en Tsui, toen verbonden aan Bell Labs in New Jersey. De theoretische verklaring volgde een jaar later en is van Laughlin. Volgens prof.dr. Carlo Beenhakker, verbonden aan het Instituut Lorentz van de Universiteit Leiden, is de toekenning “zeer terecht'. “In 1985 is ook al het geheeltallige Quantum Hall Effect met een Nobelprijs bekroond', aldus de theoretisch fysicus, “wat eigenlijk vrij triviaal is. Bij Bell Labs was de teleurstelling groot en men liep in T-shirts met het opschrift No Bell Prize. Kennelijk dacht het Nobelcomite toen dat het fractionele Quantum Hall effect iets afgeleids was, terwijl het tot een nieuw paradigma heeft geleid dat ook elders in de natuurkunde bijvoorbeeld op het gebied van de hoge temperatuur supergeleiding, zeer vruchtbaar is gebleken. Gelukkig is dat nu rechtgezet.' Aan de Nobelprijs is een bedrag van 1,75 miljoen gulden verbonden, te delen door de drie onderzoekers.