Marokko geeft dood verdwenen opposanten toe

Marokko heeft gisteren voor het eerst officieel toegegeven dat 56 van de politieke opposanten die in de jaren '60 tot '80 zijn `verdwenen', overleden zijn, in meerderheid op politiebureaus en in gevangenissen. Daarmee bevestigde het Marokkaanse bewind zijn wil om af te rekenen met een verleden van schendingen van de mensenrechten.

De voorzitter van de officiele Consultatieve Raad voor de Rechten van de Mens, Driss Dahak, kondigde tevens de komende vrijlating aan van 28 politieke gevangenen, in meerderheid moslim-fundamentalisten. De 28 maken deel uit van 48 politieke gevangenen die nog in Marokkaanse gevangenissen zitten na een amnestie in 1994, toen 424 gedetineerden werden vrijgelaten. Van de 20 overige politieke gevangenen komen er acht niet in aanmerking voor amnestie omdat ze bij moorden en sabotage zijn betrokken, aldus Dahak op een persconferentie in Rabat. Over het lot van de resterende twaalf, fundamentalistische studenten die in 1991 een marxistische student de keel hebben afgesneden, wordt nog gepraat.

De twee prominentste Marokkaanse politieke activisten, de fundamentalistische voorman sjeik Abdsalam Yassine en de linkse leider Abraham Serfaty, vallen niet onder de amnestie. Yassine staat sinds 1989 onder huisarrest in Sale, bij Rabat. Serfaty, die in 1991 op een vliegtuig naar Frankrijk werd gezet na 17 jaar gevangenschap, mag Marokko niet in, zo heeft een Marokkaanse rechtbank recentelijk bevestigd.

Dahak deelde mee dat vandaag een commissie wordt opgericht die een lijst gaat opstellen van `verdwenen' personen. De commissie heeft tot taak binnen zes maanden elk geval op te lossen, zo heeft koning Hassan II vorige week al aangekondigd. In totaal zijn 112 mensen als verdwenen opgegeven, van wie de helft dus zeker dood is. Dahak zei dat zijn organisatie heeft uitgevonden dat 12 van hen in werkelijkheid zijn vrijgelaten. Maar het lot van 44 blijft nog onbekend. Onder hen zijn zes die waarschijnlijk dood zijn en 18 die “onder mysterieuze omstandigheden' zijn verdwenen. De commissie zal ook nagaan wie verantwoordelijk is voor de verdwijningen, voor de sterfgevallen en andere schendingen van de mensenrechten van politieke activisten.

Het is al jaren bekend dat Marokko er in Rabat en Casablanca geheime detentiecentra op nahield, plus een interneringskamp in het zuiden van het land. De meeste gedetineerden waren linkse activisten, maar na couppogingen in 1971 en 1972 zijn ook talrijke officieren vastgezet, van wie 30 in gevangenschap zijn overleden. (AFP, AP, Reuters)