Hoger onderwijs

Onder de dramatische oproep `Alma Mater moet het roer omgooien' laat dr.H.W. von der Dunk zien dat het emeritaat niet altijd leidt tot grotere intellectuele integriteit en een bezonkener oordeel.

Zijn bijdrage aan de onlangs losgebarsten discussie over de (toekomst van) de universiteit staat bol van misvattingen en, moet men vrezen, misleidingen. Het moet haast opzet zijn dat de nota `Hoger Onderwijs voor Velen' bij Von der Dunk `Hoger Onderwijs voor Allen' heet, en dat Von der Dunk onder hoger onderwijs alleen de universiteit verstaat, terwijl daar toch ook het HBO bij hoort. Von der Dunk roept het beeld op dat in Nederland `iedereen' wordt toegelaten tot de universiteit, en dat de universiteit vervolgens `iedereen' in no time aan een doctoraal-diploma helpt. Niets is minder waar. Dat er in Nederland geen toelatingsexamens zijn aan de poort van de universiteit komt doordat de gewenste selectie al op ongehoord scherpe wijze in het voortgezet onderwijs plaatsvindt.Slechts wie een VWO-diploma weet te behalen heeft toegang tot de universiteit. Dat lukt maar 10 a 15 procent van alle leerlingen, die dan ook intellectueel en maatschappelijk het neusje van de zalm vormen: het VWO wordt, alle onderwijsvernieuwing en democratisering ten spijt nog steeds vooral bevolkt door de zoons en dochters van hoog opgeleide en financieel beter gesitueerde ouders.

Er is in de wijde omtrek haast geen selectiever voortgezet onderwijs dan het Nederlandse in vergelijking met het buitenland is ons stelsel bijna asociaal te noemen. Ook blijkt het niet zo gemakkelijk om, eenmaal op de universiteit gearriveerd, het begeerde diploma te verwerven: het lage rendement van de Nederlandse universiteiten vormt nu juist een van hun zwakste punten. Hun sterke punt is overigens hun hoge kwaliteit: uit elk internationaal vergelijkend onderzoek opnieuw blijken de Nederlandse universiteiten vrijwel in alle disciplines zowel in onderwijs als in onderzoek hoog tot zeer hoog te scoren. Weg dus met die onzin over de infantilisering van de universiteit, selectie aan de poort en terugkeer naar de kleine universiteit. Zo'n keuze zou, als die al mogelijk was, volstrekt indruisen tegen wat er overal in de Westerse wereld gaande is. De Nederlandse universiteit moet juist groter en breder worden, en dan ook veel meer differentiatie bieden in lengte en niveau van leerwegen dan nu het geval is. De dromen van Von der Dunk, Groeneveld en Van Schie zijn niet van deze wereld, maar van de wereld van vijftig jaar geleden, toen de universiteit nog van de elite was en de hoogleraren er de baas waren. Er is vast veel mis met de universiteiten en er werken zeker ook te veel beleidsmedewerkers en managers die de ballen verstand hebben van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Maar als je dit soort hooggeleerde prietpraat leest zou je haast denken dat het er nog niet genoeg zijn.