Het Congres moet het zeggen

De Amerikaanse grondwetsliteratuur hult zich in nevelen over de definitie van het misdrijf van high crimes and misdemeanor, waarvan president Clinton wordt beschuldigd. Niemand weet nog wat daaronder moet worden verstaan en dat betekent dat het Huis van Afgevaardigden zelf met een definitie voor de dag moet komen.

Het devies van de vermaarde rechter Oliver Wendell Holmes zou een oplossing kunnen bieden: “In situaties waarover het recht zwijgt, is het recht wat de rechters daaronder verstaan.' Naar analogie daarvan heeft het Huis van Afgevaardigden al gezegd dat een impeachable offence is wat het Congres daaronder verstaat. Maar een nadere omschrijving heeft het Huis nog niet durven geven. Gelukkig hebben de Amerikanen Henry Hyde nog. Afgaande op diens stichtende onderrichting aan zijn mede-afgevaardigden zal die definitie geen problemen hoeven op te leveren. Als het aan hem ligt, zou president Clinton ook met een gerust geweten de eerste ronde van zijn berechting tegemoet kunnen gaan. Henry Hyde is de voorzitter van de justitiecommissie die aan de vooravond van de impeachment-stemming in het Huis van Afgevaardigden de roerende woorden sprak dat “de laatste hoop en de beste tradities van de mensheid op aarde - de Verenigde Staten van Amerika in het geding zijn'.

Hyde bond zijn collega's op het hart in dit uur van de waarheid de strijdbijlen van de partijdigheid op te bergen en zich alleen te laten leiden door beginselen van recht. De leden moesten luisteren naar de hogere ingevingen van hun geweten en zich alleen rekenschap geven van hun verplichtingen aan de constitutie. Aan die zalvende woorden kan Clinton niet al te veel gemoedsrust ontlenen. Op de voorzitter van de commissie, die de ceremoniele taak heeft de president naar het schavot te begeleiden, rust nu eenmaal de plicht van de beul om de terdoodveroordeelde in zijn laatste ogenblikken nog een beetje op te beuren. In het aangezicht van de dood doet de wrekende gerechtigheid zich altijd wat menselijker voor, maar in een impeachment bestaat geen menselijkheid. De regels van het spel mogen de terechtstaande partij nog zoveel fairness verzekeren, als het op stemmen aankomt is er niets dat de meerderheid belet de president van de minderheid van zijn hoofd te ontdoen. Een impeachment is een politiek strafproces waarin vergelding de hoofdrol speelt. Hogere overwegingen spelen ook wel mee, maar elementaire driften als hartstocht en haat geven toch de doorslag. ..TE: De Framers miskenden die eigenschappen van de menselijke natuur trouwens geenszins.

Alexander Hamilton ging er zelfs van uit dat een impeachment van de president door lage politieke instincten zou worden bepaald. Daarom vertrouwde de eerste grondwetgever de berechting van een president niet toe aan het Congres als geheel, maar droeg hij de vervolging op aan het Huis van Afgevaardigden en de werkelijke berechting aan de Senaat. In zijn Commentaar op de Constitutie van 1787 (The Federalist van 7 maart 1788 nr. 65) schreef Hamilton dat het voor de hand lag dat de vervolging van de hoogste ambtenaar van de staat de gemeenschap in beroering zou brengen en in twee kampen zou verdelen: “In veel gevallen zal die verdeeldheid de bestaande politieke breuklijnen volgen en alle vijandschap partijtwist en belangen aan beide zijden van die lijnen opwekken. Het grootste gevaar is dan dat de uitkomst meer door de sterkte der partijen zal worden bepaald dan door de kwestie van schuld of onschuld.' Hamilton maakte zich geen illusies over de onpartijdigheid van een politiek verdeeld Huis maar stelde een hoger vertrouwen in de Senaat, die in het algemeen meer wijsheid en bedachtzaamheid aan de dag legde dan de volksvertegenwoordiging aan de andere kant van de heuvel. Die onderscheidende kwaliteiten worden tot op de dag van vandaag aan de Senaat toegeschreven, ook al is dat orgaan geenszins verheven boven partijstrijd. Maar senatoren gaan minder gebukt onder de druk van hun kiezers, doordat zij voor zes jaar worden gekozen en de leden van het Huis telkens maar voor twee jaar. Op dat verschil berust ook de verwachting dat er nog genoeg `bedachtzame' Republikeinse senatoren zijn die Clinton op de been zullen houden.

Een lezer heeft mij gevraagd waarom de grondwet de berechting van de president niet heeft opgedragen aan de rechterlijke macht c.q. aan het Hooggerechtshof, maar wel de leiding over een impeachment in de Senaat in handen heeft gesteld van de president van het federale Hooggerechtshof, de Chief Justice - met een beslissende stem in geval van staken der stemmen. Het spreekt vanzelf dat de officiele voorzitter van de Senaat, de vice-president (in dit geval Al Gore) niet met die leiding kon worden belast, omdat deze in geval van afzetting automatisch president wordt en derhalve als belanghebbende wordt beschouwd. Maar men had die leiding even goed kunnen opdragen aan een lid van de Senaat zonder belang bij de opvolging. Hoewel de officiele stukken uit 1787 zich daarover niet duidelijk uitlaten, wilde Hamilton niets van het federale Hooggerechtshof als Court of Impeachment weten. Het hof was volgens hem niet alleen te klein, maar het bezat ook niet de vereiste kloekmoedigheid voor zo'n grote en ondankbare taak. Het zwaarst telde het gebrek aan moreel gezag voor het geval het volk verzoend moest worden met een beslissing die de aanklacht van de volksvertegenwoordiging niet zou volgen. Gebrek aan kloekmoedigheid zou de gedaagde fataal kunnen worden gebrek aan gezag zou een gevaar voor de gemoedsrust van het volk kunnen opleveren. Het voorzitterschap voor de Chief Justice was niet meer dan een troostprijs, maar met dat compromis was de waardigheid van het hof gered.