Een naieve tycoon

De Britse hippie-miljardair Richard Branson blinkt uit in het maken van blunders. Toen Esso zich meldde als sponsor van de transatlantische overtocht met de oceaanstormer Virgin Challenger, sprak Branson ten overstaan van tientallen Esso-directieleden de historische woorden: “Ik wil BP bedanken voor hun steun en we zullen zorgen dat BP in het zonnetje wordt gezet.' En toen het eerste vliegtuig van zijn luchtvaartmaatschappij Virgin Atlantic na de inwijdingsvlucht op het vliegveld Newark landde, stapte Branson meteen op de man af die de in zijn ogen uitstekende catering had verzorgd. Totdat hij zich realiseerde dat hij met de burgemeester van Newark stond te praten.

Met een ontwapende naiviteit is Richard Branson in zaken gestapt. In razend tempo zette hij een platenmaatschappij, een winkelketen, een luchtvaartmaatschappij en vele andere bedrijven op. Allemaal onder de noemer Virgin. Uit zijn - natuurlijk ook weer door Virgin uitgegeven - autobiografie blijkt dat Branson al op jonge leeftijd droomde van een eigen imperium.

Eind jaren zestig richtte hij een succesvol studentenblad op, maar het liefst was Branson ook een reisbureau en een bank voor studenten begonnen. Pas echt serieus werd het met Virgin Records, de platenmaatschappij die met een langspeler van een onbekende artiest - `Tubular Bells' van Mike Oldfield - plotseling naam verwierf. Maar hoezeer hij ook zijn best deed, Branson slaagde er niet in echt grote namen te contracteren: de Rolling Stones, 10CC en Dire Straits bedankten voor de eer. Pas in de jaren tachtig kon Virgin zich meten met de grote platenlabels als Thorn EMI en A&M Records.

Daarna vertilde Branson zich bijna aan zijn grootste ambitie: een transatlantische luchtvaartmaatschappij. Net als Freddie Laker werd Branson in het begin gedwarsboomd door British Airways. Toen Branson bij Boeing zijn eerste tweedehands Jumbo bestelde voor een luchtverbinding van Londen naar New York, haalde men bij BA nog lacherig de schouders op. Eind jaren tachtig moest de Britse luchtvaartmaatschappij haar mening over Branson echter bijstellen. Er waren flink wat routes bijgekomen en de vluchten waren nog goed gevuld ook. En dus begon het bedrijf een publiciteitsoffensief dat volledig uit de hand zou lopen. British Airways lokte onder valse voorwendselen passagiers weg bij Virgin en manipuleerde reserveringssystemen. Uiteindelijk moest BA zelfs smartengeld betalen.

Voor Virgin Atlantic was het leed daarmee niet geleden. Toen door de Golfoorlog de benzineprijzen maar bleven stijgen en door de recessie de passagiers wegbleven, stapelden de schulden zich op tot 400 miljoen pond. En hoewel Branson er telkens weer in slaagde om geld los te peuteren voor peperdure contracten met artiesten als Janet Jackson en de Rolling Stones, begonnen de banken hun geduld te verliezen. Zij gelastten de verkoop van de platendivisie.

Met tranen in de ogen verkocht Branson het platenbedrijf voor 560 miljoen pond aan Thorn EMI, nota bene het bedrijf waarop Branson een aantal jaren eerder zelf een bod had uitgebracht. Zijn werknemers kon hij destijds niet de ware reden van de verkoop vertellen, zo schrijft hij in zijn boek: “Dat zou de luchtvaartmaatschappij en de andere Virgin-bedrijven kunnen schaden door gebrek aan vertrouwen. Het toegeven van zwakte zou zelfs passagiers kunnen afschrikken.'

Aan een avontuur als dat van Virgin Atlantic is Branson nooit meer begonnen. De introductie van een eigen Cola-merk was vergeleken met de lancering van Virgin Atlantic slechts een peulenschil. En het verzekeringsbedrijf Virgin Direct werd opgezet met een bedrijf dat al volledig in deze materie thuis was, Norwich Union. Momenteel is Virgin Direct de grootste financiele dienstverlener van Groot-Brittannie met een ingelegd vermogen van 1,5 miljard pond. “De nonformfomist in me moest er heimelijk om lachen dat de kerel die je liet kennismaken met The Sex Pistols ook je pensioenzaken op orde wilde brengen', schrijft Branson in zijn boek.

Het is overigens niet bij verzekeringen gebleven: na het inmiddels alweer verkochte Virgin Radio volgde Virgin Vie (cosmetica) en een bioscoopketen onder de naam Virgin.

Ook bracht Branson een bod uit op twee franchise ondernemingen van British Rail om als een soort Lovers de Britse Spoorwegen te beconcurreren. Wegens logistieke problemen is dat hem nog niet echt gelukt. En omdat Branson het kennelijk toch niet laten kan, is hij in 1996 weer een platenmaatschappij gestart onder de veelbetekenende naam V2.

Aan al deze activiteiten besteedt Branson echter maar enkele pagina's. Vermoedelijk haalden deze uitdagingen het niet bij de oversteek met de Virgin Challenger of de vlucht met de grootste heteluchtballon ter wereld. Branson vindt het leven alleen maar leuk als hij zichzelf schier onmogelijke opgaven kan stellen, “zodat ik mijn best moet doen om eroverheen te klimmen'.

Het is dat Branson gedurende lange tijd een dagboek heeft bijgehouden, anders had deze luchtig geschreven autobiografie niet zo heel veel toe te voegen aan de biografieen die reeds over hem zijn geschreven. De ruzie met British Airways, waaraan Branson vele pagina's wijdt, is al eens breed uitgemeten in Dirty Tricks. Merkwaardig is dat in de Nederlandse vertaling de volledige appendix en index zijn weggelaten.