De ziener

Het is een verrassende wending die Le Roy, de voyeur in Vestdijks roman De ziener (1959), geeft aan zijn verslaving. Zonder zijn aanwezigheid bij heftig vrijende liefdesparen zouden die twee uberhaupt niet zo hongerig met elkaar in de weer zijn. Hij is dus in zekere zin een liefdesmakelaar. Aan het slot van de verfilming van Vestdijks ingenieus geconstrueerde en rijke roman loopt Le Roy, dreigend gespeeld door Porgy Franssen, als een gekooide leeuw rond in de kamer van de Franse lerares Rappange. In horten en stoten vertelt hij haar over zijn ondeugd. Inderdaad, hij heeft nogal wat op zijn geweten.

Het begon allemaal onschuldig. Een lerares Frans van ver in de dertig nodigt een van haar leerlingen thuis uit voor bijles. Mallarme, poezie, chansons. Zij woont op kamers bij een oude moeder en haar zoon, de gluurder Le Roy. Door hem verstuurde anonieme dreigbrieven suggereren dat lerares en leerling een onstuimige en vooral zondige liefdesverhouding hebben. Dat is bezijden de werkelijkheid. Maar de ziener `ziet' hen in zijn overspannen en perverse fantasie de liefdesdaad bedrijven, en zo, opgehitst door zijn eigen fantasie, wil hij ook dat ze ooit samen onder zijn ogen het bed delen. De ziener is hier niet een `voyeur' maar een `voyant', een helderziende.

Regisseur Gerrit van Elst, die samen met Hans Sinnema het scenario schreef, deed met Porgy Franssen in de hoofdrol en Carine Crutzen als de lerares een goede keuze. Franssen heeft een lege, loze blik die pas opgloeit wanneer hij een vrijend stel bespiedt. Het zijn aldoor vrouwen die hem als eerste zien. Daardoor lijkt hij zijn bevrediging te vinden. Alsof hij haar minnaar is. Carine Crutzen is in haar rol niet zozeer de vrouw die verleidt, als wel degene die in het spel van Le Roy verleid moet worden, en daardoor begeerlijk wordt.

Van Elst heeft de sfeer van de vijftiger jaren scherp getroffen. Auto's die nu niet meer rondrijden zoeven zacht door straten, die er nu heel anders uitzien. De spanning wordt mooi opgebouwd, waardoor Franssen de kans krijgt van een abject figuur uit te groeien tot een sympathiek personage. Hij heeft gelijk: zonder de door hem opgebouwde intrige was de liefde nooit opgebloeid. Als de lerares aan het slot vertrekt en de jongen verslagen achterblijft, zwiept Le Roy zijn hoed in een bevrijdend gebaar de lucht in. Hij heeft zijn ziekte overwonnen, want het is hem gelukt liefde te creeren waar die anders niet zou zijn. Een verheven missie voor een man van laag allooi.